Middelburg

Huis Jobse (1975)

Jos Jobse
Jaren 70

Huis met groene kern en wilde plantentuin

Aan de noordwestkant van Middelburg ligt een buurtje dat is ontstaan in de jaren 1970. Het is onderdeel van de wijk Griffioen II. De Van Kleffenslaan kronkelt om de buurt heen en heeft een aantal doodlopende vertakkingen. De buurt is onderdeel van een zogeheten ‘bloemkoolwijk’ en lijkt van bovenaf op een gehalveerde bloemkool met een grillig patroon van doodlopende straatjes tussen de ‘bloemkoolroosjes’. De eerste vrije kavel werd vergeven aan de Zeeuwse architect Jos Jobse (1944 – heden), die er zijn eigen woonhuis bouwde op nummer 76. Hij pleitte ervoor de kreekrug waarop de kavels zijn gelegen, niet af te graven en de bomen aan de laan zoveel mogelijk te laten staan.

 

Voor het ontwerp van het huis zag hij een structuur voor zich rondom een groene kern, een plantenkas, verscholen in een wilde plantentuin. De plantenkas stond in de begintijd vol met cactussen en de tuin met wilde planten legde Jobse zelf aan naar de ideeën van tuinarchitect Louis Le Roy. Als tuinontwerper staat Le Roy bekend om zijn filosofie over diversiteit en samenwerking in de natuur, waarmee hij experimenteerde in de Ecokathedraal in Mildam (Friesland).

Achterzijde van het huis met de aangebouwde tuinkamer en schaduwrijke wilde plantentuin.

Timmeren als maker en ontwerpen als architect

Jos Jobse is geschoold als timmerman aan de LTS waar hij zijn liefde voor het máken van dingen opdeed. Ook tekende hij tijdens zijn studie aan de ontwerpen van het architectenbureau van zijn vader, Jasper Jobse in Vlissingen. Op de HTS bleek zijn talent voor bouwkundige vraagstukken. Tijdens zijn stage bij de structuralistische architect Onno Greiner leerde hij dat de mens als gebruiker van een gebouw centraal staat. En hij maakte daar  kennis met de ideeën over ruimtelijk ontwerpen op basis van vaste structuren en maatvoering. Jobse voltooide zijn opleiding de Academie van Bouwkunst in Rotterdam in 1975. Daar leerde hij het werk van beroemde structuralisten kennen, zoals Aldo van Eyk (Burgerweeshuis in Amsterdam), Herman Herzberger (Centraal Beheer in Apeldoorn) en Piet Blom (Kasbah in Hengelo en Paalwoningen in Rotterdam).

 

In de jaren 1970, op het bureau van zijn vader, hield Jobse zich vooral bezig met de bouw van scholen en (sociale) woningbouw in Zeeland. Hij ontwierp onder meer de Papegaaienbuurt in Vlissingen en de Edelstenenbuurt in Middelburg. In 1978 neemt hij het bureau over van zijn vader samen met de chef-de-bureau Kees Jongepier en wordt hij voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten, de BNA, kring Zeeland. Tien jaar later neemt hij het voorzitterschap van de BNA, kring Rotterdam over van Carel Weeber. Hij is dan net partner geworden bij het bureau Groosman partners in Rotterdam. In de periode 1992-2003 werkt hij samen met zijn nieuwe levenspartner, de architect Lilian Bos, in het bureau Jobse + Bos, die sinds 1991 bij hem is ingetrokken.

 

In 2005 brachten zij samen de uitbreiding tot stand aan de achterzijde van het eigen woonhuis. Deze ‘tuinkamer’ ligt op het zuiden; de voorkant van het huis is noord georiënteerd. Daar bevindt zich ook de carport.

De aangebouwde tuinkamer met het verdiepte terras.
De voorgevel aan de noordzijde met carport en apenboom.

Complexe daken en spelen met licht

Huis Jobse is in 1975 gebouwd voor Jobse zelf en zijn gezin met twee opgroeiende meisjes. Het huis is opgebouwd uit MBI-betonstenen muren en twee stalen portaalconstructies. Aan de buitenzijde valt het karakteristieke daklandschap op, bestaande uit lessenaar- en zadeldaken met hoeken van 45 graden afgewisseld met platte dakvlakken. De complexiteit van het dak met de puntige uitsteeksels toont zich in volle glorie aan de binnenkant van het huis.

 

In het interieur zijn de betonstenen in het zicht en is de open dakconstructie in de meeste ruimtes prominent aanwezig, bestaande uit dakplaten van geperst hout. De houten balken van de constructie en de platen zijn bruin gebeitst wat een levendig effect geeft.

 

In de binnenruimtes vallen de driehoekige vensters op die grenzen aan de hellende dakvlakken. De vensters geven op onverwachte plaatsen stukjes van de lucht te zien en het van boven invallende licht geeft een mooi lichtspel in de ruimtes. Sommige van de raampartijen zijn van vloer tot plafond voorzien van vensterglas.

Zicht op de trap naar de verdieping vanuit de bibliotheek.
Zicht vanuit de werkkamer naar de carport aan de voorzijde.

Een structuur van vierkanten

Er zijn drie vloerniveaus in een open structuur gerangschikt. De oostelijke helft van het huis ligt half onder het maaiveld. De voordeur is bereikbaar via een trapje naar beneden. De westelijke helft van het huis is gelegen op een splitlevel of tussenniveau. Alleen de oostzijde heeft een verdieping. De niveaus zijn met elkaar verbonden door drie korte trappetjes en een loopbrug.

 

De plattegrond is samengesteld op een stramien van vierkanten van 4.20 x 4.20 meter die op speelse wijze rondom twee kernen van 1.20 x 1.20 zijn gegroepeerd. De rechthoekige plantenkas is tegen dit stramien aangeschoven en ligt tegen de beide kernen aan.

 

De vierkanten op de begane grond en het niveau van de splitlevel staan in open verbinding met elkaar. Op de eerste verdieping zijn de slaapvertrekken wel met elk vier muren omsloten.

De dakconstructie met gebeitste platen en hoge vensters.
Zicht op de dakconstructie vanuit de werkkamer.

De functieverdeling

In het centraal gelegen vierkant bevindt zich een drietal kleine, afgescheiden ruimtes voor de entree, de wc en een wijnopslag. De plantenkas ligt op de hoogte van de splitlevel en is gedekt door schuin geplaatste glazen ramen. Tegen het hoger gelegen plateau van de kas is een geïntegreerde werknis geprojecteerd met daarboven een vide en de loopbrug naar de werkkamer, de slaapruimtes en de badkamer. Oorspronkelijk bevond zich op het plateau van de kas een grote bak met planten uit de cactusfamilie.

 

Westelijk van het centrale vierkant bevindt zich op splitlevelniveau een bibliotheek/speelruimte (later muziekruimte met vleugel) en een zithoek met open haard. De zithoek kijkt uit op de plantenkas en de bibliotheek/speelruimte. Deze staat tevens in open verbinding met de werkkamer op de bovenverdieping en geïntegreerde werknis op de begane grond.

 

Oostelijk van het centrale vierkant bevindt zich een grote berging, oorspronkelijk met afgescheiden donkere kamer (doka) en een keuken/eethoek met daarachter het in 2005 aangebouwde atelier of tuinkamer op het zuiden. Het westelijk en oostelijk deel van het huis zijn met elkaar verbonden door een open, L-vormige gang die oorspronkelijk eindigde bij de keuken en daar toegang gaf tot een verdiept terras.

Zicht vanuit de ruimte met plantenkas en werkhoek naar het splitlevelniveau met bibliotheek/speelruimte en zithoek.
Zicht vanaf de loopbrug richting de slaapverdieping met open werkruimte.
Zicht vanuit de bibliotheek/speelruimte naar de zithoek en loopbrug.
Zicht op de open gang met eethoek/keuken en aangebouwde tuinkamer.

Looproute en zichtlijnen

Het splitlevelniveau is bereikbaar met een korte trap van enkele treden. De rugzijde van de open haard bevat een trapje naar de loopbrug met kwartronde draai en de loopbrug biedt via een korte trap toegang tot het derde vloerniveau aan de oostzijde.

 

Het gedifferentieerde grondplan en de open ruimtelijke structuur zorgen voor een afwisseling van ruimtes, niveaus en kijkrichtingen. De looproute vanuit de keuken naar de bovenste verdieping maakt een draaiende beweging langs alle ruimtes, die elk hun eigen karakter hebben. Vanuit de meeste ruimtes is een doorzicht mogelijk naar de centraal gelegen plantenkas. Ondanks de openheid van de structuur bezit elke ruimte een prettige intimiteit.

 

De vloeren dragen bij aan de differentiatie door kleur en materiaalgebruik. Daarbij is een grove scheiding zichtbaar tussen verkeersruimtes/natte ruimtes enerzijds en leefruimtes anderzijds. Op het eerste vloerniveau met entree, eethoek en keuken zijn de vloeren belegd met honingraad tegels in de kleuren dieprood, oranje en roodbruin. De roodbruine kleur komt terug in de mahoniekleurig gebeitste deuren, de geverfde balusters van de loopbrug en de balustrade bij de werkruimte.

 

Oorspronkelijk waren de ruimtes op de splitlevel en in de werkruimte bekleed met lichtbruin kamerbreed tapijt. In de meisjesslaapkamers lagen tapijttegels. Later zijn deze vloerbedekkingen vervangen door tapijt in muisgrijs en goudgeel passend bij de betonstenen en enkele dominante schilderijen.

De eethoek met ingebouwde meubelen en Lundiakast.
De zwart gebeitste keukenkasten met roodbruine detaillering.

Inbouwmeubelen

Hout is een veel gebruikt materiaal in huis Jobse, niet alleen voor constructiebalken en gevelbekleding, maar ook voor traptreden, loopbrug, deuren en inbouwmeubelen. De kasten zijn deels uit catalogus en deels door Jobse mee ontworpen en op maat gemaakt. Zo bestaat de scheidingswand tussen keuken en eethoek uit vrij in te delen Lundiakasten en staan er in de slaapkamer de toen zeer populaire Kewlox systeemkasten met hardboard schuifdeuren.

 

De keuken met eethoek zijn op maat gemaakt. Het keukenblok bestaat uit zwartbruin geschilderde keukenkasten met roodbruine detaillering en een aanrechtblad van wengéhout. Boven de kookplaat bevinden zich open kasten met halfronde beëindigingen. Oorspronkelijk stak er een stok door de ronde gaten om pannen aan op te hangen, maar dat bleek niet heel praktisch.

 

De eethoek doet denken aan een kombuis (de architect is gepassioneerd zeiler). Deze heeft twee vaste zitbanken met zwart geschilderde omkasting en losse kussens, een ladekast en een vaste tafel met verlengbaar blad.

 

Ook de driezijdige vaste bank in de zithoek is van zwart geschilderd hout met daarop de zit- en rugkussens. Een van de zijden wordt begrensd door een TV-kast. De achterwand tussen de raampartijen is een multifunctionele, open kast opgetrokken tot aan het plafond. Ook in deze inbouwmeubelen vallen de rondingen op die zorgen voor de speelsheid van het ontwerp.

De meisjeskamers werden samengevoegd tot de huidige ouderslaapkamer.
Zicht op de dakconstructie vanuit de werkkamer naar het portaal.

Een huis moet meegaan met de tijd

Er is in Huis Jobse van alles aangepast in de loop der tijd. Niet alleen zijn de wc en de douche wit geschilderd. Het sanitair in de badkamer met de rode kranen werd gemoderniseerd. De ouderslaapkamer werd verplaatst van de voorzijde naar de achterzijde van het huis. De beide meisjeskamers werden daartoe samengevoegd tot een grotere ruimte en de plafondplaten werden gewit. Nu zijn het houtwerk en de kozijnen aan de buitenzijde wit geschilderd vanwege de betere bescherming van het hout. Vroeger waren deze donkerbruin gebeitst.

 

Om de stookkosten omlaag te brengen zijn allerlei ingrepen gedaan. En er is veel aan gedaan om het huis te isoleren. Oorspronkelijk was er 3 centimeter isolatie aangebracht, nu 18 centimeter. Ook werden ramen vervangen door dubbel glas. Het glas van het schuine glazen dak van de plantenkas kreeg triple glas; aanvankelijk was er buitenzonwering aangebracht. Een airco zorgt voor extra verwarming van sommige ruimtes en koeling in de zomer. De golfplaten dakdelen zijn vervangen door zink. Het energielabel is momenteel  A+.

Zicht op de uitgebouwde tuinkamer met glazen verdiepingsvloer.
Zicht vanuit de ouderslaapkamer op de glazen verdiepingsvloer van de tuinkamer.

De uitbouw of ‘tuinkamer’

De grootste verbouwing betreft de uitbouw achter de keuken en de herinrichting van de tuin (2005). De uitbouw heeft de maat van de vierkante module van de oudbouw en is aan de buitenzijde bekleed met zink. Zo ontstond een logisch en passend verband tussen nieuwbouw en oudbouw. De tuinkamer bestaat uit twee bouwlagen en een halve glazen verdiepingsvloer. Deze vloer ligt diagonaal in de ruimte en laat een vide vrij die nodig was om plaats te bieden aan een groot schilderij, afkomstig uit het kantoor van Jobse+Bos. Een vlizotrap van aluminium biedt toegang tot de ruimte op de eerste verdieping met uitzicht op de tuin.

 

De tuinkamer bevindt zich op de plaats waar oorspronkelijk een verdiept terras lag. Om plaats te maken voor een glazen pui met deur naar de tuin werd een deel van de tuin afgegraven. Zo ontstond een nieuw verdiept terras op de plaats waar de tuin aanvankelijk aansloot op het niveau van de plantenkas. De oude acacia en de bijbehorende boomspiegel werden daarbij gespaard; in verband met de droogte lieten een eik en twee ceders al eerder het leven. De wilde plantentuin bleef verder in tact, inclusief een aantal van de door Jobse geplante bomen en het pad dat tussen de planten en bomen heen slingert.

 

Het daklandschap van Huis Jobse in de groene omgeving.

De natuur als hart van het huis

Huis Jobse draagt een aantal kenmerken in zich van de structuralistische architectuur. Wat opvalt is de basismodule van het vierkant die ten grondslag ligt aan de organisatie van de plattegrond. Ook de open verbindingen tussen de ruimtes, de menselijke maatvoering, de driehoekige ramen en de puntige daken zijn karakteristiek.

 

Een van de belangrijkste kernwaarden van Huis Jobse is de nauwe verwevenheid tussen binnen- en buitenruimte, zowel in de oudbouw als in de aanbouw. Het huis is daarmee een vertaling van de behoefte om op te gaan in de natuur, zich omsloten te voelen door wilde planten en oude bomen en om zich geborgen te voelen in het contact met de groene omgeving.

 

Interview met de eigenaar: klik hier!

 

Tekst: Barbara Laan

Foto’s: Bert Muller

Copyright: SHI/BMbeeld 2026

 

Bronnen

Bouwtekeningen collectie Jobse en Bos

‘Woning en meubels op maat gemaakt’, Eigen Huis & Interieur, (1979)oktober, pp. 48-55

Lilian Bos en Hélène Damen, Jos Jobse, een lijn, een punt, Middelburg 2014

Meer info over dit huizenportret?

Stuur ons een mail