Oud-Beijerland

Huis De Koning (1958-1959)

Cor Bogaerds
Jaren 50 Jaren 70

Een bungalow met allure

 

In het buitengebied ten zuiden van Oud-Beijerland ligt aan de Kwakscheweg 1 een ruime directeurswoning verheven boven het polderniveau. De bungalow is gebouwd in 1958-1959 voor K.(Kor).K.K. de Koning (1908-1993), een van de directeuren van de KONI-fabriek, gelegen op steenworp afstand aan de rand van het dorp. Deze fabriek specialiseerde al voor de oorlog in verstelbare schokdempers en groeide na de oorlog uit tot een multinational met het hoofdkantoor in de Hoeksche Waard.

 

De toegang tot het terrein op de kruising met de doorgaande weg (de Langeweg) werd gemarkeerd door een toegangshek dat aanvankelijk alleen op de hoek stond. Het hek werd uitgebreid aan de westzijde halverwege de jaren 1960 met de verbreding van deze weg en de demping van een van de sloten. De vierkante kolommen van crèmekleurige baksteen, de Noorse leisteen van de brugboog en het smeedijzeren hekwerk refereren aan de architectuur van het huis. Het huis is ontworpen door de architect C.(Cor)A. Bogaerds uit Numansdorp, met wie de KONI-fabriek geregeld samenwerkte. Hij had in 1955-1957 het KONI-kantoor en de fabriekshallen gebouwd, waarvan de laatste inmiddels zijn gesloopt.

 

De lange, gebogen oprijlaan en de hoge ligging midden op het enorme perceel wijzen op de statuur van de bouwheer. De bungalow zelf heeft allure in de verschijningsvorm, het materiaalgebruik en de modernistische bouwstijl.

Toegangshek, brugboog en oude plataan met daarachter de oprijlaan die met een bocht naar de bungalow leidt.

Van zadelmakerij naar bedrijf in schokdempers

 

De Koning begon in Oud-Beijerland in 1857 met een zadelmakerij die hoofdzakelijk paardentuigen en kappen van rijtuigen maakte en repareerde en daarna verder groeide naar fabrikant van auto-onderdelen. De fabriek was de eerste die schokdempers met verstelbare dempers maakte. De uitvinding die de KONI-schokdempers wereldfaam bezorgde ontstond naar verluid op de werkvloer, een mooi verhaal. De medewerkers droegen klompen die werden bekleed met rubber met een katoenen inlage aan de onderzijde om uitglijden op de met smeer besmeurde vloeren te vermijden. Deze inlage zwol op door de absorptie van het vet van de vloer. Door dit rubber met die inlage te gebruiken sleet de traditionele rubber afdichting van de schokdempers minder snel. Met de KONI-dempers kon men de 24-uurs autorace van Le Mans gewoon uitrijden zonder ze te verwisselen; een reputatie was gevestigd.

De achterzijde van Huis De Koning met onder het terras de uitbreiding uit 2014.
Achterzijde van Huis De Koning gezien naar de opgeworpen heuvel met oude grove den.

Bewoners- en bouwgeschiedenis

 

Kornelis de Koning trouwde met Kommertje van Bezeij (1912-2005). Zij kregen twee kinderen, een dochter Stieneke, die op 4 oktober 1958 de eerste hoeksteen legde, en Martien, die later op een deel van het terrein (oorspronkelijk ongeveer 1 hectare groot) zijn eigen huis bouwde, waar hij nog steeds woont.

 

In de jaren 1970 en 1980 werd een aantal wijzigingen door het echtpaar aangebracht, mede geïnspireerd op de nieuwe bungalow van Martien. Afgezien van de aanvulling van het hek langs de verbrede weg werden er aanpassingen gedaan in het interieur. De kinderslaapkamers werden samengevoegd en voorzien van een groot barmeubel met een balkenplafond. De donkere houten reliëfwand uit de jaren 1970 is van een Italiaans atelier Gruppo NP 2 uit Turijn en werd ontworpen door Ceccarelli. Tegenwoordig is deze bar ondergebracht onder de woonkamer, toegankelijk via het thans uitgegraven souterrain. Ook werd een forse open haard en houten plafond geplaatst in een hoek van de woonkamer die door de huidige eigenaar zijn weggehaald.

 

Tot 2002 heeft de echtgenote van Kor de Koning nog enige tijd alleen in de bungalow gewoond. Na haar overlijden werd het huis in 2009 verkocht en in 2013 na een periode van leegstand doorverkocht aan de huidige eigenaren: de architect Victor de Leeuw en zijn partner Marion van de Merwe. Zij gingen een ingrijpend bouwproces tegemoet met als doel: het terugbrengen van de allure van het huis met funderingsherstel, verduurzaming, uitbreiding en restauratie.

 

Voor een interview met Victor de Leeuw over de werkzaamheden: klik hier!

Het terras aan de achterzijde is na terugplaatsing in 2014 voorzien van een smalle vijver. Rechts het valraam en de originele buitenverlichting.
De bar uit de jaren 1970 is in 2014 verplaatst naar de uitbreiding in het souterrain.

Elektrisch valraam naar modernistisch voorbeeld

 

Het huis is parallel aan de Kwakscheweg gepositioneerd met de voorgevel op het noorden. De gevels zijn bekleed met een smalle, lichte baksteen en een spouw met binnen- en buitenblad in bruine baksteen. De platte daken hebben deels oplopende overstekken en een fries bekleed met verticaal geplaatste, geprofileerde houten planken. Onder de vensters is op sommige plaatsten zwart glas (Marbrite, ondoorzichtig hard, getrokken glas) toegepast.

 

Het huis is opgebouwd uit drie volumes: een groot rechthoekig volume van twee bouwlagen aan de oostzijde. Daarin bevinden zich de eetkamer, keuken, slaapkamers, sanitair en beneden een aantal vooral utilitaire ruimtes. Een kleiner volume van één bouwlaag aan de westzijde met daarin de woonkamer en vroeger ook een ‘koffiekeukentje’ en als derde volume het tussenlid, eveneens van één bouwlaag, met daarin een grote hal. De aangrenzende wc en garderobe bevinden zich ruimtelijk in het volume aan de westzijde, maar zijn vanuit de grote hal ontsloten.

 

De laatste twee volumes zijn opgetild boven het maaiveld en geplaatst op een hoge, met Noorse leisteen beklede plint. Ook de brede schoorsteen is met deze steen bekleed. De oostvleugel en de ontvangsthal zijn voorzien van een begane grond/souterrain waarin een grote garage, kantoor, logeerkamer, badkamer en wc en utilitaire ruimtes zoals een boenloods, voorraadkast onder de trap, vaste kasten, stookhok en opslagruimte.

 

Het tussenlid is bereikbaar via een indrukwekkende buitentrap en bestaat uit een entree gericht op het ontvangen: een glazen tochtportaal en een enorme ‘woonhal’ met open haard. De voor- en achtergevel van deze hal zijn van glas zodat een doorzicht naar de achtertuin ontstaat. In de zomer kan bovendien het brede valraam naar beneden worden gelaten, zodat het terras aan de achterzijde bij de ontvangstruimte kan worden getrokken. Het elektrische valraam is in de KONI-fabriek gemaakt naar iconisch geworden modernistische voorbeelden uit de jaren 1930 zoals het Tugendhat huis van Mies van der Rohe in Brno.

Het glazen tochtportaal naar de woonhal met achterin de trap naar begane grond en splitlevel.
De woonhal met rechts de open haard het elektrische valraam.
De hoofdingang met de monumentale trap.

Tochtportaal en ontvangsthal

 

De brede buitentrap met negen treden leidt naar een transparante glazen doos die dienst doet als tochtportaal. De ramen zijn gevat in houten kozijnen, deels wit geschilderd, en de voordeur met ronde deurknop is gemaakt van glas, gevat in een blauw geanodiseerd aluminium omlijsting met gepolijst aluminium profielen. Het portaal bevindt zich deels vóór en deels in het huis en heeft een houten dakoverstek om droog te staan voorafgaand aan de binnenkomst.

 

De ontvangsthal is een grote brede ruimte met muren van lichte, crèmekleurige baksteen en een vloer van vierkante Solnhofer tegels, een gelige kalksteen uit Zuid-Duitsland. Het indrukwekkende plafond is gemaakt van acht meter lange, geprofileerde grenenhouten planken over de hele breedte.

 

De westwand biedt toegang tot de wc, de woonkamer en een garderobe. De wanden van de garderobe hebben een hoge lambrisering in twee houtsoorten vergelijkbaar met het plafond boven een vloer met plint van Solnhofer tegels. De spiegelnis met zijverlichting is voorzien van een met hout beklede handschoenenlade en een plateau gemaakt van travertijn. Rechts bevindt zich nog een verchroomde kapstok; links is deze verwijderd voor een doorgang naar de nieuwe onderliggende vertrekken.

 

De oostwand biedt toegang via een open trap tot de oostvleugel met een begane grond die een halve verdieping lager is gelegen (dienstvleugel) en de eet- en slaapvleugel die een halve verdieping hoger is gelegen. Deze trap laat zien dat de ontvangsthal op splitlevelniveau ligt ten opzichte van de oostvleugel. De trap heeft een zelfde, wit geschilderde smeedijzeren balustrade als de buitentrap. Naast de open haard met de schoorsteenboezem bekleed met Noorse leisteen, bevindt zich een ingebouwde plantenbak. Langs de glazen gevels zijn ook vaste plantenbakken aangebracht, bekleed met dezelfde planken als het plafond, hier verticaal geplaatst.

De woonkamer met hoge vensters aan drie zijden.
De palissanderhouten wandkast op verchroomde poten.

Woonkamer met ‘koffiekeuken’

 

De woonkamer is licht en geeft zicht op de tuin door de hoge vensters in de voor- en achtergevel met lage vensterbanken, oorspronkelijk van grijze, geglazuurde tegels en tegenwoordig van travertijn (aangebracht in de jaren 1980). De glazen pui aan de achterkant kan opengeschoven worden. Ook in de westelijke zijgevel is een hoog venster. Het overgebleven stuk muur wordt in beslag genomen door een open wandmeubel van palissanderhout naar ontwerp van de architect met één klep waarachter de drankvoorraad kon worden opgeborgen en een tweede klep voor de glazen.

De parketvloer is gemaakt van blokvormig gelegde, eikenhouten planken. In de jaren 1980 werd een houten plafondbekleding en een zware schouw aangebracht in het noordelijke deel van de woonkamer met het verlaagde plafond. Bij de verbouwing en restauratie uit 2014 werden deze onderdelen verwijderd; de haard was te zwaar voor de constructie. Het plafond bestaat uit de oorspronkelijke geribbelde zachtboard plafondplaten; het verlaagde plafond is gestuukt.

 

Het koffiekeukentje bestond uit een aanrecht met gootsteen, een aantal planken voor de kopjes, grijze wandtegels en een eikenhouten parketvloertje. Deze ruimte is bij de verbouwing uit 2014 opgeofferd en vervangen door een spiltrap naar het souterrain met halfronde wand aan de zijde van de woonkamer.

De woonhal gezien vanuit de gang richting woonkamer en eetkamer.
De eetkamer met betegelde wand uit de bouwtijd gezien richting gang en keuken.
Bij de personeels- en leveranciersingang is een plantenbak voor tuinkruiden en een ‘broodkast’ voor afgegeven boodschappen.

Eetkamer en keuken

 

De eetkamer ligt aan de voorzijde van het huis boven de garage en had oorspronkelijk eenzelfde eikenhouten parketvloer als de woonkamer en een brede doorgeefkast naar de keuken. Beiden werden vervangen om een grotere keuken en een open verbinding tussen beide ruimtes mogelijk te maken. Ter weerszijden van de deur naar de keuken was een vaste hoekkast en de genoemde doorgeefkast. Aan de eetkamerzijde had deze kast drie blank houten onderkasten met daarboven twee crèmekleurige rolluiken die de planken van de doorgeef konden afsluiten. De vloeren zijn belegd met dezelfde, maar nieuwe Solnhofer platten. Ook de tegels in de woonhal werden vervangen en deels herbruikt in de gang in het souterrain.

 

De wand tussen eetkamer enerzijds en de keuken en gang anderzijds is verder nog in tact. Boven de toegangsdeur vanuit de gang en boven de voormalige doorgeefkast is een verlaagd plafond met een grenenhouten lijst. De centrale muurdam omvat het afvoerkanaal voor het fornuis dat aan de keukenzijde in de hoek was geplaatst. Aan de eetkamerzijde is deze muurdam bekleed met kleurige mozaïektegeltjes uit de bouwtijd. De wanden van de nis bij de toegangsdeur zijn voorzien van watervast hardboard, zogenaamd Masonite. Op de vensterbanken liggen lichtgrijze, geglazuurde keramiektegels.

 

In de keuken lag een linoleum vloer en er stond een klein Bruynzeel keukenblok in de hoek bij de leveranciers- en personeelsingang. Er waren (niet-inwonende) jonge vrouwen voor huishoudelijke hulp en bediening bij de familie De Koning. Het keukenblok had twee bovenkastjes, één aanrechtkastje met dubbele deuren en drie lades met uitschuifbare snijplank en een roestvrij stalen aanrechtblad. De wanden waren deels met zachtgele tegels afgewerkt, passend bij de crèmekleurige keukenkasten. In de hoek bij de toegangsdeur vanuit de gang stond een grote koelcel. De inrichting van de keuken is helemaal vernieuwd.

De voormalige ouderslaapkamer met balkon aan de achterzijde.
Detail van de vinylbekleding van de kastenwand in grijs en blauw.
De originele blauwe wastafels werden teruggeplaatst in de badkamer.
De aangrenzende wc heeft nog de oorspronkelijke betegelingen en sanitair.

Slaapvertrekken en sanitair

 

Aan de lange gang van de oostelijke vleugel liggen verder drie slaapkamers: de kamer voor dochter Stieneke met douche en wastafel (nu verdwenen) en de kamer voor zoon Martien met wastafelnis. Tussen zijn kamer en de ouderslaapkamer aan de achterzijde van het huis ligt de badkamer, vanuit beide kamers te bereiken. De vaste kastenwand in de ouderslaapkamer is bekleed met lichtgrijs en blauw vinyl en is opgedeeld in vijf hoge kasten met hang- en legfaciliteiten, een dassenrek enzovoorts en vijf bovenkasten. Alle slaapkamers hebben een balkon met teakhouten hekwerk dat bij de restauratie werd behandeld en teruggeplaatst.

 

Aan het einde van de gang ligt de wc die zowel vanuit de gang als vanuit de badkamer toegankelijk is. De wc is nog volledig in originele staat met de lichtgrijze en bordeauxrode betegeling van de wanden, de lichtgrijze mozaïektegeltjes op de vloer en het sanitair bestaande uit een blauwe wastafel met verchroomde kraan, houder voor een drinkglas en asbak. In de badkamer werden alleen de blauwe wastafels teruggehangen die in het souterrain werden gevonden. Vanuit de gang is via een zwevende buitentrap het terras bereikbaar.

De trap naar de personeels- en leveranciersingang.
De teruggebrachte kleuren van de deuren beneden.
De ‘boenloods’ gezien vanuit de gang met wand van kruisribbelglas en Masonite.
De wasbak voor de was en de slobgootsteen voor de schoonmaak.

Motor en mechaniek van het elektrische valraam

 

Achter die ruimte bevinden zich nog een wc en een logeerkamer met badkamer die uitkijkt op de achtertuin. Aan de andere zijde van de gang bevindt zich onder de trap een diepe voorraadkast en verderop in de gang nog twee vaste kasten voor berging. Achter de voorraadkast is het souterrain bereikbaar via een laag trapje naar de stookruimte met de motor en het mechaniek van het erboven gelegen valraam en een opslagkelder. Er werd aanvankelijk op olie gestookt.

 

Deze ruimte werd in 2015 doorgetrokken tot onder het terras achter de ontvangsthal. Hier werd de bar uit de jaren 1970 aangebracht en er kwamen extra ruimtes bij: een werkkamer, slaapkamer met badkamer en wc en een brede glazen vouwpui die de ruimte verbindt met een nieuw, verdiept gelegen terras. De nieuwbouw werd met een spiltrap verbonden met de woonverdieping via de ruimte die was vrijgekomen op de plaats van de koffiekeuken en tevens verbonden met de voormalige dienstvleugel via een trap van enkele treden bekleed met travertin.

De trap vanaf de begane grond naar de woonhal.
De woonhal met vaste plantenbakken.

Verwarming en verlichting

 

Het hele huis werd verwarmd met hete luchtverwarming via lage convectoren, die onder alle ramen waren gepositioneerd. Als onderdeel van de verduurzamingsmaatregelen werd een warmtepomp geplaatst en werden zonnepanelen op de daken gelegd. De meeste convectoren zijn vervangen. Alleen de convectoren in de grote hal, die in de plantenbakken zijn geïntegreerd, bleven behouden. In een aantal ruimtes is vloerverwarming aangelegd.

 

Het oorspronkelijke verlichtingsplan bestond uit een groot aantal plafondlampen waarvan de nog bestaande armaturen zijn teruggeplaatst. Dit betreft de matglazen schalen van de buitenverlichting aan de onderzijde van de overstekken van de entree en de achterzijde, de glazen ‘vaasjes’ in de ontvangsthal en de bolvormige lampen in de gang op de slaapverdieping. Ook het originele schakelmateriaal dat werd teruggevonden is teruggeplaatst.

 

De huidige eigenaar vertelt beeldend over de werkzaamheden die nodig waren om het zwaar vervallen huis weer de allure te geven die het verdient. Vooral het funderingsherstel en de verduurzamingsmaatregelen vergden ingrijpende werkzaamheden aan het gebouw. Maar het is gelukt om de karakteristieke jaren vijftig bungalow te herstellen met behoud van de architectuur- en interieurhistorische kwaliteiten.

 

 

Interview met Victor de Leeuw: klik hier!

 

Tekst: Barbara Laan

Foto’s: Bert Muller

Copyright: SHI/BMbeeld 2026

 

Bronnen

Bouwtekeningen, foto’s en krantenartikelen in bezit van de eigenaren

M. Giele, ‘Architectuur als redmiddel tegen sloop van naoorlogse woningbouw’, blog 12 aug. 2020, www.dearchitect.nl

S.C.E. Huizinga, Bungalows. Het kleine landhuis in Nederland, z.pl. 2021, p. 132-135

‘Koni Oud-Beijerland begon als zadelmakerij’, www.digibron.nl

De garderobe met verlichte spiegel.
De deurgreep van het tochtportaal.

Meer info over dit huizenportret?

Stuur ons een mail