Interview Herman en Yelena de Waal

Architectuurboeken en roofvogels

Met een waterval aan woorden word ik door Herman de Waal (geboren 1933) ontvangen in het penthouse, waar hij tegenwoordig woont met zijn vrouw Yelena. Eerst krijg ik een uitgebreide rondleiding door het appartement met prachtig uitzicht over Utrecht, aan de westkant de Domtoren en de skyline met hoogbouw daarachter. Aan de oostkant begint het uitgestrekte groen van de Utrechtse Heuvelrug.

 

Zijn boekencollectie met veel architectuurboeken heeft hij na de verhuizing moeten terugbrengen tot zo’n 1500 titels; de verzameling Europese opgezette roofvogels gaat naar een stichting op Terschelling. Alleen de witte giervalk, de keizer van de jacht, is achtergebleven.

 

Dan serveert Yelena koffie met veel melk en chocoladetaart, maar hij komt er de komende uren niet aan toe, zo gedreven is hij aan het vertellen over zijn passies en de huizen die hij gedurende zijn leven liet bouwen.

De zijgevel van Huis De Waal met de zonnetoren gelegen aan de zijde van een aftakking van de Kromme Rijn.
Herman de Waal kijkt uit over het water. Foto Het Utrechts Archief.

Verlicht opdrachtgeverschap

Met een fonkeling in zijn lichtblauwe ogen zegt hij vol trots: ‘Mijn goede vriend Fons Asselbergs noemt mij een “verlicht opdrachtgever”, omdat ik houd van buitenissige architectuur. Mijn eerste huis is geïnspireerd op de huizen van Frank Lloyd Wright en mijn tweede huis is een vroeg voorbeeld van de organische architectuur van Ton Alberts (1927-1999), beide zijn hier in Utrecht-Rijnsweerd gebouwd. Maar het meest overweldigend vind ik het ontwerp van Piet Blom voor ons huis in Amersfoort: het Russisch paleisje.’

 

‘Dat was een heel mooi huis inderdaad’, beaamt Yelena die er zo’n dertig jaar woonde met haar man Herman. ‘Het is heel licht want het heeft ramen aan alle kanten, net als hier. We zijn er weggegaan om dichter bij de kleinkinderen te wonen.’

Russisch paleisje met hoofdhuis en poortgebouw gelegen aan een water.

Een bouwer en een liefhebber

‘Mijn vader was de eerste bouwer in de familie, hij had op een gegeven moment een eigen bouwbedrijf. Mijn grootvader was kuiper, hij maakte houten vaten. Zelf heb ik een technische opleiding gedaan aan de toenmalige HTS.’

 

Het Utrechtse bouwbedrijf van Herman de Waal ging in 1972 op in Wilma Bouw waar hij directeur bleef. Het bedrijf bouwde grote delen van Rijnsweerd, Lunetten en Nieuwegein, maar hij bouwde ook in andere gemeenten, waaronder Zoetermeer.

 

‘Alberts had in Zoetermeer een opdracht van de Stichting Bevordering Eigen Woningbezit. Omdat ik hield van buitenissige bouw werd ik benaderd als aannemer. Alberts had een reputatie van “sociaal architect”. En we vonden het allebei mooi om te zien wat ambachtslieden kunnen bouwen. Dat is een liefhebberij van mij.’

Huis De Waal lijkt op de standaard woningen ernaast, maar heeft een organische vormgeving.
Het kleimodel vormde het uitgangspunt van het organisch gegroeide ontwerp. Foto Het Utrechts Archief.

Huis De Waal

Nadat Herman Ton Alberts in Zoetermeer had leren kennen gaf hij hem de opdracht het organische Huis De Waal aan de Johan Buziaulaan 15-19 te ontwerpen (1978-1980). Het huis, dat een samenvoeging was van twee standaard woningen, staat in de wijk Rijnsweerd-Oost die door Alberts werd bedacht en door Wilma Bouw werd ontwikkeld. De architect Max van Huut werkte er ook intensief aan mee.

 

‘Alberts boetseerde een kleimodel van het huis en liet zijn medewerkers en de metselaars meedoen met het modelleren van het ontwerp. Hij vond dat “waarachtig”.’

 

Herman zag in dat het lastig zou worden om er tekeningen van te maken. Hij kreeg het bij de gemeente voor elkaar dat de vergunning werd verleend op basis van het kleimodel. Het betonskelet is hetzelfde als dat van de omringende standaard woningen. Alleen bij huis De Waal werden ‘de muren opgedikt van 20 naar 40 centimeter’, vertelt hij mij.

 

Voor een interview met Max van Huut: klik hier!

De zonnetoren was voor Herman de Waal een sterrentoren.

Een zonnetoren of een sterrentoren

‘Alberts had de ambachtslieden hoog staan en ik gaf hem de vrije hand’, vervolgt Herman. Maar de toren had ik liever bij de ingang gehad, dat was beter geweest. Alberts noemde het de zonnetoren, die zich als een lotusbloem opent naar de zon. Hij was antroposoof, maar daar kon ik hem niet in volgen. Hij geloofde in het bovenzinnelijke, ik heb een ander wereldbeeld. Geen esoterisch wereldbeeld, maar wel diepere gevoelens over ‘het veilige’ en ‘de natuur.’

 

‘De organische bouw sluit aan bij de gevoelswereld van mensen. Een zitkuil geeft beschutting en het hele huis is een en al bescherming, zoals een grot in de oertijd. Ik ben niet gelovig, maar ik geloof wel dat het goddelijke overal is, in een plant, een tafel, een stoel en in onszelf. En wij zijn niet de enige ontwikkelde dieren in deze wereld!’

 

Herman legt uit wat de toren dan wel voor hem betekende. ‘Het heelal is oneindig. In het heelal worden elke dag sterren geboren en sterven er sterren. Ik nam mensen altijd mee de toren in om boven naar de sterren te kijken, die toren was voor mij pure romantiek. Maar ik heb welbeschouwd nauwelijks in het huis gewoond.’

Foto uit de jaren 1980 van de zitkuil. Foto Het Utrechts Archief.

Familiehuis

‘Eerst woonden mijn toenmalige vrouw Janine en ik in De Bilt en later in het “Frank Lloyd Wright-huis” dat ik had laten bouwen in 1969, Ovidiuslaan 7. Ik heb de architect Salvatore gevraagd zich te laten inspireren door de huizen van de Amerikaanse architect omdat ik die zo mooi vond, vooral Fallingwater in Pennsylvania.’

 

Het Huis aan de Ovidiuslaan heeft Herman altijd aangehouden naast het huis aan de Johan Buziaulaan. De huizen liggen op loopafstand van elkaar en zijn nog steeds in de familie. Hij en zijn vrouw zijn in die tijd gescheiden en zij is op enig moment terug verhuisd naar de Ovidiuslaan.

 

‘Ik ben een tijdje gaan zwerven over de wereld, ik wilde schoon schip maken. In Maleisië werd ik directeur Far East: Wilma Bouw wilde uitbreiden in het verre Oosten. Later heb ik nog even kantoor gehad in Huis De Waal in het linker deel van het huis, op nummer 19.’

 

Herman vertelt dat de Johan Buziaulaan op een gegeven moment werd verhuurd en dat een aantal van zijn kinderen er hebben gewoond. ‘Onze dochter Tessa heeft er kort gezeten en Jan Willem met zijn kornuiten van de studentenvereniging. Momenteel woont Rosan er al heel lang met haar man. Hun twee kinderen zijn er opgegroeid.’

Foto uit de jaren 1980 van de zitruimte. Foto Het Utrechts Archief.
Foto uit de jaren 1980 van de woonkeuken richting serre en zitruimte. Foto Het Utrechts Archief.

Twee beroemde huizen

Het organische Huis De Waal van Ton Alberts is de geschiedenis ingegaan als het eerste van de spraakmakende gebouwen die Alberts & Van Huut in die stijl zouden ontwerpen, zoals het hoofdkantoor van de voormalige Nederlandse Middenstandsbank (thans ING) in Amsterdam Zuidoost en het hoofdkantoor van de Gasunie in Groningen. Het ontwerp werd gemeenschappelijk uitgewerkt op de bouwplaats door het stapelen en behakken van de bakstenen aan de buiten- en de binnenzijde. De ongebruikelijke methode en het organische groeiproces dat daar uit voort kwam waren revolutionair en werden internationaal geprezen.

 

Het geniale, zeer complexe ontwerp van Piet Blom voor het Russisch paleisje is enig in zijn soort gebleven. Het is veelzeggend dat de architect Piet Blom is opgenomen in een Duitse publicatie over de 100 beste architecten van de 20ste eeuw. De bruisende creativiteit van dit late werk is volgens de overlevering aangewakkerd door de verschijning en het pianospel van Hermans nieuwe liefde Yelena.

 

‘Piet was echt verliefd op mij’, vertelt Yelena. ‘Hij liet zich meevoeren door zijn fantasieën over mijn pianospel.’ Zo vond hij dat er een ‘werkgebouw’ moest komen waar ze zou kunnen oefenen en studeren, eventueel met leerlingen (het poortgebouw). Hij vond dat zij recitals zou moeten kunnen geven in de ‘muziekstudio’ onder het terras (niet uitgevoerd) of in de ‘muziekzaal’ op de bovenste verdieping. Hij regelde zelfs allerlei mogelijkheden voor haar om op te treden, onder andere in Monnickendam, waar hij zijn architectenbureau had.

 

Bekijk het Huizenportret van het Russisch paleisje: klik hier!

Russisch paleisje in Amersfoort met de vleugelpiano van Yelena.

Het eeuwige leven

‘Het eeuwige leven bestaat niet, of toch wel?’, vraagt Herman zich hardop af. ‘Het eeuwige leven ligt verborgen in je kinderen en kleinkinderen, daarin is de geschiedenis van de soort vastgelegd,’ is zijn overtuiging. ‘Er is niets mooiers om een kind in je armen te houden dat net is geboren, of net één of twee jaar oud is: ik vind ze om op te vreten! Dat is het waard om voor te leven!’

 

Yelena is al een uurtje eerder vertrokken om voor een van de kleinkinderen te zorgen. Zo kan het leven zijn…

 

 

Bekijk het Huizenportret van Huis De Waal: klik hier!

 

 

Tekst: Barbara Laan

Foto’s: Bert Muller

Copyright: SHI/BMbeeld 2026

Foto uit de jaren 1980 van het kantoor van Herman op nummer 19. Foto Het Utrechts Archief.