Utrecht

Huis De Waal (1978-1980)

Ton Alberts
Jaren 70 Jaren 80

Een sculpturaal huis

 

Aan een aftakking van de Kromme Rijn ligt in de wijk Rijnsweerd in Utrecht het organische Huis De Waal. Het is gebouwd als eigen woonhuis voor Herman de Waal en zijn gezin, die als directeur van Wilma Bouw de woonwijk ontwikkelde aan de oostkant van de stad. Een deel van de wijk bestond uit eengezinswoningen in de vrije sector en een ander deel uit wooneenheden van een aantal bouwlagen. Huis De Waal voegt zich in het standaard stramien van twee geschakelde eengezinswoningen, maar springt eruit door het sterk sculpturale karakter van de glooiende daken, muren en ‘steunberen’.

 

De schuine belijning en de daken met een lage gootlijn zijn kenmerkend voor het standaardontwerp en herkenbaar in Huis De Waal. Ook het betonskelet en de Groninger handvormsteen, een vrij poreuze baksteensoort, zijn in alle huizen toegepast. In zijn organische verschijning en vormgeving is het huis echter totaal afwijkend en daardoor uniek in zijn soort.

 

Grote delen van het dak, de torens en de muren zijn in 2001 bekleed met buigzame, titanium platen omdat de poreuze baksteen op verschillende plaatsen lekkage veroorzaakte. Deze nieuwe mantel zet het huis in een zilverachtige glans.

Eengezinswoningen aan de Johan Buziaulaan met rechts Huis De Waal en links de standaardtypen. In de daklijn en de garage-uitbouw zijn de overeenkomsten te zien.

Stedenbouwkundig plan

 

Het stedenbouwkundig plan van de projectontwikkelaar en aannemer De Waal en de architect Ton Alberts (1927-1999) werd door de gemeente uitverkoren vanwege de ontwerpkwaliteiten. Het groene karakter van de wijk met autovrije routes, de mix van hoog- en laagbouw en de organische opzet met rondlopende straten, werden door de gemeente gewaardeerd.

 

Aan de randen van de wijk liggen de gestapelde wooneenheden als buffer tegen het verkeer. Daar achter ligt de rest van de wijk met geschakelde eengezinswoningen die ten opzichte van elkaar verschoven liggen. Karakteristiek zijn de zaagtanddaken van de gecombineerde woningen.

 

Er zijn een aantal woningtypen die zich onderscheiden in formaat. Huis De Waal bestaat uit een combinatie van een kleine A-woning met uitgebouwde garage en een grote B-woning die op de verdieping met elkaar waren verbonden. Tegenwoordig is de doorgang dichtgezet en wordt de A-woning, Johan Buziaulaan 19 verhuurd. Op nummer 15, de B-woning, woont een dochter van De Waal met haar man.

Een van de bakstenen muurtjes met trapsgewijs gestapelde bakstenen.

Eerste organische gebouw

 

Huis De Waal staat in de literatuur bekend als het eerste geheel organische ontwerp in Nederland. Het is gebaseerd op het antroposofisch gedachtengoed van Ton Alberts, die nog tijdens de bouw van het huis de opdracht kreeg voor het hoofdkantoor van de Nederlandsche Middenstandsbank in Amsterdam Zuidoost in dezelfde vormgeving. Max van Huut (1947), sinds 1975 medewerker bij Alberts en vanaf 1987 partner bij het bureau Alberts & Van Huut, werkte mee aan de totstandkoming van het ontwerp van het huis, evenals een team van ambachtslieden.

 

Er werd een kleimodel gebruikt om te komen tot de organische vormgeving. Het model, dat op de bouwplaats werd gebruikt als voorbeeld voor de metselaars en andere werklieden, introduceerde een nieuwe, intuïtieve werkwijze waarbij het oog van de ambachtsman meer leidend was dan de bouwtekening.

 

Interview Max van Huut: klik hier!

 

Huis De Waal met links de A-woning op nummer 19 en rechts de B-woning op nummer 15.
Rechts van de garage is de overdekte fietsenstalling en de voordeur van nummer 15.
De entree van huis De Waal met op de achtergrond de zonnetoren.

Woonprogramma

 

Herman de Waal had als opdrachtgever een aantal wensen, zoals een uitkijktoren, een buiten open haard, een werkkamer die in open verbinding zou staan met de woonruimte en slaapkamers voor hemzelf, zijn vrouw en hun zes kinderen.

 

De voorgevel ligt op het noordoosten en heeft twee voordeuren, links in de kleinere A-woning en rechts in de grotere B-woning. Het linker deel heeft op de begane grond een ruime ‘muziek- en kantoorruimte’ en een garage van waaruit het kantoor ook binnendoor is te bereiken. Boven bevinden zich twee slaapkamers en een badkamer op de eerste en twee slaapkamers op de tweede verdieping. Steektrappen leiden naar de verdiepingen.

 

In het grotere deel van het huis aan de rechterkant bevindt zich de hoofdingang verscholen achter een open, maar overdekte fietsenberging aan de zijde van de garage en rechts een aantal vaste, halfronde plantenbakken. Op de begane grond bevinden zich een aantal ruimtes in open verbinding met elkaar: een hal met aparte wc, een eetkeuken, een grote woonruimte met verschillende compartimenten en een ‘serre’. Ook zijn er twee trappenhuizen naar de verdiepingen en de uitkijktoren. Op de eerste verdieping liggen de werkkamer met toegang tot de toren, een badkamer en aan de achterzijde de ouderslaapkamer. Op de tweede zijn nog twee slaapkamers.

De houten voordeur toont de gestalte van een mens met een hoofd van glas.
Op het hoofd een kleurrijk hoofddeksel uitgevoerd in glas in lood.
De marmeren vloer in de entreehal is voorzien van een pentagon.

Zachte overgangen en glooiende oppervlakken

 

Max van Huut omschrijft het organisch bouwen in 1981 in het tijdschrift Bouw als volgt: ‘Zowel door de opdrachtgever, de mensen die eraan werkten als door ons zijn er verrijkingen aangebracht. Het huis is zodoende organisch gegroeid.’ Van Huut ziet het huis ‘als het ware uit de aarde groeien doordat het zachte overgangen heeft.’ De inspraak en creatieve samenwerking zou de arbeidsvreugde van het hele team enorm hebben gestimuleerd. De zachte baksteen leende zich goed voor het behakken van de steen en het modelleren van glooiende oppervlakken.

 

In de antroposofische levenshouding van Ton Alberts staat de mens centraal. Hij stelt dat mensen zich gelukkiger voelen bij organische vormen. In de voordeur van Huis De Waal nummer 19 is dit mensbeeld terug te vinden. Er is gekleurd glas aangebracht in combinatie met een figuur gesneden in laag reliëf. Het stelt een mens voor met geel glas voor het hoofd en een vaasvormig hoofddeksel in bonte kleuren. In de entreeruimte werpt het glas een gekleurd licht. In de marmeren vloer is één vijfhoekige tegel aangebracht verwijzend naar de mens en de menselijke ontwikkeling. De hoeken staan voor de elementen aarde, water, lucht, vuur en het geestelijke in de mens.

Vanuit de entreehal voert een trap naar de verdieping. De hal staat in open verbinding met de keuken en de zitruimte.
Een ‘kasteeltrap’ leidt vanuit de zitruimte naar de werkkamer met toegang tot de zonnetoren.
De doorgang vanuit de entreehal naar de zitruimte.
De zitkuil gezien vanuit een van de doorgangen.

Ruimtelijke beleving

 

De hoofdentree bestaat uit een bakstenen hal met een grillig grondplan, zacht glooiende wanden met vloeiend gebogen doorgangen. De hal doet sterk denken aan een natuurlijke grot. Als spelonken geven de smalle doorgangen toegang tot de achterliggende ruimtes. Links draait een ogenschijnlijk in baksteen uitgehouwen trap naar boven. Achter langs de trap is een doorgang naar de woonkeuken en rechts een doorgang die leidt naar de zitruimte. Deze laatste boog is gemetseld van trapsgewijs naar binnen verspringende bakstenen. Dergelijk getrapt metselwerk komt op verschillende plaatsen in het huis voor.

 

In deze laatste doorgang is halverwege een verrassende doorkijk naar een van de compartimenten van de zitruimte: de lager gelegen zitkuil met open haard is een hoge ruimte omdat deze de volle hoogte van het huis heeft onder het schuine dak. Het smalle gangetje komt uit bij het lichtere gedeelte van de zitruimte aan de achterzijde van het huis. Tussen beide delen van de woonruimte bevindt zich de voet van een tweede, bakstenen trappenhuis dat naar de werkkamer leidt en waarin zich het rookkanaal bevindt van de open haard.

 

Staande aan de voet van deze ‘kasteeltorentrap’ is er zicht op de zitkuil aan de voorkant van het huis en op het zitgedeelte aan de achterkant. Hoog boven de zitkuil is een smalle opening zichtbaar waarachter zich de werkkamer bevindt. Al met al levert een rondgang een afwisselende ervaring op van ‘kruip door sluip door’ met onverwachte perspectieven op de andere ruimtes.

Zicht vanuit de serre naar de zitruimte en de woonkeuken. Op de voorgrond de getordeerde, bakstenen kolom.
Zicht vanuit de zitruimte naar de serre met boogvormige doorgangen.

Zonlicht, groen en vakmanschap

 

Wie achter de trap in de donkere hal linksaf gaat naar de woonkeuken, staat een verrassing te wachten. De woonkeuken is een relatief licht en ruim vertrek met vier bakstenen bogen die doorzichten bieden naar de achtertuin, een hoge serre en de achterste zitruimte. Het daglicht valt van alle kanten binnen door een reeks ramen en openslaande deuren naar de tuin. Door de lage plaatsing van een aantal van de ramen komt de tuin heel dichtbij.

 

De serre is een bijzondere ruimte door de hoogte, de grillige bakstenen bogen en de machtige pijlers van golvend metselwerk. Een van de pijlers is een waar staaltje vakmanschap, een gemetseld kunststuk, vanwege de getordeerde vorm. Aan de zijde van de zitruimte opent het metselwerk nog verder naar boven. Een groot bovenlicht en een veelhoekig venster laten het zonlicht van bovenaf in de serre vallen. Er hebben altijd grote planten in de ruimte gestaan. Op een gegeven moment was er een terrarium in gevestigd voor de leguaan van de toenmalige bewoner. Momenteel staan er een vingerplant en een aantal andere exotische plantensoorten.

De zitkuil gezien naar de open haard en de ‘kasteeltrap’. Links boven de open verbinding naar de werkruimte.
De trap, de traptreden, de muren en lage muurtjes, alles is uitgevoerd in rode baksteen.

Niveauverschillen en vaste meubelen

 

Er zijn kleine hoogteverschillen in de vloerniveaus van het huis. De woonruimte is verdeeld in een verdiept gelegen zitgedeelte aan de voorzijde van het huis, een hoger gelegen vloer met de trapopgang naar de werkkamer en een zitgedeelte aan de achterzijde op hetzelfde vloerniveau als de woonkeuken en de hal. Alle niveauverschillen in het huis zijn verbonden door gemetselde bakstenen treden. Ook de lage borstweringen, die onder meer de halfronde bank van de zitkuil omsluiten, zijn in dat materiaal uitgevoerd. Ook in het achterste deel van de woonruimte zijn dergelijke lage muurtjes gemetseld die dienst doen als tafel voor muziekinstallatie/televisie, lampen, boeken en dergelijke. Op de verdiepingen waren eveneens gemetselde vaste meubelen aanwezig in de slaapkamers.

 

De vloeren op de begane grond bestaan uit tegels van wit met grijs Carraramarmer in verschillende formaten. De plafonds zijn deels vlak gestukt en bestaan deels uit houten balken en een houten dakbeschot met daarop de dakpannen van het steile hellingdak. In de woonruimte werden de houten balken en planken later wit geschilderd. De keuken en badkamers zijn gemoderniseerd.

De bestrating van de terrastuin bestaat uit kalkstenen tegels met op zijn kant geplaatste bakstenen.
In de tuin vormen bakstenen bouwsels en bogen de architectonische omlijsting van de tuin.

Organische wilde tuin

 

De terrastuin van Huis De Waal bevindt zich aan de achterzijde van het huis gelegen op het zuidwesten en wordt aan de noordwestzijde begrensd door een openbaar grasveld langs het water van de Kromme Rijn. De architectuur van het huis speelt een belangrijke rol in de architectonische omlijsting van de tuin met getrapt gemetselde schuine muurtjes (uitlopers van het huis), bogen en ruïneachtige bouwsels, geultjes en waterbekkens.

 

De bestrating bestaat uit ruwe, veelvormige natuurstenen tegels (kalksteen van het Zweedse eiland Öland) met op zijn kant geplaatste klinkers als opvulling van de tussenruimtes. Naar de randen van de tuin toe is het terrein licht oplopend.

 

Tegen de achtergevel van de A-woning is een buiten open haard aangebracht. Het rookkanaal is ondergebracht in een torenvormige uitstulping van het dak.

De goot watert af op een geul waar vochtminnende planten het goed doen.
De cascade met watervalletjes beschrijft de vorm van een lemniscaat.

Planten en dieren

 

Jørn Copijn, imker en boomverzorger met een beginnende ontwerppraktijk, legde de terrastuin aan met kalksteen en warmte minnende planten. De poreuze bakstenen en de natuurstenen tegels bieden zaden en aanwaaiende sporen een geschikte ondergrond. mossen, varens en andere planten laten het huis en de tuin in elkaar overvloeien. De natuur versterkt het organische karakter van de architectuur.

 

Vochtminnende planten kruipen in de bakstenen muurtjes, tussen de stenen van de bestrating en in de geul langs het huis waarop de regenpijp afwatert. De geul voedt een klein waterbekken waarin waterplanten goed gedijen.

 

De natuurlijke uitstraling van de tuin wordt versterkt door een cascade. Water stroomt over betonnen schalen naar beneden: een werk van de Engelse beeldhouwer John Wilkes. Wervelend water en kleine watervalletjes verwijzen naar een beekje dat ontspringt uit een bron. Er leven kikkers, salamanders en allerlei ander waterleven. De randen van de schalen beschrijven slingerlijnen zonder duidelijk begin of einde, zoals bij een lemniscaat. De antroposofische interpretatie van de lemniscaat staat symbool voor het oneindig voortdurende leven, de kringloop van het bestaan.

 

 

Interview met Herman en Yelena de Waal: klik hier!

 

 

Tekst: Barbara Laan

Foto’s: Bert Muller

Copyright: SHI/BMbeeld 2026

 

Bronnen

Zwart-wit foto’s Het Utrechts Archief (Publicam) en Collectie Het Nieuwe Instituut Rotterdam, Archief Alberts & Van Huut

Alberts, T. Een organisch bouwwerk. Architectuur en spiritualiteit, Utrecht-Antwerpen 1990

‘Het geboetseerde huis’, Achter Utrechtse gevels, afl. 17, p. 555-559

Huut, M. van, Woonhuis te Utrecht-Rijsweerd’, Bouw, 36(1981)23, p. 78-80

Zicht op een van de steunberen met mosgroei en tongvarentjes.

Meer info over dit huizenportret?

Stuur ons een mail