Van architect tot molenaar
Op een zonnige dag in juli ga ik Abel Blom interviewen, zoon van de beroemde architect Piet Blom (1934-1999), bekend van de kubuswoningen in Helmond en Rotterdam. Hij ontwierp ook een vrijstaand huis in Amersfoort, bijgenaamd het Russisch paleisje. Het is gebouwd in opdracht van de Herman de Waal, toen nog directeur van bouwbedrijf Wilma. Hij liet het bouwen voor zijn vrouw, de Russische concertpianiste Yelena Proesha. Het huis is uniek in zijn soort.
Zelf is Abel Blom architect en molenaar en nog veel meer. Hij ontvangt mij in de houtzaagmolen Het Jonge Schaap, een van de molens aan de Zaanse Schans, die nog vol in bedrijf is. Na de kennismaking gaat hij direct van start met zijn enthousiaste verhalen en neemt me eerst mee de molen in, want er staat iets belangrijks te gebeuren waar zijn aansturing bij nodig is. Er ligt een zware boomstam klaar om gezaagd te worden en er wordt met man en macht aan gesjord en geduwd om deze zonder ongelukken goed op zijn plaats te krijgen.
‘Ik heb eens een winkel in een molen gemaakt’, vertelt hij. ‘Het hout werd gezaagd in deze houtzaagmolen en toegepast in de winkel: hoe circulair wil je het hebben? We gebruiken alleen Nederlands hout. Dit is lariks uit Drenthe. Er drijft een heel vlot aan stammen in de Zaan achter de molen. Het hout moet nat gezaagd worden. De schors wordt verkocht aan een boer die het gebruikt om zijn land te verhogen en het zaagsel gebruikt hij in zijn stal. Afval bestaat niet.’
Het kasteeltje, het kasteeltje…
Toen ik voorafgaand aan het interview het Russisch paleisje ging bekijken fietste er toevallig net een jongetje langs dat duidelijk bekend was met het huis. Al van verre hoorde ik hem neuriën: ‘het kasteeltje, het kasteeltje, het kasteeltje…’.
Abels vader Piet wilde een eenvoudig huis bouwen voor Herman en Yelena, uitgevoerd in houtskeletbouw en niet te protserig. Herman, Yelena en Piet waren al goed bevriend toen zij in 1989 samen in Amersfoort waren om over het ontwerp van het huis te brainstormen. Het zou een bescheiden huis moeten worden ter grootte van een hooiberg met kenmerken uit Yelena’s geboorteland: Irkoetsk in Siberië. Herman had foto’s van die plaats meegenomen en Piet was gefascineerd door de Byzantijns-Russische houten kerken met uivormige koepels. Er moest een aparte ruimte komen waar Yelena haar pianolessen kon geven.
Volgens Herman de Waal heeft Piet Blom het paleisje voor Yelena in een dag en een nacht getekend nadat hij een pianorecital van haar had gehoord. Piet en Yelena waren ‘vier handen op één buik’, aldus Abel. Op de negen meter hoge zolderverdieping kon zij pianoconcerten geven en er kwam een poortgebouw voor de ontvangst van haar pianoleerlingen. Het silhouet met de uientorens doet waarlijk denken aan een kasteeltje uit een Russisch sprookje. Ook de ligging in een fraaie, door Piet aangelegde tuin met een grote vijver draagt bij aan het romantische karakter van het huis.
Abel benoemt de eenvoud van de structuur als een van de kernwaarden van het paleisje: ‘de structuur, die is heel duidelijk afleesbaar, net als bij De Kasbah in Hengelo. Bij dat wooncomplex baseerde mijn vader zich op de Noord-Afrikaanse kasbah waar wonen en werken gemengd zijn en mensen dicht op elkaar leven net als in de Jordaan, waar mijn vader opgroeide.’
Veel directe lijntjes
Zelf groeide Abel op in Monnikendam, waar zijn vader een kerk verbouwde tot woning en werkruimte. Hij had daar zijn atelier en ontving er zijn klanten. Abel kreeg een klein atelier achter dat van zijn vader nadat deze hem ‘letterlijk van de straat had geplukt’. Abel vond het ’magisch’ om te helpen bij het tekenen en het bouwen aan de maquettes voor de gebouwen van zijn vader. Hij leerde er onder andere Herman en Yelena De Waal-Proesha kennen. Hij vertelt over die tijd:
‘Mijn vader tekende altijd met viltstiften. Hij gebruikte bij voorkeur de kleuren groen, roze en blauw. Die kleuren zie je ook terug in zijn gebouwen. In het Russisch paleisje zijn de schuiframen blauw en de kozijnen “appeltjes groen”. Hij noemde dat “giechelende jonge meiden-groen”. Voor de decoratie van de gevelpanelen gebruikte hij de hartjes van het kamerscherm van mijn zus Hannah.’
‘Van 1980-1986 werkte ik bij het architectenbureau van Alberts en Van Huut, onder andere aan het beroemde hoofdkantoor van de Nederlandsche Middenstandsbank (later ING) in de Bijlmer in Amsterdam. Dat was echt spelen! En ik heb nog mee gekleid aan het kleimodel voor Huis De Waal in Utrecht, het organische huis voor Herman de Waal en zijn toenmalige vrouw. Daar heb ik ook Max van Huut ontmoet; wil je hem een “knuffel van Abel” geven als je naar hem toe gaat binnenkort? Je ziet dat er veel korte lijntjes zijn.’
‘Daarna heb ik van 1986-2007 gewerkt op het bureau van Aldo van Eyck, van wie mijn vader les heeft gehad. Toen werd het serieus. Aldo liep weg met mijn vader. Volgens Aldo was hij de enige architect die de binnenkant van een schelp kon tekenen.’
Ik lijk het meest op mijn vader
‘Van alle architecten met wie ik heb samengewerkt lijk ik het meest op mijn vader. Ik houd van zijn werk, de eenvoud, en zijn geniale ingevingen. De gebouwen van mijn vader gaan over het scheppen van voorwaarden voor sociaal contact.’
Het Russisch paleisje staan de ruimtes met elkaar in verbinding rondom een hoge vide. Het huis heeft vier dragende installatieschachten die als schoorstenen met uien erop door het dak steken. Op zolder is de grote ruimte voor de concertvleugel van Yelena. De opbouw is verder van hout en glas met betonnen vloeren voorzien van vloerverwarming. ‘Toen ik de laatste keer met de nieuwe eigenaar door het huis liep hadden we het over de tegelvloeren. Door de manier waarop de tegels zijn gelegd lijkt het op een weefsel: het is net of de tegels door elkaar zijn geweven. Als je het eenmaal ziet kan je het niet meer niet zien, op z’n Cruijffiaans gezegd.’
‘Als architect ben ik vaak betrokken bij de renovatie, herbouw of transformatie van gebouwen van mijn vader en andere structuralisten, waaronder het Burgerweeshuis van Aldo van Eyck en van mijn vader de Mensa van de TU Twente, de Kubuswoningen in Rotterdam en De Kasbah in Hengelo. Daar heb ik een tiental bejaardenwoningen aangebouwd. En Patrick, de huidige eigenaar van het Russisch paleisje, wilde graag het hek inkorten en de garage laten uitbreiden voor extra slaapkamers voor gasten, maar dat is niet doorgegaan. Ik denk dat hij het ontwerp bij nader inzien zoveel mogelijk in stand wil houden.’
Er een museum van maken bleek lastig
‘Ik heb ook veel lezingen gegeven over het werk van Van Eyck, Herzberger en Piet Blom en meegewerkt aan het boek over zijn oeuvre. Daarna heb ik het hele bureauarchief aan Het Nieuwe Instituut in Rotterdam overgedragen. Ik heb ergens nog één map liggen geloof ik.’
‘Verder heb ik me ingespannen om het huis van Aldo en Hannie in Loenen te behouden, maar dat is niet gelukt helaas. En samen met Herman heb ik geprobeerd om van het Russisch paleisje een museum te maken, maar dat bleek ook lastig te realiseren. Het wordt in elk geval meegenomen in de inventarisatie van de Post-65 architectuur in de gemeente Amersfoort.’
Volgens Abel zijn de nieuwe eigenaren, Patrick en Rosemary, zich bewust van de kwaliteiten van het ontwerp. Patrick vond het altijd al een prachtig huis en wilde er heel graag wonen. Voor het gezin is het een hele stap om naar Amersfoort te verhuizen omdat ze daarmee ook de kinderen een nieuwe plek gaan geven.
Als het interview is afgelopen en de portretfoto’s zijn gemaakt lopen we nog even terug naar de zaagmolen. Het duurt ongeveer 2 ½ uur voordat de enorme boomstam in dikke planken is gezaagd. Hoe snel het precies gaat hangt af van de windkracht. Bij harde wind gaat het sneller, maar langzaam zagen geeft de mooiste planken, aldus Abel, hij spreekt als molenaar én als architect.
Bekijk het Huizenportret: klik hier!
Voor het interview met Patrick en Rosemary: klik hier!
Tekst: Barbara Laan
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2026