Het is tijdloos en heel goed bruikbaar
Hoe is het om in een jaren vijftig huis te wonen dat letterlijk deel uitmaakt van het oorlogsverleden en ook nog eens Rijksmonument is? Het huis stond al in de Top 100 van Wederopbouwmonumenten en had de monumentenstatus toen ze het kochten in 2015. Steven van der Goes en Paulien Bekker waren toen dertigers. Het was een spannende onderneming, niet alleen omdat de onderbouw bestaat uit de betonnen constructie van een Duitse bunker, maar ook omdat het Rijk de landelijke betekenis van de daarop gebouwde woning al had opgemerkt. De uitzonderlijke gaafheid van de tuin, de woning én het interieur was een van de pijlers van de hoge cultuurhistorische waardering.
‘Wat ik heel erg leuk vind aan dit huis: het is meer dan zeventig jaar oud, maar het is tijdloos en heel goed bruikbaar, omdat de architect Romke de Vries het talent had om de mens centraal te stellen in het ontwerp’, stelt Steven van der Goes die het huis zelf restaureerde; hij is restauratiearchitect.
Licht, vrolijk en kleurrijk
Steven en Paulien wonen er met veel plezier, samen met hun kinderen, inmiddels tieners. Het huis lijkt aan de buitenkant enorm, maar het is precies geschikt voor vier. Het heeft een woonoppervlak van circa 180 m². De begane grond is nog steeds herkenbaar als bunker, met de dikke betonnen muren van de onderbouw en de garagedeuren aan de voorzijde. In oorlogstijd lagen hier voorraadruimtes en twee keukens.
‘Het is heerlijk om hier te wonen’, vertelt Paulien. Het is licht en vrolijk met al die kleuren en ronde hoekjes. Maar eerst had ik wel twijfels over de plek en de geschiedenis van de oorlog die eraan kleeft.’
‘Jij vond de voorgevel heel streng ogen, maar we zijn toch gaan kijken en we zijn helemaal om het huis heen gelopen. We hebben even op één van de terrassen gezeten en toen vond je het toch wel erg gaaf en hebben we een bezichtiging aangevraagd’ Steven vertelt dat ze een huis met een dakterras hadden in Rotterdam en dat ze op zoek waren naar een huis met een tuin, maar niet te groot. ‘Ik houd heel erg van tuinieren en ik wilde een moestuin beginnen met onze kinderen. We gingen samen wel eens naar het Zuiderstrand en toen zijn we op een gegeven moment ook in Den Haag naar huizen gaan zoeken. Dit huis was toen toevallig net opnieuw in de verkoop gegaan. Als restauratiearchitect is het natuurlijk heel fijn, dat je al bij een eerste bezichtiging een indruk hebt van de benodigde herstelwerkzaamheden.’
Wij doen het op onze eigen manier
Paulien vindt het een gezellig huis. ‘Er is overal over nagedacht, het is met zo veel liefde gemaakt: de kapstok voor de jassen van de kinderen, vakjes voor de post en de handschoenen en kijk hier: het postvak achter de brievenbus met een bergplaats voor kinderspullen direct bij de voordeur.’
Als we het halletje en de garderobe eenmaal zijn gepasseerd en in de van boven verlichte gang staan vervolgt Paulien: ‘We zagen op oude foto’s dat er vroeger hangpotten aan ijzerdraadjes hingen. De haakjes onder de daklichten hebben we vervolgens zelf laten maken.’ Potten met hangplanten aan de plafonds van de L-vormige gang begeleiden de bezoeker naar de zitkamer aan de ene kant van het huis en de keuken en eetkamer aan de andere kant.
Steven vertelt dat er in de Wederopbouwperiode – vanwege materiaalschaarste – een restrictie gold op het aantal kubieke meters dat gebouwd mocht worden. ‘Vandaar dat de woning zelf even groot is als andere woningen uit die tijd, terwijl deze zich bevindt op maar liefst 22 meter bunkerlengte en op vijf meter hoogte, maar wel alles gelijkvloers. De trappen en terrassen op verschillende niveaus bevinden zich buiten, om het huis heen. Binnen is er geen enkele trap: het is eigenlijk een opgetilde bungalow.’
Mindset: wat levert het op voor het monument?
Volgens Steven is het de kunst is om te denken vanuit het monument. ‘Het gebouw en het interieur zijn in hoge mate authentiek. Als je de baksteen en het beton zou willen pleisteren en de keuken en badkamer eruit wil slopen dan moet je geen monument kopen. Wij zijn daarin bewust heel terughoudend geweest. Soms was dat wel spannend: ik houd bijvoorbeeld erg van koken en ben bijna twee meter lang, terwijl de keuken is ontworpen op mevrouw van Kampen die één meter zestig was. Toch hebben we plannen om de keuken aan te passen laten varen toen ik merkte dat dat in de praktijk geen enkel probleem gaf. Het toont ook hoe goed men in de jaren ’50 al nadacht over ergonomie. Wel zijn we inschikkelijk met keukenapparatuur: het ondiepe aanrecht biedt weinig ruimte, en plek voor een waterkoker of magnetron is er niet. Maar een ouderwetse fluitketel werkt ook prima, en kliekjes opwarmen kan ook heel goed in een pan!’
‘Op een paar plekken hebben we het monument ook een klein beetje naar onze hand weten te zetten. In het archief van Romke de Vries in Het Nieuwe Instituut vonden we een tekening van een kast in de kamer van het kindermeisje Kitty. Die kast is vermoedelijk ooit wegbezuinigd, maar hebben we alsnog gemaakt omdat we in die kast een wasmachine konden zetten. En in de bijkeuken, op de plek waar ooit een aardappelkast had gestaan, heb ik een kastje ontworpen waarin een inbouwvaatwasser verstopt zit. En in de tuin hebben we een moestuin en compostbakken kunnen inpassen.’
Kwaliteiten van het huis
‘Wat ik zelf mooi vind is hoe Romke de Vries het dilemma van deze plek heeft geïnterpreteerd en opgelost: hoe maak je iets menselijks van zo iets zwaars, niet alleen van de fysieke bouwmassa, maar ook de zwaarte van het oorlogsreliek. Hij heeft het huis opgetild tussen de boomkruinen. Het is waanzinnig: de lichtheid en het optimisme dat hiervan uitstraalt.’
‘Het is de grootste bunker uit de omgeving. Er staan hier veel bunkers van de zogenaamde Atlantikwall, de verdedigingslinie van de Duitsers langs de gehele westkust van Noorwegen tot aan Zuid Frankrijk. Maar deze bunker is het minst als zodanig herkenbaar. Het contrast tussen het kolossale blok beton waar niet doorheen te boren valt en de onvoorstelbare verfijning van het interieur: het is lichtvoetig, een tijdloos huis. We zijn wel erg blij dat de bunker in de oorlog een niet al te naargeestige functie had: hij bood plaats aan de veldkeukens voor de hospitaalbunker hier achter.’
‘De plasticiteit en de belijning spreken me erg aan; de luifel die uitkraagt vanaf de straat, de gevelplastiek. In het interieur van de woonkamer volgt een strook ramen onder het plafond de contour van de bunker op de begane grond. Diezelfde lijn wordt opgepakt door de bloembakken buiten. De witte ‘paal’ in de voorgevel dient om de hoofdafvoer van de woning aan het zicht te onttrekken en geeft tegelijkertijd ritme door de lange straatgevel op te delen in verschillende gevelvlakken. Het ontwerp zit erg geraffineerd in elkaar!’
Verduurzaming: wat wel, wat niet
‘We wilden het huis voorbereiden op de toekomst en hebben de restauratie aangegrepen om te onderzoeken hoe we maximaal konden verduurzamen met respect voor het monument. De zonnepanelen voor de elektriciteit en de zonnecollectoren voor de warmwaterboiler zijn zo geplaatst dat je ze niet ziet vanaf de straat. Het dak is slechts een paar centimeter omhoog gekomen voor de dakisolatie. Een plat dak is een voordeel, want je kan het voorzien van een witte dakbedekking zodat het in de zomer veel minder snel opwarmt in huis.’
‘We zijn van het gas af, behalve het kookfornuis, dat is onze backup. Er is isolatieglas aangebracht en de spouw is gevuld met isolatiemateriaal zodat het warmteverlies kon worden teruggebracht; we hebben 55% minder warmteverlies wat zich vertaalt in een evenredige verlaging van de stookkosten. Vanwege het originele parket en de stenen vloeren was het niet mogelijk om vloerverwarming of een warmtepomp toe te passen: daarom hebben we gekozen om te stoken op houtpellets.’
Passie voor tuinieren
‘De tuin bij ons huis is onderdeel van het monument, dat is vrij uniek. We hebben zelfs een rijksmonumentale zandbak! In de tuin, die we ook regelmatig openstellen wil ik laten zien wat je met groen erfgoed kunt doen. Een tuin verandert voortdurend en is nooit af. We grijpen dan ook niet terug op planten die in de jaren ’50 populair waren, maar zeker wel op de ideeën uit die tijd, waarin ontwerpers als Mien Ruys een sterk tuinontwerp combineerden met weelderige, natuurlijke beplanting. Hier is het ontwerp waarschijnlijk gemaakt door Romke de Vries en de beplanting bedacht en aangebracht door mevrouw Van Kampen zelf, maar de precieze rolverdeling is niet gedocumenteerd. Zij had de antroposofische Tuinbouwschool voor meisjes, Huis te Lande in Rijswijk, gedaan. Samen met Romke de Vries dacht zij mee over de aanleg. Naar verluid hield zij ook van een wilde beplanting, geen geknipte haagjes. Het is een tuin in niveaus, met terrassen, stapelmuren en keermuren, en paden van breuksteen. Zowel binnen als buiten zijn vaste bloembakken aangebracht die zij meteen vol zette met bloeiende planten, zodat er bij de verhuizing al wat groen zou zijn.’
‘Ik geef mijn eigen draai aan de tuin, die ik het hele jaar door interessant probeer te houden. Ik kijk naar vorm en textuur en werk met dynamische plantengemeenschappen: planten van over de hele wereld, die elkaars concurrentie aankunnen en elkaar opvolgen door de seizoenen. Een goede ecologische balans en klimaatbestendigheid zijn daarbij belangrijke uitgangspunten.’
Paulien: ‘Steven is onvermoeibaar. Hij zit soms om 3 uur ’s-nachts nog plannen te maken omdat hij iets heeft bedacht: deze plant moet hier en die kan beter daar. Ik heb de liefde voor tuinen van huis uit meegekregen, maar Steven kan je ervoor wakker maken.’
Bekijk het Huizenportret: klik hier!
Tekst: Barbara Laan
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2026