Ten noorden van het Noord Veluwse dorp Epe, verscholen in de bosrijke omgeving, bevindt zich een uitzonderlijk landhuis met een internationale allure. Het huis kan typologisch gerekend worden tot de bungalows en is gelegen aan de Ballastputweg in de villawijk ‘Epe Noord’. Hier zijn in de eerste helft van de vorig eeuw zand- en heidegronden ontgonnen in het kader van werkverschaffing. De percelen zijn in de jaren ’60 en ’70 uitgegeven. Landhuis Siesling is gesitueerd aan het doodlopende gedeelte van de Ballastputweg op een licht geaccidenteerd terrein.
De opdrachtgever was de flamboyante tandarts Rinze Peter Siesling (1944- 2021). Hij liet hier in de jaren zeventig een huis bouwen dat aan de Côte d’Azur niet zou hebben misstaan. De grandeur is zichtbaar in de complexe plattegronden, de in elkaar overvloeiende ruimten met steeds weer nieuwe doorzichten op tuin en bos. Maar ook in de magistrale afwerking met bijzondere, uit Japan afkomstige mozaïektegels en de toepassing van de nieuwste technieken in het interieur. In die zin weerspiegelt het huis de glamour en stijl zoals we die kennen van huizen in de James Bondfilms en nodigt het uit tot entertainen.
Rinze Peter Siesling, afgestudeerd als tandarts, was de zoon van de bekende tandtechnicus Peter Siesling uit Zwolle. Na eerst enige tijd een eigen praktijk te hebben gevoerd nam hij begin jaren zeventig het Tandtechnisch Laboratorium Siesling, met acht vestigingen in Nederland, van zijn vader over. Het laboratorium stond bekend als een van de meest vooruitstrevende. De heer Siesling heeft de bungalow zelf bewoond tot 1980. Na wisselingen van eigenaar heeft het huis tussen 2005 en 2020 leeg gestaan. Sinds 2020 wordt het huis weer bewoond. Siesling stond bekend om zijn kennis en kunde en zijn oog voor kwaliteit en gold als een perfectionist. Deze eigenschappen komen optimaal tot uitdrukking in zijn eigen woonhuis.
Verantwoordelijk voor het ontwerp was ir. L. Reinalda van architecten en ingenieursbureau P.J. de Gruyter, tegenwoordig BDG Architecten, te Zwolle. Het architectenbureau was gespecialiseerd in utilitaire architectuur waaronder diverse ziekenhuizen en de imposante elektriciteitscentrale Harculo bij Zwolle. Landhuis Siesling is een van de weinige woonhuizen van het bureau. Siesling gaf in 1973 de opdracht tot het ontwerp van de villa aan Reinalda. Deze kreeg hier de kans om een totaalconcept te realiseren dat tot in het kleinste detail is uitgedacht. Hierbij is ook het complete interieur, inclusief verlichtingsplan en ingebouwde audioapparatuur, alsmede het tuinontwerp, door de architect uitgewerkt.
Het futuristische huis wordt gekenmerkt door een nagenoeg rechthoekige samengestelde opzet, met een aantal in- en uitspringende bouwdelen, platte van isolatieplaten voorziene daken en forse daklijsten. De via een trappartij te bereiken entree – tegelijk vestibule als garderobe – en de werkkamer van meneer zijn op het noorden gericht en hebben een besloten karakter. De kopse bouwdelen van het huis zijn onderkelderd. Aan de oostkant van het landhuis zijn de keuken, de bijkeuken, en de lager gelegen garage gesitueerd met daaronder de wijnkelder, doka en bergruimten. Aan de westzijde bevinden zich drie slaapvertrekken, drie badkamers, waarvan één in de kelder bij het zwembad, en een ‘atelierruimte’.
De leefruimte (werkkamer van mevrouw, zitkamer en eetkamer) ligt centraal in de plattegrond en is op de zonkant gesitueerd. Aan deze zuidzijde wordt door de toepassing van grote brede van thermopane voorziene ramen met hefschuifdeuren een maximale openheid en transparantie bereikt met een optimale relatie tussen interieur en tuin. Ten behoeve van de zonwering zijn buitenjaloezieën opgenomen in de dakoverstek. De architect heeft de direct aan de woning gelegen buitenruimte mee-ontworpen met het huis. Dit betreft de terrassen met de pergola’s en andere toebehoren, de bielzen plantenbakken rondom het huis en de vlonder, beneden bij het zwembad.
Het huis wordt gekenmerkt door kleinere en grotere hoogteverschillen tussen de verschillende ruimten. De ruimten in het huis zijn verschillend in grondvorm en ruimtewerking waardoor de beleving steeds verandert. Elementen uit het interieur komen terug in het exterieur waardoor de relatie tussen beiden wordt benadrukt. Zo zijn dezelfde karakteristieke ‘Space Age’ rondingen in de vorm van de cirkel, halve cirkel en de kwart cirkel zichtbaar in wanden in het interieur maar ook in de tuinmuren en is het kenmerkende pleisterwerk (krabstuc) overal terug te vinden. De relatie tussen binnen en buiten wordt versterkt door het samenspel van de woonkamer en de overdekte zithoek in de tuin, waar bijvoorbeeld dezelfde meranti latten aan het plafond bevestigd zijn. De tuin bevat onder andere een tweede, verdiepte, zitgelegenheid, barbecue en een inmiddels gedempte vijver zoals ontworpen in de jaren ’70 van de vorige eeuw.
De plattegrond is kenmerkend voor nieuwe ontwikkelingen in de architectuur van de jaren zeventig, waarbij sprake is van complexe perspectieven in plaats van standaard rechthoekige vertrekken. Er is sprake van een grote variëteit in de schaal en functies van ruimten, en een architectuur van fragmentatie. Plattegronden worden ondoorgrondelijker en er ontstaan nieuwe typologieën. Door de toepassing van een stalen constructie, zoals vooral bekend geworden door de experimentele modernistische ‘Case Study’ huizen in het Californië van de jaren vijftig en zestig, wordt het mogelijk om de gevels naar de tuinzijde te openen en vrijwel compleet in glas uit te voeren met toepassing van meranti kozijnen.
Karakteristiek voor grotere woningen in de jaren zeventig is de zitkuil als onderdeel van een architectuur met een menselijke maat. Ook in multifunctionele gemeenschapsgebouwen en in kantoorgebouwen wordt deze toegepast. De zitkuil markeert een besloten plek in de ruimte. Hij verandert de relatieve leegte van een huiskamer, atrium of vergaderzaal in een ruimte die een duidelijke relatie heeft met het menselijk lichaam. Dit komt tot uitdrukking in het niveauverschil en de afmetingen, maar ook door de uitnodiging tot sociaal verkeer dat de zitkuil met zijn omhullende vorm moest bevorderen.
Kern van huis Siesling zijn de zitkuil met open haard en het er naast gelegen, voor die tijd uiterst omvangrijke en geavanceerde, Hi-Fi meubel met een ingebouwde Quadrafonische Pioneer geluidsinstallatie. Een groot aantal ruimten in het huis en de zithoek op het terras is voorzien van speakers die vanaf het Hi-Fi meubel afzonderlijk bediend kunnen worden. Ze zijn weggewerkt achter de plafonds. De zitkuil in de woonkamer is voorzien van een op maat gemaakte open haard met ronde stookplaats en rookvang. De open haard kan middels een elektrisch systeem in hoogte versteld worden zodat deze vanuit verschillende punten in de leefruimte ervaren kan worden.
Alle wanden en constructieve elementen, zowel binnen als buiten, met uitzondering van de met mozaïektegels beklede ruimten, zijn afgewerkt met zogenaamde krabstuc pleisterwerk. Deze bijzondere sierpleister wordt in twee fasen gerealiseerd. Na het aanbrengen en het enkele dagen laten drogen van een dikke minerale pleisterlaag wordt deze ‘gekrabd’ met een speciale borstel waardoor een fraai natuurlijk uiterlijk ontstaat. De in wit marmer uitgevoerde plinten vormen een vlak met wanden en zijn niet zoals gebruikelijk voor de wanden geplaatst.
Bijzonder is dat in het huis zo goed als alle (vaste) interieurelementen nog authentiek zijn, zoals de kleine ronde, uit Japan afkomstige blauwe tegeltjes (mozaïek tegelmatjes), in de ‘natte’ ruimten waaronder de keuken, de badkamers, de wc’s en het zwembad. Deze laatste ruimten zijn bovendien nog voorzien van noviteiten als thermostaatkranen van het Duitse merk Grohe en sanitair van het Amerikaanse merk IDEAL STANDARD dat hangende toiletten en een bidet leverde.
Kenmerkend voor de vloerafwerking van de woonvertrekken, de keuken, trappen en de wastafelbladen in de badkamers is de toepassing van wit marmer, in contrast met de donkerbruine kleur van het houtwerk en de vloerbedekking in de woon- en slaapvertrekken. Deze is inmiddels vervangen door een vloerbedekking in een lichtere kleur (oorspronkelijk donker bruin).
Het verlichtingsplan bestaat uit meer dan 100 inbouwspots van de firma Raak uit Amsterdam. Opvallend zijn verder de uit een lattenwerk met achterliggende akoestisch Firetdoek bestaande plafonds. De latten zijn in een deel van de vertrekken wit geschilderd.
Kenmerkend voor het huis is de hierboven reeds genoemde, zeer sterke relatie tussen het interieur en het exterieur. Dit is niet alleen bereikt door de grote glaspuien van vloer tot plafond, maar mede door overeenkomsten in het ontwerp: de vormen afgeleid van de cirkel, de buitenkamer en de buitenzithoeken, de pendant van de ronde openhaard en de ronde vijver, de niveauverschillen zowel binnen als buiten en de visuele relatie tussen de binnen- en buitenruimte.
Aan de noordzijde van het huis is sprake van een reeks overwegend rechthoekige, duidelijke afgebakende, plantvakken die een voorzetting vormen van de plattegrond terwijl aan de zuidzijde sprake is van meer organische vormen aan de zoom van het grasveld. Toegepaste materialen en vormen betreffen onder meer gewassen grindtegels in verschillende, mogelijk deels speciaal voor het huis geproduceerde, formaten waaronder ronde tegels en de toepassing van bielzen.
Een belangrijk onderdeel van het interieur was tevens de toepassing van een groot aantal kamerplanten, soms ingepast in de architectuur. Deze verbonden nadrukkelijk het groen buiten met het groen binnen, zoals in de vaste plantenbak in de vloer van de galerij of corridor.
Het interieur werd oorspronkelijk verlevendigd door een groot aantal kamerplanten. Dit weten we dankzij een boek van Rob Herwig (1935-2022), bekend schrijver van boeken over tuinieren en kamerplanten. In dit in 1978 gepubliceerde boek zijn diverse foto’s opgenomen van planten in het interieur van huis Siesling. Herwig was ook een begenadigd fotograaf die vaak zelf de foto’s maakte voor zijn boeken. Hoe het contact met Herwig is ontstaan is helaas niet bekend en nodigt uit tot nader onderzoek. Hoewel het waarschijnlijk is dat er veel planten in het huis stonden zijn de foto’s in het boek wel gestyled voor het boek. Er zijn destijds vrachtwagens met extra planten geleverd voor de fotoshoot. In de jaren ‘70 maakten kamerplanten steeds nadrukkelijker onderdeel uit van interieurs. Dat is ook in Landhuis Siesling het geval.
Inmiddels is door de huidige eigenaren het huis met veel zorg en respect voor de bijzondere kwaliteiten en tevens met veel enthousiasme en doorzettingsvermogen veel achterstallig onderhoud uitgevoerd. Verder zijn ook moderne voorzieningen als zonnecollectoren en een warmtepomp als onderdeel van een duurzamer verwarmingssysteem met zorg geïnstalleerd. Een en ander heeft inmiddels geleid tot een aanwijzing als gemeentelijk monument. Daarmee is het een van eerste landhuizen uit de Post 65 periode in Nederland met een dergelijke status.
Interview met de eigenaar: klik hier!
Tekst: Roger Crols
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2024
Bronnen
Archief eigenaren: oude foto en luchtfoto
L. Schuitemaker, Redengevende beschrijving Ballastputweg 5 te Epe, Gelders Genootschap, Arnhem 2022
https://post65.nl/landhuis-1973-in-epe-een-monument/