Ontwerp rondom een plantenkas
Bij aankomst komen Jos Jobse en Lilian Bos, de eigenaren van het huis, mij tegemoet lopen. Na een hartelijke begroeting gaan we gezamenlijk naar binnen en beginnen zij direct te vertellen. Ik laat me onderdompelen in hun aanstekelijke verhalen.
De voordeur blijkt dwars op de voorgevel te zijn geplaatst. Lilian: ‘Je komt binnen aan de zijkant, dat is al een verrassing.’ Jos: ‘Achter de ingang mag wat mij betreft zitten wat je verwacht, maar de ruimtewerking moet wel een openbaring zijn.’ Jos en Lilian zijn het er over eens dat je de ruimtes niet in één keer hoeft te kunnen lezen, maar dat het belangrijk is dat er steeds iets nieuws te ontdekken valt. Als ik eenmaal via het kleine, donkere halletje de ruimte erachter betreed word ik getroffen door het licht dat binnen valt via de schuine ramen van de plantenkas, die een centrale plaats heeft in het huis.
De sensatie van het langzaam ontdekken
Jos Jobse heeft het huis in 1975 gebouwd voor zichzelf, zijn eerste vrouw en hun twee toen nog jonge meisjes van 3 en 5 jaar. Lilian Bos en hij leerden elkaar pas kennen in 1989, toen zij beiden als architect werkzaam waren bij het architectenbureau van Groosman partners in Rotterdam. De aanbouw van de tuinkamer aan de achterzijde hebben zij samen ontworpen in 2005, op dezelfde basismaat als in het oorspronkelijke gebouw: een stramien van vierkanten van 4.20 x 4.20 meter.
Rondlopend vertelt Jos over dat stramien: ‘Het zijn vierkanten die als het ware rondom een kern van 1.20 x 1.20 meter draaien. Door de hoekverdraaiingen ontstaan interessante plekken. Hier heb je zo’n kern.’ En hij wijst naar een plaats waar de vierkanten aan elkaar zijn geschakeld: het vierkant van de entree met de werkhoek, het vierkant van de grote berging links en het vierkant van de eethoek en keuken daar achter. Vanuit de centrale ruimte kan je omhoog kijken in de vide van de glazen kas, je hebt een doorzicht richting de keuken en de aangebouwde tuinkamer en zicht op de tussenverdieping en de loopbrug naar de slaapvertrekken, die vrij in de vide hangt.
Lilian: ‘Het is een sensatie om het huis langzaam te ontdekken.’ Jos: ‘Jazeker je hebt gelijk, maar de vraag voor mij was destijds natuurlijk: ‘hoe gaan we dat maken?’
Een smalle, maar diepe kavel
Tijdens een korte koffiepauze in de nieuwe tuinkamer vertelt Jos hoe het huis en de tuin tot stand zijn gekomen. ‘Ik was op zoek naar een smalle, diepe kavel, omdat er dan veel ruimte aan de achterkant van het huis zou overblijven voor de tuin. Ik had de eerste keus van een serie vrije kavels en heb deze gekozen omdat het ontwerp dat ik al had gemaakt er precies op paste en vanwege de situering; de achtergevel aan de tuinzijde ligt pal op het zuiden.’
De tuin sloot aanvankelijk aan op het niveau van de plantenkas; de werkhoek lag verdiept ten opzichte van het maaiveld. Zo kon je door de cactussen op het plateau van de plantenkas op hetzelfde niveau de tuin inkijken. ‘Jammer genoeg heb ik de cactussen uiteindelijk moeten weghalen. Ze stonden in een grote bak met geëxpandeerde kleikorrels die je regelmatig moest bewateren en dat leverde een te hoge vochtigheidsgraad op in het huis.’
De tuin is een lust, elke dag weer
‘Achter het huis was eerst een verdiept terras. Nu staat daar de aangebouwde tuinkamer, die we hebben gebouwd omdat ik nog meer het gevoel wilde hebben omringd te zijn door de tuin. Om toch een verdiept terras te hebben is het deel van de tuin grenzend aan de plantenkas afgegraven.’
Lilian: ‘Jos heeft destijds de hele tuin zelf aangelegd en de bomen geplant die nu een behoorlijke omvang hebben. Hij wilde graag een schaduwtuin met wilde planten. We wilden deze oude acacia sparen en we wilden geen strakke, rechthoekige bak maken van het terras. Daarom hebben we de betonnen keermuur van de bak plaatselijk halfrond gemaakt, rondom het wortelstelsel van de boom.
De schoenlappersplant heb ik ernaast gezet. Deze stond eerst achterin de tuin, maar daar deed hij het niet. Nu doet ie het fantastisch! De tuinkamer heeft een glazen pui aan deze kant en een halve glazen vloer op de verdieping met een halve vide om ruimte te bieden aan een enorm kunstwerk dat eerst op kantoor hing. Het glas geeft mooie reflecties, dat is een leuke bijkomstigheid. En de bloemen keren zich naar deze kant.’
Jos: ‘Aan de zuidkant van de tuinkamer is de gevel bewust dicht gelaten, behalve het laag geplaatste panoramaraam en een klein raampje bovenin. Je kan daardoor vlak over de tuin heen kijken en de vogels zien lopen. Het is alsof je er heel dicht op zit. De tuin is een lust, elke dag weer’.
Pas tevreden als het op een postzegel past
Ook over de maatvoering van het huis zijn Jos en Lilian het helemaal eens. Jos: ‘Ik ben een sociaal woningbouwer. Ik heb veel sociale woningen ontworpen, in Vlissingen bij voorbeeld: de zogeheten bloemkoolwijken. Ook de Edelstenenbuurt in Middelburg en de buurt waar wij wonen is volgens dat principe aangelegd. Van bovenaf lijken de wijken op een doorgesneden bloemkool. De verkeersluwe wijken met pleintjes voor de kinderen om te spelen bevorderen de gemeenschapszin.
De bouwnormen voor sociale woningen schrijven kleine maten voor. Ik heb die maten ook voor dit huis gebruikt. De eethoek is bijvoorbeeld heel compact, zoals het kombuis van een schip. Ons tochtportaaltje heb ik zelfs tijdens het ontwerpproces nog verkleind, zodat ik ernaast een extra kleine bergruimte kon maken. Als mensen daar wel eens een opmerking over maken zeg ik: alles past er toch in? Ik heb het huis als een soort meubel om me heen gebouwd. Eigenlijk ben ik met een ontwerp pas tevreden als de structuur op een postzegel past!’
Lilian vertelt over de maatvoering dat zij pas na enige tijd besefte hoe deze goed is. De afmeting van de vierkanten van 4.20 x 4.20 is ook voor de zitkamer op splitlevelniveau toegepast. Rondom is aan drie zijden een vaste bank gemaakt. ‘Toen ik een keer in een ruimte van 5 x 5 meter zat merkte ik dat de afstand tussen de mensen te groot was. Het is niet prettig om te ver uit elkaar te zitten. Toen zag ik opeens: hier hebben we de goede maat, een maat die zorgt voor intimiteit en verbinding. En omdat de ruimtes in open relatie staan met elkaar ontstaat er onderlinge samenhang en wordt de saamhorigheid bevorderd.’
Samen zijn we beter dan ieder alleen
Na de periode bij Groosman partners zijn Jos en Lilian samen gaan werken in een eigen architectenbureau. Jos: ‘Voor mij was dat de mooiste tijd uit mijn werkzame leven. Met elkaar praten over de ontwerpen was buitengewoon stimulerend. We werkten om en om aan een ontwerp en uiteindelijk was één van beiden verantwoordelijk, maar we beïnvloedden elkaar. Dat heb ik als heel positief ervaren. Het heeft mijn kijk op het vak verrijkt.’
Lilian: ‘Jij bent bouwtechnisch goed, daar heb ik veel van geleerd.’ Jos: ‘Ja, ik heb eerst de ambachtsschool gedaan. Ik heb altijd bewondering gehad voor de vakmensen.’ Lilian: ‘De mensen die het moeten maken; zij vinden dat leuk om te doen. En wij vinden het leuk om met ze samen te werken en met elkaar. Samen zijn we beter dan ieder alleen.’
Ik wil hier later wel wonen hoor
Lilian: ‘Wat ik prettig vindt aan het huis is dat het heel goed past met z’n tweeën, je voelt je fijn omsloten, maar met veel mensen tegelijk kan ook, want het bestaat uit veel verschillende plekken. Het is bovendien een heerlijk huis voor kinderen. Onze kleinkinderen konden er altijd lekker rondrennen en verstoppertje spelen, toen ze kleiner waren.
Maar wat ik het eerst heb gedaan toen ik hier kwam wonen in 1991 was de badkamer wit schilderen, en het halletje. In onze slaapkamer heb ik ook het plafond gewit, maar dat had ik niet moeten doen, daar heb ik spijt van. Het bruin van de gebeitste, spaanplaten was mooier.’
Jos: ‘Dat was Sadolin beits, een Deens merk. Ook buiten hebben we dat aangepast, want de beits beschermde het hout niet goed genoeg tegen weersinvloeden.’
In die zin is het huis toekomstbestendig en ook wat betreft de opvolging zijn er goede vooruitzichten, aldus Jos. ‘Ondanks alle veranderingen zal het huis binnenkort waarschijnlijk wel monument worden. Als het eenmaal op de provinciale monumentenlijst staat is het voortbestaan geborgd. Maar ik ga het huis hoe dan ook niet verkopen aan zo maar iemand. Ik wil zeker weten dat ze het goede gevoel hebben bij dit huis. Maar als mijn kleinzoon Ivan het wil hebben vind ik dat ook goed. Laatst zei hij nog tegen mij: ik wil hier wel wonen hoor!’
Bekijk het Huizenportret: klik hier!
Tekst: Barbara Laan
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2026