Interview bewoners Huis Smelt

American kitchen inbouwspots roomdivider schuifpui schuifwand

Huis Smelt in Geldrop 1969-1971

Het grote glazen huis aan de rotonde

Huis Smelt is gebouwd door H.G.(Ger) Smelt voor zichzelf en zijn gezin. Hij was architect bij het Delftse bureau OD205 en wilde een statement maken voor de technische hoogstandjes waar de architecten van dat bureau in de jaren zestig en zeventig voor stonden.

 

Tegenwoordig wonen er twee architecten in dit bijzondere huis van staal en glas. Paul en Susanne hebben elkaar leren kennen tijdens hun studie aan de TU Eindhoven. Als we aanbellen kijkt hun 14-jarige zoon nieuwsgierig om het hoekje van de voordeur. Zodra we plaats nemen op de zwarte bank in de woonruimte blijkt dat ook Jeroen aanleg heeft voor bouwen. De boekenkast staat vol met ingewikkelde legobouwwerken van het thema Star Wars. Aan een vriendje dat voor het eerst kwam spelen legde hij uit: ‘Ik woon in het  glazen huis, je weet wel, daar bij de rotonde. Nou, hij begreep niet wat ik bedoelde. Hij dacht dat dat geen huis was.’

Huis Smelt gezien vanuit het noordoosten.

Het iconische Farnsworth House van Mies

Het gezin woonde jaren in Helmond, maar Susanne wilde dichter bij het werk wonen; zij heeft een bouwkundig bedrijf, gespecialiseerd in akoestiek. Paul houdt kantoor aan huis.

 

Hij kende het huis uit zijn studietijd. ‘We kregen de opdracht om een aula te ontwerpen op een begraafplaats in Geldrop. Toen ik hier langs fietste dacht ik al: wat een mooi huis, een apart huis ook.’

 

Dit huis is geïnspireerd op een huis van de architect Ludwig Mies van der Rohe: het Farnsworth House in de VS (1951). Het is een iconisch huis in de geschiedenis van de villabouw geworden.

 

‘Inderdaad, ons huis lijkt er sterk op. De helderheid van de ontwerpen van Mies van der Rohe hebben altijd indruk op mij gemaakt. Toen we op zoek gingen naar een nieuwe woning zagen we opeens dat het te koop stond. Het eerste bezoek was overweldigend. Overal grote ramen, het is heel ruimtelijk, je kan rond lopen, helemaal om de inbouw heen.’

De entreeruimte met rond daklicht en spiltrap.
De woonruimte gezien naar het terras op het zuiden.

Een huis is om in te wonen

Susanne vertelt dat ze het huis in Geldrop niet kende, maar toen ze eenmaal binnen bij de lichtkoepel stond dacht zij direct: ‘Dit voelt echt goed. Boven, op de woonverdieping, is het heel licht, ruimtelijk en speels. Het totale gevoel was goed, maar van beneden was ik minder gecharmeerd: het was lager en donkerder dan boven. Door de (kleine) ingrepen hebben we dat verminderd. Ik ben trouwens niet zo bezig met het huis als “architectuurobject”; het is gewoon ons huis, geen bezienswaardigheid.’ Paul: ‘Het is goed bedacht en mooi gemaakt, wat ik mooi vind is dat het doorloopt van binnen naar buiten bij het overdekte terras (maar eigenlijk overal). Alles is met alles verbonden en het palet is mooi: de bronzen wanden, de bruinige grijstinten, ook in de marmeren vloertegels en het buitenschilderwerk.’

De American kitchen met barmeubel en doorzicht naar de woonruimte.
De werkkamer met schuifwand van Paul, vroeger slaapkamer van Ger Smelt.
Doorzicht met hoofdingang (links) en garagedeur (rechts).

Is dit de voordeur?

Susanne vindt het wel grappig dat mensen geregeld ongevraagd hun mening geven over het huis en geeft een aantal voorbeelden van wat er zoal voorbij komt. ‘Sommige mensen zeggen: Wat staat dit huis hier onhandig te zijn: het had eigenlijk in een bos moeten staan! Anderen zeggen: Is het nou een huis of een kantoor? Ik vind het geen huis, is dit de voordeur?’ Ze begint hartelijk te lachen.

 

‘Het kruispunt hier voor de deur is natuurlijk veel drukker geworden dan het was. Maar ik vind het leuk om in een dynamische omgeving te wonen, dicht bij het centrum. Sommige mensen vinden het huis net een kijkdoos; ze vragen me of we ons niet bekeken voelen. Het is natuurlijk geen geheim als je thuis bent, maar als de vitrages dicht zijn ervaar je dat helemaal niet zo en ’s-avonds doen we de gordijnen dicht. Ik heb ook geen last van de langs rijdende auto’s: het verkeer anonimiseert op een bepaalde manier.’

 

Interieur inbouw van de hobbyruimte van Jeroen.
Interieurinbouw, vroeger slaapkamer van mevrouw Smelt.

Interieur als inbouwarchitectuur

De constructie van het huis bestaat uit stalen kolommen en liggers met daartussen betonplaten. Het heeft een plat dak en een glazen vliesgevel. Dit blijkt uit de foto’s van de bouw en de bouwtekeningen in het bouwdossier, dat van eigenaar op eigenaar is overgedragen. Binnen deze constructie zijn geen dragende wanden nodig. Daarvan heeft de architect optimaal geprofiteerd door in het interieur te werken met een inbouw van op maat gemaakte systeemwanden, schuifwanden en ruimteverdelers.

 

‘De inbouw is er helemaal nog, met de fraaie en zorgvuldige detaillering’ vertelt Paul. ‘Smelt heeft een eigen draai gegeven aan het ontwerp van Mies. Hij heeft de glazen puien teruggeplaatst, terwijl ze bij Mies op de rand van de horizontale stalen balken staan. De kern van de inbouw is het gedeelte met de natte ruimtes.

 

Ons woondeel kan van het werkdeel worden afgescheiden met schuifdeuren (vroeger waren dit slaapkamers). Voor mij is het handig voor vergaderingen en we hebben hierachter een hobbyruimte. Het inbouwinterieur is eigenlijk één groot samenhangend meubel.’

 

Susanne vult aan: ‘En de keuken is een integraal onderdeel daarvan. Het is een lange keuken die mooi licht is. De kastfronten zijn van wit afgewerkt staal. Het is een American kitchen, we hebben de folder nog, een beetje gedateerd natuurlijk met een vrouw, die zogenaamd helemaal verliefd in haar kasten zit te kijken, hilarisch. In de roomdivider tussen keuken en woonruimte zit een verwarmingselement. En je kan zo mooi over de keuken en die scheidingswand heen kijken.’

Folder American kitchens 1966.

Karakter van het huis

Het karakter van het huis zit niet alleen in de constructie, de industriële uitstraling van de inbouwarchitectuur, maar ook van de plafondafwerking.

 

Paul memoreert een artikel dat hij heeft gelezen over de vorige eigenaar van wie zij het huis kochten. ‘Hij zocht niet zomaar een koper, nee, hij zocht “een bewaarder voor het huis”. Hij woonde er zelf 30 jaar, van 1988-2018. Toen hij het kocht trof hij het huis is slechte staat aan. Hij heeft veel hersteld. Het plaatstalen plafond met gaatjes voor de akoestiek is karakteristiek, maar het was gaan roesten en er zaten vlekken op vanwege de verschuiving van de erachter liggende steenwol. Hij wilde dat het plafond origineel bleef, dus hij heeft het laten zitten.’

 

Susanne: ‘Dat snap ik wel. Maar wij hebben er lang over nagedacht en het uiteindelijk vervangen door een nieuw akoestisch plafond, van hout, met delen van rechtop geplaatste latjes met daarachter schapenwol achter papier, voor een goede akoestiek. Het plaatstalen plafond was geleverd door Hunter Douglas en was niet meer leverbaar. Dus wij zaten met hetzelfde probleem. Ger Smelt liep daar zelf ook al tegenaan. Het materiaal was niet geschikt voor buiten. Hij heeft het plaatstalen plafond van het overstek bij het terras al vrij snel moeten vervangen, binnen drie jaar, want hij heeft hier zelf maar drie jaar gewoond voordat hij overleed.’

 

Paul: ‘Hierbij  hadden wij wel wat hulp van een monumentenexpert kunnen gebruiken. Een stuk van het plaatstalen plafond hebben we behouden, beneden in de berging, zodat je het product met de halve modulemaat van 45 x 45 cm nog kan zien. Verder hebben we hier boven nog de kenmerkende grijs marmeren vloer met grote platen in de maat van de module waarop het ontwerp is gebaseerd: 90 x 90 cm. Mochten we die ooit willen vervangen dan moet de nieuwe vloer eroverheen aangebracht worden, zodat de oude kan worden behouden.’

De verlichting met TL-buizen schept ruimtelijkheid rondom.

‘Lamp aan, toch uit’-knoppen

Het is niet alleen een industrieel huis, het is ook een heel ingenieus huis qua woontechniek. Paul zegt hierover: ‘De kunstverlichting rondom de gehele woonverdieping is prachtig: een lichtbak met honingraatrooster geeft diffuus licht langs de puien en langs de gordijnen in gesloten toestand. Het is egaal licht en zorgt ook in de avond voor ruimtelijkheid. Maar hoe ga je dat verduurzamen? Het verduurzamen van de TL-lampen door het vervangen van de hele batterij rondom door ledlampen is wel een uitdaging. Het is technisch niet overal mogelijk en het is heel veel werk.

 

In de keuken zit een schakelkast waar de vorige bewoner van alles aan heeft gedaan. Er zijn aangestuurde lampen die op een automatische schakelaar staan. Toen we hier net kwamen wonen ging er soms plotseling ergens een lamp aan. Op het schakelbord zitten twee mysterieuze knoppen met het opschrift “lamp aan/lamp toch uit”.’

 

Susanne: ‘In de woonruimte hebben we de schuifpui vervangen vanwege de kieren en het geluid. De oude pui was ranker, mooier maar geluidstechnisch en thermisch niet handig. Op de benedenverdieping zijn aan de straatzijde gelaagd glas en achterzetbeglazing aangebracht voor de geluidswering.’

 

Het is natuurlijk geen duurzaam huis naar de huidige maatstaven, maar voor die tijd werd er al wel over nieuwe vormen van energie nagedacht nog voor de uitbraak van de oliecrisis (1973-1979).

 

Paul: ‘Er was van meet af aan een zonnecollector om het zwembad op te warmen! En er lag 4 cm isolatie op het dak en 6 cm boven het metalen plafond. Er werd gebruik gemaakt van enkel glas voor het souterrain, maar van dubbel glas voor de woonlaag.

De ouderslaapkamer aan de zuidoostzijde in het souterrain met systeemwanden.
De middengang met vier slaapkamers, badkamer, wasruimte, opslag, installaties en garage.

Het huis blijft, de bewoners worden vervangen

Mijn laatste vraag betreft altijd hoe eigenaren de toekomst zien van het huis. Moet het een monument worden, of op een andere manier in stand worden gehouden?

 

Susanne: ‘Ik weet het niet, misschien wil Jeroen hier ooit wel blijven wonen, voorlopig wonen wij hier.’

 

Paul: ‘En anders komen er hopelijk mensen die de bijzondere waarden van het huis zien en erkennen, mensen die er respectvol mee om willen gaan, want het is iets bijzonders.’

 

Susanne: ‘Ik zie een woonhuis als een gebruiksartikel. Maar ik geloof wel: ‘Het huis blijft behouden, het zijn de bewoners die worden vervangen!’

 

Bekijk het Huizenportret: klik hier!

 

Tekst: Barbara Laan

Foto’s: Bert Muller

Copyright: SHI/BMbeeld 2025