In Rhenen ligt op het landgoed Roghairsparren een fraaie, jaren zestig villa tussen de bomen verscholen. De oprichter van dit moderne landgoed, gelegen op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug, was jonkheer mr. Lodewijk (Louis) H.N.F.M. Bosch ridder van Rosenthal (1914-2004). Hij was na de Tweede Wereldoorlog 25 jaar lang burgemeester van Rhenen (1947-1972). Samen met zijn vrouw, jonkvrouw J.M.A. den Tex (1904-2008), liet hij in 1963-1965 de markante villa bouwen aan het einde van de Stokweg. Het echtpaar woonde er tot aan hun overlijden; hij op negentig jarige leeftijd en zij toen ze 104 jaar oud was.
De villa is ontworpen door ir. P.H. Cuperus (1924-1994). Cuperus legde examen af in 1954 aan de toenmalige Technische Hogeschool in Delft als bouwkundig ingenieur. Hij werkte als architect in Haarlem en omgeving, onder meer aan diverse kantoren van de Nutsspaarbank. Ook bouwde hij een aantal moderne woonhuizen, waaronder een andere villa in Rhenen, gelegen aan de rivier de Rijn, voor Ir. T. Tideman.
Het huis van de burgemeester is opgetrokken in lichte baksteen en heeft grote raampartijen zodat het huis de bosrijke omgeving aan alle kanten weerspiegelt. Ze zijn gemaakt van Thermopane spiegelglas, een vroege vorm van dubbel glas, in de jaren 1950 ontwikkeld door het Duitse bedrijf Thermopane, vandaar de naam.
Van binnenuit geven de vensters uitzicht op het hellende landschap naar alle windrichtingen: de monumentale glasvlakken bestrijken de volledige verdieping hoogte van vloer tot plafond en bieden verrassende doorzichten op de omgeving vanaf verschillende plaatsen in het huis. De relatie tussen binnen en buiten wordt versterkt doordat de buitenruimte op een aantal plaatsen direct toegankelijk is door middel van schuifpuien en glaswanden die in de vloer kunnen worden ingelaten.
Omdat de villa voor het grootste deel bestaat uit één bouwlaag kan qua typologie worden gesproken van een bungalow; alleen een kleine slaapverdieping torent als een kubus boven het L-vormige hoofdvolume uit. Opvallend zijn de twee hoge schoorstenen; één voor de schouw in de woonkamer en één voor de ontluchting van de ketel van de centrale verwarming in de kelder.
Het L-vormige volume van de villa bestaat uit een langgerekte doos met daarin een lange gang achter de voordeur en dwars daarop een wat hogere ‘kijkdoos’ met de tuinkamer in de oksel van de L-vorm en in het verlengde daarvan de royale, lager gelegen woonkamer met open haard. Hoewel de platte daken van het hoofdvolume ongeveer even hoog zijn kon de hoogte van de woonkamer groter worden gemaakt door de vloer verdiept aan te brengen. Vanuit de tuinkamer wordt de woonkamer bereikt via twee halve trappen. Door het benutten van het hoogteverschil van het aflopende terrein ontstond als het ware een grote ‘zitkuil’ met weids uitzicht over de landerijen tussen de stammen van de grove dennen door.
Cuperus maakte op ingenieuze wijze gebruik van het licht geaccidenteerde terrein. Aan de buitenzijde is dat ook goed zichtbaar. De kijkdoos is voorzien van een terugliggende, schuine plint, waardoor een overstek ontstaat en dit bouwdeel boven het gras lijkt te zweven. Ook de kubusvormige slaapverdieping zweeft als het ware boven zijn omgeving door een overstek aan de tuinzijde.
De voordeur bevindt zich aan de zuidkant van de villa waar ook de toegang ligt tot de dubbele, verwarmde garage. Verticale stroken glas ter weerszijden van de voordeur bieden zicht op de erachter gelegen gang van circa 20 meter lengte, die helemaal door loopt tot aan de glazen schuifpui in de noordgevel met toegang tot de tuin. Daar staat de gang in open verbinding met de eetkamer, gelegen in de noordoosthoek van het huis.
De gang heeft glas aan de westzijde (links) en een bakstenen wand aan de oostkant die slechts wordt doorbroken door de opgang naar de verdieping – een trap met ‘zwevende’ treden – een toilet en een garderobe met wasmeubel. Tussen de eetkamer en het garderobegedeelte bevindt zich de keuken met provisiekamer. Rug aan rug met de garderobe ligt de bijkeuken (met Piet Zwart keukenblok), een berging en de inpandige toegang tot de garage, alsmede de trap naar de wijn- en stookkelder. De gang is door middel van een houten schuifdeur van het woongedeelte af te sluiten.
Staande in de gang ter hoogte van de keuken, zijn fraaie zichtlijnen bedacht naar de omliggende bostuin via de grote ramen van de eetkamer, de tuinkamer en de woonkamer.
De tuinkamer, gelegen aan de zuidkant van de villa, vormt de meest directe verbinding met buiten vanwege het verhoogde terras waar in de zomer een groot deel van de dag de zon staat. De glaswand kan in de vloer worden ingelaten.
Ook de werkkamers voor mevrouw en meneer zijn voorzien van grote glazen wanden die open kunnen worden gezet. Tussen de tuinkamer en de woonkamer is door de architect een mahoniehouten kubus geplaatst met een schuifdeur die als werkkamer voor mevrouw dienst deed. Inbouwkasten en boekenplanken, een bureau en een daybed maken deel uit van het ontwerp. Via een open corridor achter de open haard is de werkkamer van mevrouw verbonden met die van meneer (ook wel bibliotheek). Ook de werkkamer van de burgemeester heeft vaste kasten en planken die behoren tot het interieurontwerp.
De apotheose van het huis is, zeker voor gasten, ongetwijfeld het moment van aankomst op de plaats vanwaar men zicht heeft op de gehele, lager gelegen, woonruimte met het fenomenale uitzicht op de omgeving. Zodra de afdaling in die ruimte heeft plaatsgevonden wordt men opgenomen in het gezelschapsleven met muziek – de grammofoonplaten kunnen worden afgespeeld vanuit het vaste muziekmeubel. De hoezen van het vinyl staan uitgestald op een lessenaar die onderdeel uitmaakt van de vaste kastenwand.
De schouw vormt in de winter het warme middelpunt als het openhaardvuur brandt. Maar de schouw is in zichzelf ook een showpiece van modern wooncomfort: uitgevoerd in ruw behakte natuursteen, met vakken voor houtblokken, maar ook voor een vierkante kijkbuis-TV (links).
De kleine slaapverdieping bestaat uit de slaapkamer van het echtpaar en twee logeerkamers. De badkamer met ligbad, inloopdouche en ingebouwd bankje is te bereiken vanuit de hoofdslaapkamer. Het aangrenzende toilet heeft zowel een deur naar de badkamer als naar de gang waaraan de beide logeerkamers grenzen. In de gang bevindt zich ook een tweede douche. De afwerking van de vertrekken is eenvoudig: glasmozaïeksteentjes in de natte ruimten, marmoleum en Limbahoutfineer in de overige ruimten. De hoge glasramen van vloer tot plafond zijn opvallend.
De Noorse leisteen is in het huis van de burgemeester royaal toegepast voor de vloeren van de lange gang en de eetkamer. De leistenen tegels zijn in een afwisselend patroon gelegd. De specifieke, in dit geval antracietgrijze kleur, de onregelmatige, in laagjes opgebouwde structuur en de doffige glans bepalen het karakter van deze vloertegels.
Ook is gebruik gemaakt van travertijn, een marmersoort afkomstig uit Italië met diepe holtes vertoont die deel uitmaken van het kenmerkende uiterlijk. Meestal is travertijn ivoorwit tot beige, maar soms zijn er sporen van oker in te vinden, zoals in dit huis in de tuinkamer. Daar zijn de travertijntegels gelegd in de lengterichting in het ‘loopgedeelte’ naar de woonkamer en dwars daarop in het deel van de tuinkamer zelf. Op het terras is het travertijn verloren gegaan doordat het niet bestand is tegen de Nederlandse weersomstandigheden.
De vloeren van de woon en werkruimtes zijn afgewerkt met een strokenvloer van teakhouten plankjes, geleverd door Aug. Lachappelle’s parketfabrieken uit Breda (systeem tapis). De oranjebruine kleur draagt bij aan de warme uitstraling van deze ruimtes.
De wand van de halfopen corridor tussen de beide werkkamers is uitgevoerd in een fineer van het honingkleurige Limbahout. Cuperus ontwierp een elegant, asymmetrisch wandmeubel aan deze wand, uitgevoerd in het contrasterende wengéhout. De woonkamer is door middel van houten schuifdeuren van de aangrenzende kamers af te scheiden.
De eetkamer heeft een vaste glazenkast, opgenomen in de kastenwand voorzien van het destijds populaire grasbehang.
De nalatenschap van het burgemeestersechtpaar is momenteel in goede handen. De huidige eigenaren hebben het landgoed en het huis in goede staat gebracht en een manier gevonden om het te kunnen onderhouden zodat het kan worden doorgegeven aan volgende generaties. Een aanwijzing als monument zou kunnen helpen bij het behouden van dit waardevolle cultureel erfgoed. Het is belangrijk om ook als gemeenschap onze verantwoordelijkheid te nemen, zodat zo veel mogelijk mensen zich kunnen laten optillen door deze fraaie villa op de flanken van het bosrijke landschap.
Interview met de eigenaar: klik hier!
Tekst: Barbara Laan
Plattegronden: Gijs Wolter
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2024
Bronnen
Bouwtekeningen, rekeningen en oude foto’s uit de jaren 1960 in bezit van de eigenaren
Noord Hollands Archief Haarlem – krantenartikelen Cuperus
S.C.A. Huizinga, Bungalows. Het kleine landhuis in Nederland, z.pl. [2021]