Aan een woonerf, gelegen op het terrein van een voormalige steenfabriek in Best, ligt een huis rondom een binnenhof. De volumes rondom de binnenhof van Huis Naalden vormen een zorgvuldig uitgedacht ontwerp volgens een vast verhoudingensysteem, het zogenaamde plastische getal. De architect en benedictijner monnik, Dom Hans van der Laan (1904-1999) publiceerde zijn ideeën over de perfecte verhoudingen tussen lengte, breedte en hoogte in het boek De architectonische ruimte in 1977. Een jaar daarna ontwierp hij dit vrijstaande woonhuis voor Jos Naalden (1928-2016), die zelf ook architect was.
Dom van der Laan was de grondlegger van de Bossche School, een groep architecten die aanhanger was van de leer, die hij verspreide via zijn geschriften en via zijn Cursus Kerkelijke Architectuur in Den Bosch (1946-1973). Zijn bekendste werk is zijn bijdrage aan de abdij Sint-Benedictusberg bij Vaals. Hij ontwierp de kerk en bijgebouwen, waaronder de kloosterhof met bibliotheek en galerij. Jos Naalden was een van zijn leerlingen.
Hij had Van der Laan leren kennen toen hij bouwkunde studeerde in Tilburg. De pater droeg het onderwerp voor de scriptie van Jos aan: de analyse van de refter (eetzaal) van de Sint Paulus Abdij in Oosterhout waar Van der Laan was ingetreden om monnik te worden. In 1978 kreeg Jos Naalden voor zijn vijftigste verjaardag een maquette van een woonhuis cadeau van Van der Laan. Het zou zijn toekomstige woning worden.
Toen Jos werkzaam was aan de faculteit Bouwkunde van de TU Eindhoven was hij betrokken bij tentoonstellingen over het werk van Van der Laan, waaronder Architectuur, modellen en meubels (1979-1982). Deze bezigheid viel samen met de bouw van zijn nieuwe huis.
Het heeft enkele jaren geduurd voordat een bouwkavel werd gevonden in de omgeving van Eindhoven. Gemeenten hadden aanvankelijk moeite met platte daken en het bouwen op de erfgrens, zoals de maquette uit 1978 laat zien. De gemeente Best wees uiteindelijk het terrein van steenfabriek De Leeuwerik aan voor woningbouw in de vrije sector en keurde het ontwerp van het huis goed dat aan vier zijden op de erfgrens van één kavel lag: Bakpers 9. Huis Naalden was onderdeel van de eerste ontwikkeling waarbij uiteindelijk vier adressen werden gerealiseerd: de huisnummers 1, 5, 9 en 11.
Het ontwerp van de maquette werd in grote lijnen gevolgd, maar vereenvoudigd zodat het paste op één van de twee kavels die voor Jos Naalden waren bestemd. Zodoende kon hij de tweede kavel teruggeven aan de gemeente die toen bepaalde dat er op deze kavel, aan het eind van de doodlopende straat, een woonerf zou komen. De voorgevel van Huis Naalden werd met de gevel direct aan het erf gesitueerd. De buren kregen inspraak voor de inrichting daarvan.
Het huis heeft een gesloten karakter aan de buitenzijde en een open karakter aan de zijde van de binnenhof. Alleen de voorgevel heeft een rij kleine vensters, het huis is verder georiënteerd op de binnenplaats met een serie grote vensters en een aantal buitendeuren naar de hof. De binnenhof van het huis is een open ruimte omgeven door vier verschillende gebouwonderdelen: een langsvleugel van één bouwlaag aan de voorzijde (noordwest), een iets hoger volume met daarin de zaal (noordoost), een tuinmuur aan de achterzijde (zuidoost) en een galerij die opent naar de binnenplaats (zuidwest)
De voordeur bevindt zich op de kop van de langsvleugel aan de westkant en ligt verscholen onder een overstekend deel van het dak van de galerij. Het entreegebied is van de galerij afgesloten met grote houten deuren. De langsvleugel heeft achtereenvolgens twee kamers met eigen sanitair, één wc en één keuken met bijkeuken en technische ruimtes.
Een lange, brede gang leidt vanaf de voordeur langs deze vertrekken naar de grote woonkamer, een zaal met zes hoge vensters en één houten deur naar de binnenhof op het eind. De zaal is een hoge, rechthoekige leefruimte met aan de kopse kanten open nevenruimtes en aan de lange zijde een grote open haard met houtkachel. De drie vensters, die uitzicht bieden op de binnenhof, reiken vanaf een plint tot aan het plafond. De twee buitenste zijn feitelijk vensterdeuren waardoor de hof kan worden betreden. De nevenruimtes waren bedoeld als eetruimte en werkruimte. Ook deze werkruimte geeft toegang tot de binnenplaats via een houten deur in de achtergevel.
De zichtbare muurdikte bepaalt volgens Van der Laan de ervaring van de architectonische ruimte die de muren omsluiten. Daarom laat hij de dikte van de muren zo veel mogelijk in het zicht en plaatst hij deuren en ramen er vaak niet tussenin, maar ervoor of erachter, voor een optimale ruimtebeleving.
Huis Naalden heeft een fundering van beton, systeemvloeren en platte daken met Italiaanse holle en bolle dakpannen. De muren hebben een spouw met dilatatievoegen voor de ventilatie. Dragende onderdelen zoals de dorpels onder, en de lateien boven de ramen en deuren zijn uitgevoerd in beton.
Het huis is gebouwd van zogenaamde B2-blokken, holle betonstenen, een relatief goedkoop bouwmateriaal dat vanwege het lichte gewicht gemakkelijk hanteerbaar is. De steen is zowel buiten als binnen in het zicht. De muurdikte (39 cm) is afgeleid van de betonblokken. Deze basismaat is het uitgangspunt voor de maatvoering van het huis. Het bebouwde oppervlak van het terrein heeft een verhouding tussen breedte en lengte van 3:4. Ook de kleinste ruimtelijke eenheid, die Van der Laan de cella noemde, heeft die verhouding.
De kleinste maat en de grootste maat staan in de verhouding van 1:7. Dit is het maximale verschil dat een mens ruimtelijk kan ervaren tussen twee maten, zo was de gedachte van Van der Laan. Zo ontstaat het maatsysteem, dat Van der Laan ook wel aanduidde als een ‘orde van grootte’. De maten zijn bij benadering respectievelijk 3:4 en 1:7. Er is altijd een zekere speelruimte mogelijk waar de architect of meubelontwerper creatief op in kan spelen. Zo is de maat van de cella bij benadering in de verhouding 3:4 (2,70 bij 3,60 meter).
Afgezien van de lichte grijzen van de betonstenen binnenwanden, de grijsgroenige hardstenen vloeren en de crèmekleurige betonnen elementen zijn er in Huis Naalden geschilderde interieurafwerkingen en meubels in subtiele kleuren. De kleuren werden ‘op maat gemaakt’ door de schilder die Van der Laan bij veel gebouwen, interieurs en meubels adviseerde. Wim van Hooff (1918-2002) staat bekend als de schilder en kleuradviseur die een visie had op de invloed van kleur op de beleving van architectuur. Hij was in hoge mate bepalend voor het kleurgebruik van veel architecten van de Bossche School.
Van der Laan stimuleerde Van Hooff om zijn opvattingen over kleur op te schrijven in een samenhangende kleurtheorie. Hij groepeerde de wetmatigheden van geschilderde kleuren in tint, intensiteit en helderheid. Bij het maken van zijn kleurcomposities hield hij rekening met de ruimte in kwestie: het licht, het materiaal, de glansgraad, de hoeveelheid kleur en de functie.
In Huis Naalden is het houtwerk buiten lichtgrijs gelakt en binnen licht- en donkergrijs in combinatie met gebeitste meubels. De vaste kasten, de kapstok en een kruk zijn dekkend grijs geschilderd, de overige meubels transparant mosgroen en bruin gebeitst. Alle vurenhouten plafonds zijn geschilderd in oud roze, dat warmte geeft aan de grijzen.
Van der Laan ontwierp een aantal vaste kasten (voor de keuken, bijkeuken, badkamers en slaapkamers) en een aantal losse meubels uitgevoerd in Afrikaans hardhout. De vaste meubels waren dekkend grijs geschilderd met planken in oud roze.
Voor de zaal ontwierp hij een tafel met fauteuils, een eettafel met stoelen, een dressoir, een bureau, boekenkasten en wandmeubels, voor de keuken een keukentafel en voor de slaapkamers bedden, stoelen en tafels.
Jos Naalden nam een deel van de meubels mee toen hij naar een appartement verhuisde in 1999, een ander deel liet hij in het huis achter. De achtergebleven meubels verkocht hij mee aan de volgende eigenaren, de familie Ten Broeke. Nadat Hendrick de Keyser Monumenten het huis had aangekocht in 2012 kregen zij ook die meubels in bezit en daarna nog het deel dat Jos bij zijn overlijden in 2016 naliet. Een deel van de meubels staat in het huis, een ander deel in depot.
Een centrale open ruimte met omliggende vertrekken die naar binnen zijn gericht: het is een kenmerk van Romeinse atriumhuizen, maar ook van Chinese huizen, Hollandse hofjes en middeleeuwse kloosters en is gericht op privacy en rust voor de bewoners. Volgens Jos Naalden is deze typologie van alle tijden. Zelf zag hij de binnenhof van zijn huis als een stedelijke ruimte in het klein. En nadrukkelijk niet als binnentuin, zoals de patiowoning in Eindhoven waar hij daarvoor woonde, naar ontwerp van Jaap Bakema.
De binnenhof bestaat vooral uit harde materialen. Wel zijn er zeven taxussen geplant in de verder met grijs breccie, hoekige steenfragmenten, gevuld middenvak. Aan drie zijden heeft de binnenhof bestrating. Het is een afwisselende ruimtelijke ervaring om via de deur in de studeerkamer, achter de taxussen langs, naar de galerij te wandelen en vervolgens langs de ramen van de gang en de zaal terug (of andersom). Het kan werken als een meditatieve rondgang om even ‘uit je hoofd’ te gaan.
Wat Huis Naalden onderscheidt zijn de ‘perfecte’ verhoudingen van de drie dimensies van de ruimtes en de compositie met een aantal vaste vormen: ‘blokken, staven, platen’, noemde Van der Laan dat. Zo ontstaat een architectuur van geabstraheerde, driedimensionale eenheden. Het huis bezit alle kenmerken die de Bossche School internationale bekendheid hebben gegeven.
Je zou Huis Naalden kunnen omschrijven als stenig, streng en sober. Niet iedereen zou er waarschijnlijk willen wonen, maar Jos Naalden was er heel tevreden mee. In een interview met Hilde de Haan vertelde hij dat hij het liefst achter zijn bureau zat waar hij het ‘overzicht’ had en dat de ruimtes zeker ook door meer mensen tegelijk gebruikt konden worden, vooral de zaal (in beperkte mate). En dat de brede gang eigenlijk multifunctioneel was en zich bijvoorbeeld bijzonder goed leende voor tentoonstellingen, wat wel eens was voorgekomen. En dat hij daar met zijn vriendin Maud graag vertoefde. ‘Je kon daar ook heel goed zitten, en dat heb ik hele middagen met mijn levenspartner, met veel plezier gedaan,’ zo vertelde hij in dat vraaggesprek. Misschien zaten ze samen wel te filosoferen, ergens in de buurt van het fonteintje, een hardstenen bekken met het opschrift: ‘Binnen in de ban van het buiten’ en dat is precies wat het is.
Maud heeft overigens nooit in het huis gewoond volgens de buren, en zelf hebben ze er andere beelden bij hoe het zou zijn, om er te wonen.
Interview met de buren van Huis Naalden: klik hier!
Tekst: Barbara Laan
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2026
Bronnen
J. Dawson, H. de Haan en R. Merlin, ‘Themanummer Huis Naalden’, Thematismos, 6(2007), april
N. Smit, Huizen in Nederland. De negentiende en twintigste eeuw, Zwolle – Amsterdam 2018, p. 440-445
www.domhansvanderlaan.nl