Aan een lommerrijke laan met moerascypressen staat een exotisch huis: het Russisch paleisje. Het maakt deel uit van de experimentele wijk Zielhorst-Park in Amersfoort en is gebouwd in opdracht van aannemer en projectontwikkelaar Herman de Waal voor de Russische pianiste, Yelena Proesha. Zij woonden er samen zo’n 30 jaar.
In 2025 kwam het huis in handen van zijn zoon Patrick de Waal. Naar verwachting zal hij het huis eind 2026 betrekken, samen met zijn liefde Rosemary Verburg, na een zorgvuldige renovatie. Daarbij zijn de eigenzinnige architectuur en de uitgesproken kleuren, vormen en materialen die het huis kenmerken, gerespecteerd. De vleugelpiano van Yelena is achtergebleven in de muziekzaal op de bovenste verdieping van het huis op verzoek van de nieuwe bewoners.
Het huis behoort tot de laatste werken van architect Piet Blom (1934-1999), bekend van de kubuswoningen in Helmond en Rotterdam en de Kasbah in Hengelo. Herman de Waal en Piet Blom kenden elkaar al langer en de architect raakte ook goed bevriend met Yelena tijdens het ontwerp- en bouwproces. De opgave was om een huis te bedenken in houtskeletbouw refererend aan Byzantijns-Russische, houten kerken uit Yelena’s geboorteplaats Irkoetsk. De uivormige koepels op het huis en het poortgebouw dragen bij aan de sprookjesachtige aanblik.
Het huis met een grondplan van slechts 10 x 10 meter staat op een groot perceel van 25 x 40 meter en wordt aan de noordzijde begrensd door een sloot, de ‘slotgracht’. Daarachter ligt een groenstrook grenzend aan de Grandpré Molierestraat. Het poortgebouw ligt aan de westzijde. Achter het toegangshek leidt een gebogen oprijlaan naar de hoofdingang van Haussmannstraat 22.
Zowel voor de architect als voor bouwbedrijf Wilma Bouw, waar Herman directeur was, waren de vorm, de constructie en de toepassing van nieuwe materialen een uitdagend experiment. De draagconstructie bestaat uit vier schachten die als schoorstenen door het dak steken. Ze dragen de dikke betonnen vloeren en het piramidevormige dak. Ze zijn uitgevoerd in een witte kunstkalkzandsteen en dienen deels als schoorstenen en deels om technische installaties in onder te brengen. De uivormige koepels van glasvezelpolyester vormen de bekroning van deze enorme schachten.
De hoofdvorm van het gebouw met de schachten en het tentdak doet denken aan een Noord-Hollandse hooiberg; Blom werkte vanuit Monnikendam. De gevelopbouw is van hout met een bekleding van Trespa-panelen voorzien van een speels, decoratief patroon met harten en krullen. De krullen zijn ook verwerkt in het toegangshek. De dakopbouw bestaat uit houten balken met daarop een houten dakbeschot en een dakbedekking van aluminium. Zowel buiten als binnen vallen de heldere kleuren groen en blauw van het schilderwerk op.
Het ontwerp van Piet Blom kan zonder meer gewaagd worden genoemd. Blom staat bekend als een maatschappelijk bevlogen en zeer inventieve en innovatieve architect. Hij studeerde aan de Academie van Bouwkunst bij de structuralist Aldo van Eyck. In hun architectuur staat de mens en het bevorderen van saamhorigheid tussen mensen centraal. Met het Russisch paleisje geeft Blom blijk van onorthodox en creatief denken en voegt zo een uniek huis toe aan zijn toch al opmerkelijke oeuvre.
Een verrassend ontwerp
Het ontwerp van het Russisch paleisje zit vol ruimtelijke verrassingen. De verdiepingen zijn met elkaar verbonden door veelvormige, open trappen met onverwachte doorzichten. Volumes en vlakken zijn ten opzichte van elkaar gedraaid of gekanteld. Ruimtes zijn afwisselend groot en klein, laag en hoog en bijna nergens helemaal afgesloten door wanden, maar in open verbinding aan elkaar geschakeld.
De meest wonderbaarlijke vondst is wel de vorm van het piramidevormige dak waarvan de dakvlakken ook aan de onderzijde uitlopen in een punt. In het interieur is goed te zien dat de open dakstoel bestaat uit een samenstelling van deze vier ruitvormige dakvlakken waarvan de belijning doorloopt aan de onderzijde, maar ook in die van de centrale lichtkoepel.
Het interieur is licht door de vele ramen op onverwachte plaatsen, Ze zitten aan de bovenzijde van de vier puntgevels waaruit het huis is opgebouwd. Ook zijn ze te vinden tussen deze puntgevels in, op de afgeschuinde hoeken van het gebouw en in de nok van het tentdak, de lichtkoepel.
De drie hoofdniveaus zijn een souterrain (slaapverdieping), een eerste verdieping (woon-eetverdieping) en een bovenste verdieping, de zitkamer tevens muziekzaal. Het souterrain geeft aan de westzijde toegang tot het lagere deel van de tuin. Op de woon-eetverdieping liggen de keuken, eetkamer en een intieme zithoek. Vanuit een glazen erker bij de keuken is het hoger gelegen terras te bereiken. De bovenste verdieping was bedoeld als ruimte voor ontvangsten en pianorecitals onder het acht meter hoge dak. Daar staat nog steeds de vleugelpiano van Yelena. Achter de vleugel kon zij haar prachtige pianospel door het hele huis laten klinken, gedragen door de geweldige akoestiek.
De vier nevengeschikte vloerniveaus zijn kleiner en liggen tussen de grotere drie vloerniveaus in. Het entreegebied ligt op de begane grond aan de zuidwestzijde van het huis. Vandaaruit zijn het souterrain en de woon-eetverdieping bereikbaar via het grotendeels open trappenhuis. Tussen de woon-eetverdieping en de muziekzaal bevindt zich een splitlevel boven het entreegebied bestaande uit een werkkamer met een voorruimte. Dit niveau is te bereiken via een klein bordes met de toegang tot een toilet. Vanuit het entreegebied voert ook nog een trapje naar een ondergrondse gang die leidt naar het tuingebouw.
De ruimtes liggen geschakeld rondom een grotendeels open trappenhuis, dat geen trappenhuis is in de klassieke zin van het woord. Het is eerder een labyrint van trappen die allemaal verschillend zijn van karakter. Een waaiertrap leidt naar het souterrain. De steektrappen naar de woon-eetverdieping en de bovenste verdieping zijn als kasteeltrappen: smal en met overwelfde doorgangen. Deze zijn aangelegd dwars door een van de kunststenen schachten heen. Weer een andere trap is breder en opent zich naar de centrale vide. De rechte trappen rondom de vide doen een beetje denken aan een ruimtelijk doolhof van de graficus Escher.
Beneden zijn de ruimtes klein en relatief afgescheiden. Het huis wordt ruimer en lichter naarmate je hoger komt met als apotheose de zitkamer tevens muziekzaal, een ruimte zonder binnenmuren met zicht op alle hoeken van het huis en op de omringende tuin via hoge raampartijen. Op het hoogste niveau van deze ruimte is tegen de breedste van de vier schachten een trapje aangebracht om bij een deur te komen, als een soort hemelpoort. Vandaaruit kijk je helemaal in de diepte van het trappenhuis.
In de eerste ontwerpen is het huis nog voorzien van een halfronde concertzaal in het souterrain, gelegen onder het verhoogde terras aan de achterzijde. Deze ‘muziekstudio’, zoals de ruimte wordt genoemd op een van de bouwtekeningen, brengt een verbinding aan tussen het huis en het tuingebouw. Blom bedacht een toegang voor bezoekers van Yelena’s pianorecitals op de plaats van het huidige tuinhuis. Zelf zou zij de zaal betreden via de eigen slaapverdieping ter plaatse van de huidige wasruimte. Aan die zijde van de zaal was haar vleugel gedacht; aan de zijde van de bezoekersingang waren de stoelen bereikbaar die in driekwart cirkels rondom de vleugel zouden worden opgesteld.
Aan de tuinzijde zou een breed, schuin geplaatst glazen dakraam de zaal verlichten. Deze situatie is niet als zodanig uitgevoerd. In de uitgevoerde situatie is het verhoogde, halfronde terras wel aanwezig, maar niet de ruimte eronder, behalve de ondergrondse gang, die het hoofdgebouw met het tuinhuis verbindt. De muziekzaal is in de uitgevoerde situatie ondergebracht in het huis zelf. De zaal is letterlijk opgetild naar de mooiste verdieping met uitzicht op de omringende tuin.
In het poortgebouw is een ruim bemeten huisvesting voor duiven opgenomen onder de royale koepel van de toren. Daar vlogen de postduiven van Herman af en aan, als de poortwachters van het paleis. Kastanjebomen en grote, rond gemetselde plantenbakken met Rhododendrons begeleiden de bezoeker vanaf het decoratieve hek van verzinkt staal in een lichte boog naar de bescheiden hoofdingang. In het poortgebouw is ruimte voor opslag en een atelier met verwarming en stromend water.
Yelena schijnt Piet Blom lyrisch gemaakt te hebben door haar verschijning en haar pianospel. Zij inspireerde hem tot het ontwerp dat Herman voor haar liet bouwen. Zij speelde op de piano in het café waar Piet, Herman en zij bij elkaar kwamen om over het ontwerp van het huis te praten in 1989. Ze speelde ook voor hem als eerbetoon na zijn overlijden in 1999.
Het is geen traditionele manier van wonen: beneden slapen en boven wonen. In het Russisch paleisje is eigenlijk het hele woonprogramma eigenzinnig. De ouderslaapkamer bestaat uit een aantal geschakelde ruimtes die slapen, baden en zitten mogelijk maakt. Deze ‘suite’ bestaat uit een zitruimte met open haard die in open verbinding staat met de woon-eetverdieping en een slaapkamer met een op maat gemaakt, achthoekig, dubbel bed. De enige afgescheiden ruimte is de bijbehorende badkamer met twee wastafels, bidet en een bad met douche. Oorspronkelijk was er rekening gehouden met de mogelijkheid om in de muziekzaal onder het hoge dak te slapen, als op een loft, evenmin een alledaagse keuze. Vandaar dat er nog steeds een badkamer met douche en toilet aanwezig is. Aanvankelijk zou hier ook een pantry komen. Nu staat op die plaats alleen een dubbel bergmeubel.
Een ander opmerkelijk onderdeel van het interieur is de erker tussen de keuken en het verhoogde terras. Er is een vast bankje en een brede vensterbank bekleed met hardstenen tegels. Deze hoofdzakelijk glazen ruimte is gelegen op het zuidoosten en geschikt voor het plaatsen van grote, hoge planten. Herman en Yelena hielden er vooral cactussen.
De vloeren in het huis zijn gemaakt van gewapend beton waarin vloerverwarming is opgenomen. Tegen de onderzijde zijn decoratieve balken geplaatst tegen de plafonds van de onderliggende verdiepingen. De dekvloeren bestaan overal uit een betegeling van witte en beige, in patroon gelegde, mat geglazuurde tegels. Dit zorgt voor een grote mate van eenheid in het interieur. Het patroon imiteert een platbinding waardoor het lijkt alsof het een geweven tapijt is. De kleurstelling harmonieert met de witte kunststenen schachten en lage muurtjes. Deze harde materialen maakte het noodzakelijk om de wanden te voorzien van een akoestisch voordelige afwerking. Blom koos voor een eenvoudige jute wandbekleding. Tegenwoordig is deze vervangen door een geluidsabsorberend materiaal dat bruingrijs werd geschilderd.
De houten balustrades van het trappenhuis en bij de vide met de open haard zijn geschilderd in beige en rood. De kleuren harmoniëren met de tegelvloer en de lichte bruintinten van de beplanking tussen de decoratieve plafondbalken. Samen met het spektakel van de groene balken, staanders, liggers, ribben, kozijnen en het blauwe raamhout is het kleurenpalet karakteristiek voor het werk van Piet Blom. Het groen getinte dubbele glas weert niet alleen de ergste zon, maar draagt ook bij aan het kleurrijke effect.
Ook ontwierp Blom een behoorlijke hoeveelheid vaste inbouwmeubelen in eenvoudige materialen, maar elegante vormgeving. Diverse sobere bergmeubelen zoals ’kasten’ voor boeken bestaan slechts uit planken en staanders of simpele plankdragers. De aandacht van de ontwerper zit vooral in de detaillering en de verbindingen. Deze boekenkasten maken een lichte indruk doordat er geen houten achterwand is: de kast hangt aan de plafondbalken (kinderslaapkamers en woon-eetruimte). Bij de grotere boekenkast op het woon-eetniveau zijn de verticale delen los van de muur gehouden wat de kast een extra elegantie geeft.
In de werkkamer steunen de verticale delen van de boekenkast op de vloer. Sommige boekenplanken zijn groen geschilderd. Andere boekenplanken, kasten en bureaubladen zijn uitgevoerd in spaanplaat met kunstfineer in een lichte ‘berken-look’. Dit materiaal werd ook gebruikt voor de bedden van de ouders en hun drie kinderen. Alleen de kleinste kinderslaapkamer heeft nog zo’n bed. De bureaus in de andere kinderslaapkamer en de werkkamer bleven behouden.
De twee ingebouwde zitmeubelen zijn niet bewaard gebleven. Er waren op maat gemaakte banken bij de open haard (souterrain) en in de zithoek (woon-eetverdieping). Wel bleven de bouwtekeningen bewaard waarop te zien is dat ze spartaans waren uitgevoerd, met harde kussens en rechte rugleuningen.
De toenmalige wethouder Ruimtelijke Ordening en Cultuur van Amersfoort, Fons Asselbergs, stond aan de wieg van de wijk met het ‘etalageproject’. Het idee was om een aantal bouwbedrijven uit te nodigen om samen met particulieren villa’s te ontwikkelen op voorwaarde dat architecten zouden worden betrokken bij het ontwerp. Deze huizen zouden als voorbeeld dienen van ‘goede’ architectuur, dus letterlijk in de etalage staan. De meeste mensen kozen voor behoudende ontwerpen; slechts enkele huizen waren innovatief of hadden een spraakmakend uiterlijk.
Het Russisch paleisje is vernieuwend in materiaalgebruik en constructie. Het is ook zeker spraakmakend vanwege de verbazingwekkende vormgeving en detaillering. En het is zonder meer de meest onalledaagse, schilderachtige verschijning in de ‘etalage’.
Het huis is geen monument, maar zal door de gemeente worden meegenomen bij de inventarisatie van de post ’65 architectuur van Amersfoort.
Interview met de zoon van Herman, Patrick de Waal, en Rosemary Verburg: klik hier!
Interview met de zoon van Piet, Abel Blom: klik hier!
Tekst: Barbara Laan
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2026
Bronnen
Bouwdossier met bouwtekeningen en correspondentie in bezit van de huidige eigenaar en van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam (plattegronden).
M. Kuperus, De Villa’s van Zielhorst. Maatwerk in architectuur, Amersfoort 1993
J.Hengeveld, Piet Blom, [Amersfoort 2007]