Dit huis mag niet verdwijnen
Architect Victor de Leeuw woont sinds zijn twaalfde in Oud-Beijerland, een historisch havendorp in de Hoeksche waard onder de rook van Rotterdam. Nog geen vier jaar woonde hij met zijn gezin in een rijksmonument aan de haven of hij zag de jaren vijftig bungalow van de familie De Koning te koop staan: het was in zeer slechte staat na jaren onbewoond te zijn geweest en er was een sloopvergunning voor afgegeven. En toch kocht hij het huis in 2013 met het doel om het te redden en begon aan een uitdagend ‘herstelproject’. Waarom hij het heeft gekocht? ‘Toen ik het zag dacht ik direct: dit huis mag niet verdwijnen.’
‘Enkele jaren daarvoor ben ik enorm geschrokken toen ik ontdekte dat de KONI-fabriek van de familie De Koning hier vlakbij zomaar werd gesloopt. Het bedrijf is sinds 1972 in eigendom van een Amerikaanse eigenaar. De karakteristieke fabriekshallen gingen tegen de grond. Gelukkig is het kantoorgebouw jaren later gered toen dat terrein ook werd afgestoten door het bedrijf. De gemeente wilde de gemeentelijke monumentenstatus er vanaf halen, maar toen heb ik me als koper aangemeld. Later is het mede dankzij de actieve historische vereniging behouden gebleven. Nu zijn er appartementen in ondergebracht.’
‘Ik wilde niet dat het woonhuis van Kor de Koning voor Oud-Beijerland verloren zou gaan. Het maakt een wezenlijk deel uit van de geschiedenis en het dorp heeft er zijn groei aan te danken.’ KONI maakte als eerste fabriek verstelbare schokdempers. De gebroeders De Koning bestierden samen als directeur de wereldwijd opererende fabriek, die zo een belangrijke werkgever werd in de Hoeksche Waard. Nu wij er wonen denk ik nog steeds: dit huis is niet van ons, het is van Oud-Beijerland.’
Gewoon grote voeten maken
Het huis bleek zo ernstig verzakt te zijn dat de gehele fundering moest worden aangepakt. Het is een wonder dat het is gelukt om in ruim een jaar tijd niet alleen deze ingrijpende klus te klaren, maar ook de bungalow op vooruitstrevende wijze geheel te verduurzamen en te restaureren zodat het oorspronkelijke beeld grotendeels kon worden hersteld. ‘We zijn in 2014 begonnen en in de loop van 2015 was het bewoonbaar. Alle scheuren waren toen hersteld en ook het schilderwerk was voltooid!’
Het huis was ‘op staal gefundeerd’, wat zoveel betekent als dat er geen heipalen onder zaten, maar dat de bodem (hier een ‘pudding’ van veen en zand) draagkrachtig genoeg is om het gebouw te kunnen dragen.
‘Dat gebeurde door brede betonsloven te maken onder het huis. Deze horizontale balkvormige funderingselementen zijn wisselend van grootte afhankelijk van de zwaarte van het te dragen onderdeel van het huis: gewoon een kwestie van grote voeten maken eigenlijk. Maar het huis ligt hoog boven het maaiveld. Daarom werd onder het terras dat aansluit op de hal aan de achterzijde, een laag van drie meter grond gestort. De architect Cor Bogaerds had in zijn berekeningen voor de fundering het gewicht van deze grond blijkbaar niet mee gerekend. De bodem, die werkte als een spons, zorgde ervoor dat de betonsloven gingen verzakken en de twee vleugels van het huis naar elkaar toe kantelden. De stalen liggers van de hal tussen de vleugels maakten dat de gevels naar binnen werden gedrukt met serieuze scheurvorming in het hele gebouw tot gevolg. Het werd alleen nog bij elkaar gehouden door de betonnen dakrand.’
‘We hebben dit ondervangen door 54 heipalen te laten aanbrengen om en onder het huis; aan de binnenkant via grote gaten in de vloeren. Daarvoor moest de boel eerst helemaal rondom worden afgegraven. Van die gelegenheid hebben we gebruikt gemaakt door een grote slaapkamer annex werkkamer en badkamer te laten aanleggen onder het vernieuwde terras, een behoorlijke uitbreiding van het woonoppervlak.’
Wij gebruiken het huis anders
‘Wij hebben drie dochters en een zoon die hier allemaal volwassen zijn geworden. Meneer en mevrouw De Koning hadden maar twee kinderen. Wij gebruiken het huis anders. We hadden niet alleen meer slaapkamers nodig, we hadden ook behoefte aan een ruimere keuken. De eetkamer was ongetwijfeld formeler dan nu en af te scheiden van de keuken. De keuken was heel bescheiden met een doorgeefluik naar de eetkamer. Er was een “inloopkoelkast” in de keuken, een grote koelcel met een forse deurgreep aan de geïsoleerde toegangsdeur. De koelcel nam veel ruimte in beslag. Die hebben we weggehaald, maar dat gaat me nog steeds aan mijn hart. Tussen keuken en woonkamer ligt de grote hal. Om in de woonkamer koffie te kunnen serveren moest een behoorlijke afstand worden afgelegd. Daarom was er een ‘koffiekeukentje’ grenzend aan de woonkamer. Bij ons staan de keuken en de eetkamer met elkaar in open verbinding en het aanrechtblad is veel groter geworden. Daar staat nu ook het espressoapparaat.’
‘We wonen hier met veel plezier en onderhouden zelf de tuin. Het tuinplan is van een hovenier uit Rhoon, meneer Binder. Van hem zijn de paden en het terras met flagstones van een rode Weser (zandsteen uit Duitsland) en de schelpenpaadjes met trapjes van ronde stammetjes. Deze bestratingen zijn na de werkzaamheden deels teruggebracht. Er staan nog een aantal oude naaldbomen en mijn vrouw Marion is volop bezig met de beplanting van de borders, vooral vaste planten. In de tijd van meneer en mevrouw De Koning bestond de beplanting meer uit heesters en eenjarigen. En Kor de Koning schijnt verzot te zijn geweest op Afrikaantjes. Ze werden jaarlijks in grote aantallen aangevoerd.’
‘Een grappig detail is dat er hier in de tuin lange tijd trouwfoto’s zijn gemaakt. Veel bruidsparen die in Oud-Beijerland trouwden zijn in deze tuin gefotografeerd…, waaronder ook wij: in 1987. Kor de Koning en de eigenaar van de lokale fotovakhandel kenden elkaar van de Rotary en hadden blijkbaar afspraken gemaakt over deze huwelijksrapportages.’
Verduurzamen is hoe ik in het leven sta
Victor de Leeuw is afgestudeerd bouwkundig ingenieur aan de TH Bouwkunde in Delft (vanaf 1 september 1986 TU Bouwkunde). Daarna werkte hij enige tijd bij de architect Mart van Schijndel en zijn verdere werkzame leven bij EGM architecten, waar hij nog steeds adviseur is. Op zijn profiel staat duurzaamheid centraal. ‘Streven naar duurzaamheid is hoe ik in het leven sta. Dat neem je mee als architect. Ik vind dat gebouwen een zo klein mogelijke footprint moeten hebben. In dit huis hebben wij over het hele jaar genomen nul op de meter, dat is vrij uniek voor een jaren vijftig woning.’
‘We zijn helemaal van het gas af, we hebben 92 zonnepanelen op het dak, een warmtepomp met vijf bronnen, een zonnecollector voor het warme water en een regenwatertank voor de spoeling van de toiletten. Ook hebben we de gesloopte materialen hergebruikt of een tweede leven gegeven, de oude spouwmuren volledig geïsoleerd, dubbel glas toegevoegd, de oude vloeren deels voorzien van vloerverwarming en de meeste ruimtes van balansventilatie.’
Compromissen sluiten hoort bij een oud huis
‘Bij een oud huis moet je altijd afwegingen maken en compromissen sluiten als je wilt verduurzamen. Het voordeel van een oud huis is dat je een aantal stappen terug moet doen en opnieuw moet nadenken over wat er wel en niet mogelijk is. Het is sowieso waanzin om eerst een “thermosfles” te maken van een gebouw en als het te warm wordt een airco aan te schaffen, zoals bij veel van de huidige nieuwbouw het geval is. In dit huis hebben we geïsoleerd waar we bij konden. Dus wél de spouwmuren en het dak, maar níet de betonnen randen van het dakoverstek. Wat in het zicht is en karakteristiek is voor het gebouw hebben we niet veranderd: daar ben ik teveel architect voor.
Wel moesten de buitenplafonds onder de overstekken en de verticale latten van het fries eronder worden gehout in plaats van gelakt, omdat het hout niet goed genoeg meer was.’
‘Achter het “compromisloze” houten plafond in de hal geen pijpen voor de balansventilatie! Het bestaat uit acht meter lange, geprofileerde planken zonder stootnaden, gemaakt van Amerikaans grenen, tamelijk indrukwekkend. De houten vloer in de woonkamer hebben we niet voorzien van vloerverwarming omdat we deze in tact wilden laten. In de eetkamer is deze wel opgeofferd omdat er sowieso aanhechtingsproblemen zouden zijn voor de opening naar de keuken.’
‘Onze kozijnen zijn van grenenhout, soms met een teakhouten onderdorpel. De draaiende delen waren van enkel glas. Door het plaatsen van dubbel glas is er meer wit in het aanzicht aan de buitenzijde; dat was een concessie, vooral voor de bovenlichten. Na ruim tien jaar is er veel veranderd op het gebied van verduurzaming en zijn de technieken en materialen verbeterd. Ik zou nu bijvoorbeeld vacuümglas hebben gebruikt; in 2014 bestond dat nog niet, dus werd het HR++ glas (driedubbel glas zou niet heel erg veel meer energiewinst hebben opgeleverd).’
Een overweldigende hoeveelheid daglicht
‘Wat er bijzonder is aan dit huis? Sommige mensen vinden het een blokkendoos, of denken dat het huis een kantoor is. Vandaag de dag is goede architectuur in de ogen van veel mensen gewoon vastgoed. Ik heb daar geen last van. Ik heb een grote liefde voor mooie materialen, je ziet dat iets gemaakt is met verfijning, dat het niet um sonst is, hoe het is ontworpen. De materie en de detaillering vertegenwoordigen een waarde, hebben betekenis.’
‘De omvang van het huis is zeker uitzonderlijk evenals de hoge ligging op een opgeworpen heuvel. Ik ervaar dagelijks die overweldigende hoeveelheid daglicht, het is een zeldzaam licht huis met aan alle kanten hoge ramen tot aan het plafond en nagenoeg van hoek tot hoek.’
‘Wij wonen hier nu, maar we zijn allemaal vergankelijk, het zou eigenlijk gemeentelijk monument moeten worden zodat het voor de regio en voor Nederland bewaard kan blijven.’
Bekijk het Huizenportret: klik hier!
Tekst: Barbara Laan
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2026