Het is geen villa maar een woonhuis
Tijdens mijn bezoek aan het tijdelijk leegstaande Huis Naalden in Best, wordt ik verrast door de betrokkenheid van alle buren met dit bijzondere huis, ontworpen door de internationaal bekende architect Dom Hans van der Laan (1904-1991). De naaste buren, Henk en Martina, komen nieuwsgierig vragen of ze even binnen mogen kijken, want ze zijn al zo lang niet ín het huis geweest.
Hun eigen huis is in 1983 gebouwd voor een tandarts en zij wonen er ‘pas’ 23 jaar, dus ze hebben Jos Naalden, de opdrachtgever, niet gekend. Maar ze kennen wel de andere buren. Ze willen mij wel met hen in contact brengen. Ik ben dankbaar, want ik zou willen weten wie Jos Naalden was als persoon, hoe hij er woonde en wie er na hem in het huis hebben gewoond. Er is vooral veel gepubliceerd over het ontwerp van het huis, de ontwerper en zijn architectuurtheorieën: de benedictijner monnik en architect Van der Laan en zijn matenstelsel afgeleid van het zogenaamde plastische getal. ‘Het is geen villa’, schijnt Jos Naalden te hebben gezegd. ‘Het is een woonhuis, dus ik noem het: Huis Naalden.’
Frietrun, de vrouw van de dierenarts, vertelt over haar contacten met Jos, zelf ook architect, over het echtpaar Ten Broeke en hun twee kleine meiden, die het huis van hem kochten, en over de huurders van monumentenorganisatie Hendrick de Keyser, de huidige eigenaar van het huis (sinds 2012). ‘Nee’, zegt zij beslist, ‘als je alles over het huis en de bewoners wilt weten, dan moet je bij Netty en Jan zijn. Zij wonen hier het langst, sinds 1981, dus al meer dan 40 jaar.’ Zij wonen in het huis op nummer 1, aan hetzelfde pleintje, hij was huisarts, zij nog steeds kunstenares. ‘Ze zijn thuis, maar ze doen mee aan de kunstroute, dus ze zullen wel druk zijn.’
Je maakt mij niet blij met bloemen, en het huis ook niet
Een vriendelijke man doet open. ‘Ja hoor, kom maar binnen, we lopen even naar achter, dan kunnen we op het overdekte terras zitten.’ In het voorbijgaan zie ik een aantal meubels van Dom van der Laan staan in de keuken, maar voordat ik ernaar kan vragen begint Jan al te vertellen. ‘Als je Jos een bos bloemen wilde geven zei hij steevast: “Je doet me geen plezier met bloemen, dat past niet bij de Bossche School.”’ De Bossche School is de informele naam van een groep architecten die werkten volgens de leer van Dom van der Laan. Zij volgden zijn postacademische Cursus Kerkelijke Architectuur in Den Bosch. Even later komt Netty binnen en vult direct aan: ‘Jos zei over bloemen altijd: “Je maakt mij daar niet blij mee, en het huis ook niet.”’
Jan vervolgt: ‘Jos Naalden was een heel gelovige man, hij hield van soberheid. Hij woonde alleen in het huis. De naam Mulder die ook naast de voordeur is te vinden is van een latere huurder. Soms kwam de vriendin van Jos logeren, een lieve vrouw: Maud heette ze, ze woonde in Oostenrijk. Zij is overleden toen hij hier nog woonde. Dat maakte hem heel verdrietig. Zelf is hij in 2016 overleden. Ruim tien jaar eerder had hij het huis al verlaten. Zijn appartement in Breda had hij helemaal omgetoverd tot een Bossche School interieur.’
We zijn getrouwd op Bossche School-meubels
Hoe raakten jullie geïnteresseerd in de Bossche School? Jan: ‘Ons eigen huis heeft elementen van de Bossche School en de architect, Louis de Kok (1937-2013), had zelf Bossche School-meubels en wij ook, dat had je al gezien in de keuken. Daar staan een tafel en een paar stoelen van Van der Laan. Het zijn geen originelen, we hebben ze laten uittekenen door Louis en hij heeft ze laten maken. En Netty wilde graag een keuken in de trant van de Bossche School, dus die hebben we ook laten maken en laten schilderen in Bossche School-paars. In mijn spreekkamer had ik een bureau en een kast, ook Bossche School. De meubels zijn sober, ze zijn gemaakt om er voor je te zijn.’
Netty: ‘We hebben ook nog acht originele stoelen van Dom van der Laan, die komen uit het gemeentehuis in Budel. Het zijn juweeltjes, van kersenhout, ik zal ze zo laten zien. We zijn getrouwd in Budel: we zaten daar op zijn meubels! Maar toen ze weg moesten wilde niemand ze hebben. Veel mensen uit de streek konden de meubels niet waarderen. Ze werden niet gezien en kwamen terecht in koeienstallen en kippenhokken, of ze werden vertimmerd tot lijkenkist.’
Jan: ‘Huis Naalden is beroemder buiten, dan binnen Best. Ze kwamen met busladingen vol, veel architectuurtoeristen, mensen met fototoestellen. En nu het eigendom is van Hendrick de Keyser is het een paar keer per jaar opengesteld.’
Je mocht niets verkeerd neerleggen
Jullie zijn dus al eerder in aanraking gekomen met het werk van Van der Laan, en wat vonden jullie van het huis van Jos Naalden? Jan: wij zijn altijd enthousiast geweest over het huis.’ Netty: ‘Het is een afwijkend huis, niemand had dat.’ Jan: ‘Wij vonden het toen al goed, maar Jos maakte wel dat ons enthousiasme is gegroeid. We werden door Jos meegenomen. We zijn echte fans van de Bossche School-architectuur geworden.’
En zouden jullie er ook willen wonen? Jan: ‘In dat huis was letterlijk alles Bossche School, het ontwerp, de meubels, de lampen, zelfs hoe de loper op tafel lag, het servet. En je mocht niets verkeerd neerleggen! Ik ben wel een groot fan, maar toleranter van opvatting. Het huis heeft een zeker abstractieniveau, niets leidt je af van de geest. Het mag niet kleurrijk zijn, geen kunst aan de muur, dat zou te veel afleiden.’
Bij ons hangt er juist veel kunst aan de muur. Ik voel voor de filosofie van het huis en de vertaling naar de architectuur, maar ik zou er niet zelf willen wonen. Wij hebben te veel spullen en er is nauwelijks bergruimte in dat huis.’
Zo’n huis beschouw ik als kunst
Netty: ‘Ik wel hoor, ik zou er wel willen wonen! Maar Jan heeft gelijk, ons hele huis en zelfs de tuin staan vol met kunstobjecten, schilderijen, beelden, ook werken van mij zelf. Wij zijn verzamelaars, kijk maar om je heen. We verzamelen kunst die schuurt. Ik ging in 1993 naar de kunstacademie, daarna gingen we kunst verzamelen.’
Jan wijst naar een ijzeren kooi met een beeld van een aapje erin dat naar buiten wil. ‘Kijk dat aapje bij voorbeeld, hij probeert eruit te komen via het toegangsdeurtje. Hij ziet niet dat de kooi aan de achterkant open is. Dat zijn wij, dat is de mens. We kunnen soms gefocust zijn op één beeld van de werkelijkheid. Dat intrigeert me en ik zie het nu in dit kunstvoorwerp. Kunst is expressievol.’
Na een korte overpeinzing gaat hij verder: ‘Kunst laat je iets voelen, waar je op dat moment nog niet met je ratio bij kan. Dat huis, als ik daar binnen kom…, het werpt je terug op je geest, op je zijn. Zo’n huis beschouw ik als kunst.’
Bekijk het Huizenportret: klik hier!
Tekst: Barbara Laan
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2026