Aan de Bredaseweg 442a in Tilburg staat een groot bakstenen woonhuis dat de kenmerken heeft van veel traditionele vooroorlogse gebouwen met topgevels en tegelijk modern aandoet vanwege de in staal gevatte ruiten in alle raam- en deurkozijnen. De voorgevel draagt het bouwjaar 1940, maar de familie Mutsaerts is er pas na de oorlog ingetrokken.
Het huis is ontworpen voor C.(Charles)L.J. Mutsaerts en zijn vrouw M.(Marie)H.W. Mutsaerts‑Loven die er woonden met hun tien kinderen, vijf jongens en vijf meisjes. Charles was van 1930 tot 1980 directeur van de bekende Mutsaerts Kinderwagenfabriek aan de Groenstraat en behoorde tot een textielfabrikantenfamilie.
De architectuur van Jos. Bedaux staat te boek als een boeiende combinatie van romantisch traditionalisme en verfijnd modernisme. Deze combinatie keert in al zijn werken terug. Zijn traditionele gebouwen bevatten altijd moderne accenten en zijn modernistische gebouwen tonen steeds een ambachtelijke inslag. Huis Mutsaerts is een treffend voorbeeld van het romantisch traditionalisme: een bakstenen woning met Hollandse tuitgevels en sierlijk smeedwerk, gecombineerd met strakke stalen ramen met dunne profielen, veel lichttoetreding en een sterke relatie met de tuin door beglaasde, openslaande deuren.
Op het perceel ernaast stond sinds 1936 het huis van de broer van Charles, de fabrikant F. Mutsaerts-de Beer. Terwijl hij zijn huis had laten bouwen door de bekende Amsterdamse Schoolarchitect Hendrik Th. Wijdeveld, koos Charles voor de traditioneel werkende lokale architect Jos. Bedaux uit het nabijgelegen Goirle. Hij ontwierp verschillende (fabrikanten)huizen aan de Bredaseweg in Tilburg en aan de Dr. Keyzerlaan in Goirle waar hij zelf woonde en kantoor hield. Hij bleef gedurende zijn hele carrière in Brabant werken, vooral in het gebied tussen Breda, Eindhoven en Den Bosch en verwierf daarmee landelijke bekendheid.
Jos. Bedaux (Josephus Henricus Antonius 1910-1989) begon als 17-jarige in het aannemingsbedrijf van zijn vader waar hij kennis maakte met alle facetten van het bouwbedrijf en waar hij het ambacht leerde van timmerman en metselaar. Ook volgde hij lessen in bouwkundig tekenen. Hij groeide uit tot een geliefd architect met een grote reputatie die veel bouwde voor de notabelen van de regio. Tot zijn grootste werken behoort het hoofdgebouw van de Katholieke Economische Hogeschool Tilburg, gebouwd in de periode 1954-1962. Hij wist in zijn vormentaal, maar ook in zijn feilloze ruimtegevoel een balans te vinden tussen modern en traditioneel bouwen.
De faam van Jos. Bedaux is met terugwerkende kracht verder uitgegroeid met de voortzetting van het bureau door zijn zoons Peer en George Bedaux en Jacq. de Brouwer en de latere uitbreidingen van het familiebedrijf. Peer Bedaux heeft in de jaren zeventig voor het echtpaar Mutsaerts een moderne woning ontworpen in de achtertuin (Friezenlaan 149) waar Charles en Marie gingen wonen nadat zij het huis aan de Bredaseweg hadden verkocht. Jacq. de Brouwer, die zich in de jaren negentig bij het bureau voegde, bouwde de zwarte villa aan de andere kant van Huis Mutsaerts.
Een van de zoons van Peer, Thomas Bedaux, heeft de villa van Wijdeveld ongeveer 10 jaar geleden gerenoveerd. Hij werkt sinds 2003 bij het bureau en geeft sinds 2006 leiding aan het team. Zijn broer Pieter is later toegetreden, maar is zes jaar geleden uit dienst gegaan.
Jos. Bedaux heeft een fantastische basis gelegd waarop Thomas en zijn collega’s voortbouwen. Zijn architectonische repertoire gebruiken zij nog steeds: de architecten binnen het bureau zien zichzelf als passanten die deze instrumenten ieder op hun eigen manier hanteren, verdiepen en aanvullen. Zo wordt de gereedschapskist van Jos. Bedaux doorgegeven, tot op de dag van vandaag.
Het huis staat met de voorgevel naar de straat en is gelegen op het noorden. De tuingevel is op het zuiden georiënteerd. Het huis bestaat uit twee bouwvolumes die haaks op elkaar staan. Het hoge deel op het westen sluit aan bij de typologie van een traditioneel stadshuis: een rechthoekig volume met een zadeldak tussen twee tuitgevels. Het lage deel op het oosten heeft het karakter van een boerderij en is tegen de lange kant van het hoge bouwvolume aangezet. Het lage deel heeft één bouwlaag onder de kap en was bestemd voor het personeel; het hoge deel heeft twee bouwlagen onder de kap en omvatte de kamers voor de bewoners. Waar de bouwvolumes elkaar ontmoeten bevindt zich de royale entreehal met trappenhuis.
Opvallend is de combinatie van traditionele elementen, zoals de houten luiken en ‘vlechtingen’ in het metselwerk met moderne elementen, zoals de grote stalen ramen en deuren en de geometrische vormen, waaronder de grote ronde tuimelramen in de topgevels van het huis.
Het huis heeft een traditionele plattegrond die is ingericht op ontvangen (royale hal en woonvertrekken) in combinatie met een huishouden met personeel (dienstgedeelte).
Het woongedeelte omvat naast de entreehal met trappenhuis twee ruime woonvertrekken op de begane grond. De woonkamer aan de straatzijde heeft een grote openhaard en een zitje in de nis bij het raam ernaast. De eetkamer ligt aan de tuinzijde. Beide kamers hebben grote openslaande deuren.
Het dienstgedeelte is toegankelijk op twee manieren: vanuit de hal via de garderobe: daar bevindt zich een deur naar de keuken zodat het personeel de voordeur gemakkelijk kon bereiken om bezoekers en gasten te woord te staan dan wel te verwelkomen. Ook is er een deur vanuit de hal naar de kleine zitkamer van het personeel die in verbinding stond met de keuken met daarnaast de bijkeuken met dienstbodewc en de achteringang waar ook de leveranties konden worden afgegeven. Vanuit de keuken was de provisiekelder te bereiken. Het dienstgedeelte is tegenwoordig omgevormd tot een moderne woonkeuken. De huidige eigenaren vertellen daarover in het interview.
Voor het interview: klik hier!
Aan de oostzijde is overhoeks een bijgebouw geplaatst waarin de garage is ondergebracht. Dit lage bijgebouw, eveneens voorzien van tuitgevels en een zadeldak, is met het hoofdgebouw verbonden door een muur met een poort die leidt naar de dienstingang aan de oostkant van het huis.
De voordeur met brede deuromlijsting en een afdak, voorzien van sierlijke smeedijzeren ‘steunen’, ontsluit de royale vierkante hal die centraal ligt in het huis. Vanuit de hal zijn aan de westzijde de woonkamer en eetkamer gelegen en aan de oostzijde de garderobe met wc en de dienstvertrekken. De trap naar de verdieping ligt tegen de achtergevel aan en heeft op het bordes een toegang tot de tuin.
De hal heeft een vloer van grote, zachtgele tegels afkomstig uit Zuid-Duitsland. Deze tegels zijn van zogenaamde Solnhofer kalksteen. Het materiaal is afkomstig uit de groeves van Solnhofen in Beieren en heeft een warme natuurlijke uitstraling. Door de stroefheid van het materiaal is het heel geschikt voor natte binnenruimten en buitentoepassingen.
Het huis is zowel aan de buiten- als aan de binnenzijde voorzien van sierlijk smeedwerk. Smeedijzer heeft qua materiaal en verwerkingstechniek een ambachtelijke karakter. Het sluit aan bij een traditie in de Nederlandse architectuur waar het werd toegepast voor hekwerken, balustrades, toegangspoorten, roosters, deurklinken en andere onderdelen die zowel functioneel als decoratief mochten zijn. Buiten zijn naast de consoles bij de voordeur, de poortlampen en de bekroning van de schoorsteen uitgevoerd in smeedijzer. Ook het balkon bij de ouderslaapkamer aan de achterzijde is voorzien van smeedijzeren ‘consoles’. Aan de binnenzijde is het toegepast in de entreehal en in de woonkamer.
Het hekwerk van de balustrade van de trap in de hal is uitgevoerd in elegante, tegen elkaar geplaatste krullen of ‘voluten’. Daarnaast is de openslaande deur in de doorgang vanuit de entreehal naar de garderobe en wc geheel uitgevoerd in smeedwerk. Deze transparante ‘toegangspoort’ geeft een fraai doorzicht naar de achterliggende ruimte en bestaat uit decoratief siersmeedwerk met cirkels, voluten, ruit- en druppelvormen. In de woonkamer zijn steunen in siersmeedwerk in een vergelijkbare vormentaal aangebracht ter weerszijden van de haard. Ook de deurklinken van alle eikenhouten deuren die uitkomen op de hal zijn kunstig gesmeed.
De eikenhouten paneeldeuren en deuromlijstingen in de entreehal staan in een traditie die een hoogtepunt had in de zeventiende eeuw en terug gaat tot de middeleeuwen. Houten panelen zijn gevat in stijl- en regelwerk gemaakt van blanke eikenhouten planken. Het hout heeft een karakteristieke vlamtekening en hier en daar zijn grillige zogenaamde ‘spiegels’ te zien. Het hout is in de was gezet en warm bruin van kleur geworden.
Eikenhout werd ook gebruikt als constructiemateriaal in de bouw, bijvoorbeeld voor kolommen, draagbalken en gebinten, en voor vloeren, meubelen en dergelijke. In Huis Mutsaerts zijn zowel eikenhouten moerbalken (constructief?) als kolommen en vloeren toegepast.
De entreehal heeft een plafond opgebouwd uit moer- en kinderbinten, dat in later tijd wit is geschilderd. De bruine kleur van het hout is wel nog te ervaren in de aangrenzende woon- en eetkamer waar de dikke balken in het zicht zijn.
Beide kamers hebben een eikenhouten dekvloer bestaande uit planken gelegd in tegenovergestelde richting: in de woonkamer dwars op de voorgevel en in de eetkamer parallel aan de achtergevel.
De rondboog is een terugkerend thema in het huis. De voordeur en de poorten naar de achtertuin hebben een ronde boogvorm. In het interieur is te zien dat de rondboog ook daar is toegepast voor doorgangen en ramen.
In de hal valt het portiek op bij de deuren die leiden naar de eetkamer (rechts) en de stookkelder (links). De zuil met Korintisch kapiteel is met twee rondbogen verbonden met het omliggende muurwerk.
De scheidingsmuur tussen de woon- en eetkamer is vormgegeven als een boogstelling op twee forse, eikenhouten Toscaanse zuilen. Op de plattegrondtekening is deze boogstelling overigens niet ingetekend; daar is het nog een dichte scheidingswand.
Eenmaal op de eerste verdieping betrad men het domein van het slapen. De grote vierkante overloop bevindt zich direct boven de entreehal en heeft een vergelijkbare functie: scheiding van bewoners- en dienstvleugels. Het heeft een drietal vaste kasten, waarschijnlijk voor linnengoed en kleding.
Boven het dienstgedeelte bevindt zich een gang met toegang tot een naaikamer waar de naaister een keer per week de kleren van de kinderen maakte en verstelde. Deze kamer bevond zich aan de achterzijde van het huis (op de plattegrond aangeduid als slaapkamer). Aan het eind van de gang bevond zich een dienstbodekamer (aangeduid als zolder) en aan de zijde van de voorgevel nog een slaapkamer.
Via de overloop bereikte men met twee treden het slaapgedeelte van het gezin dat zich boven de eetkamer/woonkamer bevindt. De slaapkamer van de ouders is een ruim vertrek aan de achterzijde, ook met een aantal inbouwkasten. De jongensslaapkamer bevond zich aan de voorzijde en bood uiteindelijk ruimte aan vijf jongens, in twee losse bedden en een stapelbed voor drie jongens (thans werkkamer). Deze kamer heeft tevens drie inbouwkasten waaronder één met wastafel.
Tussen beide slaapvertrekken lag de badkamer van de ouders, een wc en de trap naar de hoge zolderverdieping met direct zicht in de dakstoel. Daar waren twee grote slaapkamers afgescheiden die licht ontvingen via ronde ramen in de voor- en achtergevel. Vijf dochters hadden daar hun bedden met daartussenin de trapopgang en een ‘speelruimte’, berging en erboven nog een vliering.
De veelzijdige architect Jos. Bedaux heeft met zijn bureau en de voortzetting van de bureautraditie een belangrijk stempel hebben gedrukt op de architectuur van Brabant en inmiddels ver daarbuiten. Tegenwoordig is het architectenbureau ondergebracht in het Kantongerechtsgebouw in Tilburg, een ontwerp van Jos. uit 1963.
Het architectenbureau was aanvankelijk gevestigd in het woonhuis dat Jos. bouwde voor zichzelf en zijn vrouw Mien Willekens in 1937-1938 aan de Dr. Keyzerlaan 2 in Goirle. Hij ontwierp niet alleen het huis, maar ook de meubelen en de tuin. Ze woonden er met hun gezin van vijf jongens en twee meisjes.
Gaandeweg werd het bureau dat hij samen met zijn vrouw bestierde, uitgebreid waardoor er steeds meer ruimtegebrek ontstond wat er uiteindelijk voor zorgde dat het huis zijn woonfunctie verloor.
In 1959 had Bedaux aangrenzend aan het huis al een rustig privékantoor met ontvangstruimte en tekenkamer ontworpen. Het moderne bouwvolume met een plat dak en een grote glazen pui is verdiept aangelegd. Een grote ommuurde patio met een pergola omvat de binnentuin naar ontwerp van P.A.M. Buys die bestaat uit een vijver, een grasveld en tegelbestrating.
De patio of ommuurde binnenhof was bij veel modernisten een geliefde ruimtelijke karakteristiek. Ook de glazen pui, het platte dak en de strakke vormentaal behoren tot het moderne vocabulaire. Hier zien we de moderne interpretatie van het traditioneel bouwen van Bedaux in optima forma.
Tekst: Barbara Laan
Foto’s: Bert Muller 2025 en Coll. Bedaux De Brouwer Architecten
Copyright: SHI/BMbeeld 2025
Bronnen
Met dank aan Carla Mutsaerts en Thomas Bedaux
Bouwtekeningen en foto’s worden bewaard in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam, archief Jos. Bedaux en bij Bedaux De Brouwer Architecten in Tilburg
C. Leenen e.a., Jos. Bedaux architect (1910-1989), (BONAS), Rotterdam 2010
www.gemeentetilburg.nl: Kaart beschermde monumenten en stadsgezichten en doorklik naar Redengevende omschrijving https://tilburg.maps.arcgis.com/apps/instant/basic/index.html?appid=cacdc1854d6f4960a36896ac2039c3f1