Aan de zuidkant van Enschede staat aan de Vlierstraat 820, een ruime, vrijstaande jaren vijftig bungalow van overwegend één bouwlaag, verscholen op een bosrijk perceel op de hoek met de Buurserstraat. Een slingerende oprijlaan leidt naar een voorplein rond een bomengroep met daarachter de langgerekte voorgevel, gelegen op het noorden. In het lage deel bevindt zich de centraal geplaatste voordeur onder een markante luifel, die zorgt voor de beschutte begeleiding van buiten naar binnen. Het dakoverstek in het verlengde van de luifel betrekt de inpandige de garage bij het ontwerp.
Het moderne landhuis werd gebouwd voor het Joodse gezin Van Gelderen – Menko, zowel Henk als Beryl stamden uit Twentse textielfamilies. Henk van Gelderen was directeur van NV Stoomweverij Nijverheid die door zijn grootvader Marc van Gelderen en ooms voortvarend was uitgebouwd. Bij de Nijverheid werden bedrukte stoffen, glasgloeikousjes, lasdoppen en technisch porselein gefabriceerd. Beryl was een telg uit de vooraanstaande, eveneens Joodse, textielfamilie Menko. Samen kregen Henk en Beryl twee zonen en drie dochters en hadden aanvankelijk een inwonend kindermeisje/dienstbode.
Ook de Amsterdamse architect van het huis, Hendrik Willem (Hein) Salomonson, had banden met de Twentse textielindustrie, verder weg in zijn, eveneens Joodse, familie. Henk en Hein waren vrienden geworden tijdens de bezetting toen Henk in het verzet zat en Hein moest onderduiken. Als dank voor het vinden van een onderduikadres beloofde hij hem een huis te bouwen zodra de oorlog voorbij zou zijn. Salomonson ontwierp het huis tot in detail, van kastenwanden tot het bed in de ouderslaapkamer. Het werd een echt gezinshuis, minder formeel dan de huizen waar het echtpaar was opgegroeid, maar wel geschikt om gasten te kunnen ontvangen. Het bleek hen te zitten als een maatpak.
Hein Salomonson (1910-1994) werd geïnspireerd door de ideeën van het Nederlandse Nieuwe Bouwen en het internationale Modernisme. Hij was lid van de Amsterdamse architectengroep ‘De 8’ en werkte na de oorlog als een van de redacteuren van het tijdschrift Goed Wonen. Zijn opleiding begon aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Tijdens zijn studietijd aan de Kunstgewerbeschule in Wenen maakte hij kennis met de denkbeelden van de architect Josef Hoffmann, van wie hij zijn gevoel voor de textuur en ambachtelijke verwerking van materialen mee kreeg. Zijn leertijd bij de beroemde modernistische architect Le Corbusier in Parijs in de zomer van 1933 bracht hem in contact met de internationale moderne beweging. Maar hij had ook affiniteit met de materiaalkeuze van de moderne Finse architect Alvar Aalto die veel werkte met blank hout en grof geweven stoffen. De invloed van Aalto is voelbaar in de materiaalkeuze in Huis Van Gelderen.
Het eigen werk van Salomonson slaat een brug tussen beide ontwerpopvattingen: het is ‘modern maar zachter’ zoals zijn monograaf Niek Smit dat benoemt. De architect begon zijn eigen bureau in 1946 en ontwierp ook meubels samen met Theo Tempelman, onder andere voor Metz & Co en A. Polak’s Meubelindustrie. Zijn beste werken maakte hij in de jaren vijftig en zestig. Het meest bekend is de ‘Corbusiaanse’ villa aan de Apollolaan in Amsterdam die hij ontwierp voor de sigarettenfabrikant Orlow. Kenmerkend voor dat huis zijn de kolommen of ‘pilotis’ die een vrij in te delen plattegrond faciliteren.
Een van de meest opvallende karakteristieken van Huis Van Gelderen zijn de zorgvuldig ontworpen ‘zachte’ overgangszones tussen exterieur en interieur. Aan de voorzijde door het platte dak van de luifel met vierkante openingen om het daglicht in de woning te laten vallen. Aan de achterzijde door het deels inpandige terras dat besloten is, want omgeven door twee buitenmuren en een glazen pui, en tegelijk open is naar de tuin. Deze halve ‘patio’ is toegankelijk via een in staal gevatte, glazen schuifdeur in de gang die in de muur kan worden weggeschoven. Het inpandige terras en het entreegebied onder de luifel zorgen voor zachte overgangen, van buiten naar binnen en andersom.
Huis Van Gelderen is opgebouwd uit een drietal geschakelde rechthoekige blokvolumes. Een langgerekt volume van één bouwlaag in het midden waarin de entree met vestibule, garderobe en toilet zijn geplaatst en daarachter een lange, dwars geplaatste gang. Deze ruime gang vormt het verbindende element tussen de bouwvolumes en geeft toegang tot een grote open leefruimte aan de zuidelijk gelegen achterzijde van het huis. De ruimte kan met een vouwwand worden gescheiden in een woon- en een eetgedeelte. Oostelijk van dit bouwvolume bevindt zich een dwars geplaatst blok van twee bouwlagen waarin de slaap- en badkamers zijn ondergebracht. En westelijk ervan nog een laag volume van één bouwlaag waarin zich de keuken, bijkeuken/wasplaats, fietsenberging en garage bevinden.
Kenmerkend voor Salomonson is de knap doordachte plattegrond, waarin ruimten logisch zijn gegroepeerd naar functie en met elkaar verbonden. Het huis kent hiermee een duidelijke ‘routing’. Een mooi voorbeeld is de keuken op het noorden, maar met een eethoekje op het zuiden, subtiel ingepast in de plattegrond.
De gevels zijn opgebouwd uit blonde bakstenen en zijn op sommige plaatsen geaccentueerd door witgeverfde, houten daklijsten. Het hoge blokvolume is op de verdieping aan drie zijden betimmerd met verticaal geplaatste, cedarhouten planken, oorspronkelijk blank gelakt, maar in de loop der jaren steeds donkerder gebeitst. De Thermopane dubbele beglazing is grotendeels uit de bouwtijd.
In het interieur zijn de meeste materialen en ingebouwde meubelen bewaard gebleven. De kleuren in het interieur – gedekte tinten bruin, grijs, beige – zijn overwegend gebleven zoals ze waren. De betegelingen van de drie badkamers zijn nog aanwezig in zachte tinten blauw en geel. Alleen in de keuken zijn de kasten boven het aanrecht in latere tijd rood geverfd en is het aanrechtblok vervangen. Oorspronkelijk had de ouderslaapkamer een kaptafelkastje en stofferingen in die kleur.
De vloeren in de vestibule met garderobe, de gang en het inpandige terras zijn belegd met grote tegels zwarte leisteen. In de garderobe zijn ruimten uitgespaard voor de jassen aan twee zijden. De muur aan de noordkant is betegeld met lichtblauwe tegels tot aan de vensterstrook onder het plafond. In die muur bevindt zich een rood geschilderd postluik, een spiegelnis en een ingebouwde radiator. De wand is doorgetrokken tot in de toiletruimte.
Vanuit de vestibule betreedt men de dwarsgeplaatste gang via een glazen deur met handgrepen uit het oude huis van de familie. Eenmaal in de gang is links de grote dubbele toegangsdeur tot het woongedeelte en rechts die tot het eetgedeelte. Bij ontvangsten en recepties van de zaak werden de dubbele deuren opengezet zodat een brede toegang ontstond. De deur vanuit het eetgedeelte fungeerde bij die gelegenheden als uitgang om een soepele circulatie te bevorderen. De woonruimte heeft een teakhouten strokenvloer, gelegd in de richting van de tuingevel. Het terras en de achtertuin kunnen worden betreden via een in staal gevatte glazen deur. Bij de met travertijn beklede haardpartij hoort een zitbank van hetzelfde materiaal waaronder de radiator is weggewerkt. Tussen de eigenlijke vensterbank en deze stenen bank is een uitsparing waarin de gordijnen geschoven kunnen worden. Een dergelijk zitje bij de haard paste Salomonson in veel van zijn huizen toe.
De hele wand aan de oostzijde van de woonruimte wordt in beslag genomen door een kastenwand, deels open en deels afgesloten met kastdeuren. Deze kasten zijn bekleed met zogenaamd grasbehang, deels in horizontale en deels in verticale richting geplaatst. Samen met de boekenkast aan de noordwand biedt dit houten wandmeubel een intieme achtergrond voor de zithoek.
Op foto’s van de fotograaf Jan Versnel gepubliceerd in het Bouwkundig Weekblad van 1959 is te zien dat er in de tijd van de familie Van Gelderen een grof geweven kleed lag met een patroon georiënteerd op de diagonaal. De salontafel was een ontwerp van de architect (Metz & Co). De bank en de fauteuil waren van Knoll, een Amerikaanse fabrikant van modernistisch design, opgericht in 1938 door Hans Knoll.
De grote leren vouwwand, nog altijd aanwezig, is aan de woonkamerzijde uitgevoerd in ivoorwit. Aan de zijde van de eetkamer is deze lichtblauw. Ook de bank van de familie Van Gelderen had deze kleur.
De kersenhouten eettafel naar ontwerp van Salomonson en de stoelen van Jac. Haan staan nog steeds in het midden van de ruimte. De L-vormige lage ‘buffetkast’, door de architect in detail ontworpen, is alleen nog aanwezig aan de lange zijde onder het brede venster (westwand). Daaronder is een radiator aangebracht. Ook het fonteintje waar Beryl haar gieter kon vullen bleef bewaard, inclusief het ‘spatscherm’ van bruine glasmozaïeksteentjes. Aan de korte zijde (zuidwand) is het deel van het blank houten buffet weggehaald waar Beryl haar bureau had (de laden bleven bewaard). Tegen die wand werd een zeventiende-eeuwse kast geplaatst: een erfstuk van haar ouders.
De kastenwand aan de noordzijde kan zowel vanuit de eetkamer als vanuit de keuken worden geopend. Deze doorgeefkast omvat naast bergruimte voor serviezen ook een berging voor een zogenaamde (au) ‘bain-marie trolley’ of warmhoudwagen. De wagen heeft een gebronsd frame en gepoedercoate, lichtgele bak met een besteklade en uitklapbare zijbladen. In de bak hangen de roestvrijstalen dekselschalen. Het waterbad kan nog steeds worden aangesloten op de elektriciteit om de gerechten te kunnen warmhouden zonder dat ze aanbranden.
Deze kastenwand is ook aan de zijde van de keuken nog intact evenals enkele keukenkastjes en de later uitgebreide zithoek met eettafel voor de kinderen. De rest van de keuken is vernieuwd en de vloer heeft een nieuwe afwerking gekregen. Het raam kon oorspronkelijk naar beneden geschoven worden zodat er openheid was naar de tuin.
In de bijkeuken overheersen de vele vaste kasten en de witte en lichtblauw geglazuurde tegels. Het aanrecht is ook nog aanwezig. Mogelijk werden hier ook kleine wasjes gedaan; er was aanvankelijk waarschijnlijk geen wasmachine. De gebogen radiatorpijpen bieden ruimte voor het drogen van theedoeken en dergelijke.
De vijf slaap- en drie badkamers zijn verdeeld over de begane grond en de eerste verdieping in het oostelijk bouwvolume van het huis. Dit ‘nachtgedeelte’ van het huis begint feitelijk bij de opstap, een laag bordes, aan het einde van de gang waarop vanaf het begin een tapijt heeft gelegen, te oordelen naar de foto’s van Jan Versnel uit die tijd. Daarmee werd onderscheid gemaakt tussen het levendige woongedeelte en rustige slaap- en werkgedeelte van het huis.
De trap is een wenteltrap die halfrond naar boven voert met een los staande stalen spil en sierlijke trapleuningen. Beneden bevinden zich links (noordoostkant) de ouderslaapkamer met ingebouwde kaptafel en eigen badkamer en rechts (zuidoostkant) de ruimte waar oorspronkelijk de studeerkamer van Henk zich bevond. Toen het de slaapkamer werd van de oudste zoon Matthieu kreeg hij er een eigen doucheruimte bij. De kamers zijn uitgerust met de nodige inbouwkasten en vaste interieuronderdelen.
Boven sliepen de overige vier kinderen met een gedeelde badkamer. De kinderjuf/dienstbode had aanvankelijk een eigen kamer met wastafel. Later was die ruimte nodig voor het zich uitbreidende gezin. De gezamenlijke wc was tevens voorzien van een zogenaamd ‘slobzink’, een kraan met wasbak waar een emmer voor de schoonmaak gevuld en geleegd kon worden. Vermoedelijk had de familie naast de kinderjuf ook nog een ‘dagmeisje’ om het huis aan kant te houden.
De badkamer boven is vanuit de gang via de wc en vanuit twee slaapkamers toegankelijk en beschikt over twee wastafels, een spiegelnis en een bad. Een detail herinnert aan de persoonlijke geschiedenis van de familie: boven het bad zijn vijf tegels opgenomen in de betegeling met de geboortedata en namen van de vijf kinderen: Matthieu, Saskia, Caroline, Wouter en Heleen, geboren tussen 1956 en 1963.
Het huis heeft twee bouwfasen gehad; ook de tweede bouwfase die plaats vond in de jaren zestig en zeventig was grotendeels in handen van Hein Salomonson. Aan de voorzijde kwam in 1968 links van de entree een aanbouw waarin de studeerkamer van Henk werd ondergebracht. Deze kamer werd als het ware onder de luifel geschoven. De kastenwand in de gang werd hiervoor gewijzigd, maar het geheel sloot naadloos aan op de bestaande bouw. De voormalige studeerkamer werd in gebruik genomen als slaapkamer en kreeg een eigen doucheruimte.
Op een ander moment werd in de keuken, zonder tussenkomst van de architect, de eethoek vergroot door de buitenwand naar buiten te verplaatsen. Het plafond werd betimmerd met ‘schrootjes’ in dit deel van de keuken. Het ingebouwde bureau van Beryl in de eetkamer (zuidwand) werd ontmanteld. Het buffet langs de westwand waar het bureau aan grensde bestaat nog. Op de slaapverdieping werd een van de slaapkamers (oostzijde) vergroot en er werd een vast bureau aangebracht tegen de zuidgevel.
De eigenaar van het huis, Hendrick de Keyser Monumenten, is momenteel bezig met het maken van een plan voor de restauratie van het huis en het herstel van de tuin.
Het perceel was aanvankelijk veel groter en bestond uit een weiland met bos en heide eromheen. In de jaren zeventig onteigende de gemeente ongeveer de helft van het terrein om plaats te maken voor woningbouw en de aanleg van de Vlierstraat. De grond was in bezit gekomen van de familie Van Gelderen en ooit bedoeld voor de bouw van een fabriek van De Nijverheid langs het, tegenwoordig niet meer bestaande, spoorlijntje voor het transport van steenkolen naar de textielfabrieken.
Mien Ruys ontwierp de tuin in 1957 en sloot zorgvuldig aan bij de vormen van de architectuur en de zichtlijnen vanuit het huis op de tuin en doorkijkjes op het omringende landschap.
Het noordelijk deel van het verkleinde terrein aan de Vlierstraat is het meest bosrijk; zuidelijk is een open tuinaanleg met borders en bos als achtergrond. Oostelijk ligt een verhoogd plantenvak met keermuurtjes en aan de westzijde ligt een architectonische tuin met een boomgaard, moestuin en waslijn, omgeven door hagen met boogvormige doorgangen en plantenvakken met vaste planten.
Het terras aan de tuinzijde markeert een diagonale lijn richting het westen en is een van de eerste voorbeelden waar Ruys werkte met gewassen grindtegels. In 1972 maakte zij het beplantingsplan rond het toen aangelegde zwembad gelegen aan de zuidzijde van de tuin en het ontwerp van de kleedhokjes in zwart hout.
Bekijk het artikel over de tuin: klik hier!
Huis Van Gelderen is met zijn moderne, functionele indeling en menselijke schaal een karakteristiek voorbeeld van de luxe villabouw van Hein Salomonson uit zijn beste periode. Hij wist een licht en ruim interieur te combineren met warme materialen en een zorgvuldige detaillering waardoor het huis aanvoelt als een comfortabel maatpak.
Bekijk het Interview met de huurder: klik hier!
Tekst: Barbara Laan
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2025
Bronnen
Met dank aan Niek Smit voor de waardevolle tekstsuggesties
Bouwtekeningen en foto’s worden bewaard in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam, archief Salomonson en in het archief van Hendrick de Keyser Monumenten in Amsterdam
C.J.B.P. Frank, Cultuurhistorische quickscan en waardenbepaling. Woonhuis Van Gelderen Vlierstraat 820 Enschede, Monumenten Advies Bureau, Nijmegen 2022
N. Smit, Schijnbare eenvoud. Hein Salomonson architect 1910-1994, (Stichting BONAS), Rotterdam 2009
F. de Haan, Een eigen patroon, Geschiedenis van een joodse familie en haar bedrijven, ca. 1800-1964, Amsterdam 2002