Tuin en landschapsarchitecte Mien Ruys (1904-1999) werkte vaak samen met architect Hein Salomonson en ontwierp de tuin bij het door hem ontworpen Huis van Gelderen. Ze sloot zorgvuldig aan bij de vormen van de architectuur en de zichtlijnen vanuit het huis. Het terras aan de tuinzijde markeert een diagonale lijn richting het westen en is een van de eerste voorbeelden waarbij Ruys werkte met gewassen grindtegels, die vaak ter plaatse in kratten werden gegoten. Zowel de diagonaal als de grindtegels werden kenmerkend voor haar naoorlogse tuinontwerpen.
Tuinontwerpen voor villatuinen en bedrijfstuinen
In niet minder dan 26 projecten werkten Hein Salomonson en Mien Ruys samen, van het woonhuis voor M.A.C. Visser in Laren (1951) tot het kantoor van NVCP/AKZO in Amsterdam (1983). In de meeste gevallen ging het om tuinen voor particuliere opdrachtgevers, waaronder enkele opvallende ontwerpen als die voor de vakantiewoning van kunsthistoricus Jan Heyligers (Vaassen), voor Alexander Orlow, directeur van Turmac (Amsterdam) en voor C.H.I.E.M. Teulings (Amsterdam). Andere bedrijfstuinen werden gerealiseerd voor Turmac (Amsterdam-Buitenveldert) en drie vestigingen van Banque Paribas (twee in Amsterdam, een in Enschede). Ook ontwierp Ruys de tuin bij het Joods bejaardencentrum Beth Shalom (Amsterdam).
De plaatsing van het huis op een bosrijk perceel
De eerste ontwerpen voor de tuin van de familie Van Gelderen stammen uit 1957. De bungalow ligt op een vroeger heidegebied dat was ontgonnen tot landbouwgrond. Het noordelijk deel was deels begroeid met een bosachtige opslag van eiken en berken. Daar kwam het huis te liggen, met een toegangsweg aan de noordzijde naar de Buurserstraat (nu Vlierstraat). Mogelijk werd de locatie voor het huis door Salomonson en Ruys in gezamenlijk overleg vastgesteld, zoals zij dat in 1954 samen met Gerrit Rietveld op een vergelijkbaar terrein had gedaan voor Weverij de Ploeg in Bergeijk.
Heidetuin met berkengroepen aan de voorzijde
Ruys’ ontwerp maakt ruimte voor de entree aan de noordzijde, met een verharde lus die tot aan de voordeur komt en aangrenzende parkeerruimte. Het bos wordt deels opengehakt, in de vrijgekomen ruimte worden enkele lagere bomen geplant – een sierkers, een tamme kastanje, enkele dennen, een zilverspar – en sierheesters waaronder lijsterbesspirea, brem en krentenboompje. In de druppel binnen de lus staan enkele berken, Rosa Nevada, twee kleuren heide, een Parrotia en het siergras blauwstraalhaver. Tegen het inspringende deel van de voorgevel liggen aan weerszijden van de voordeur, onder het dakoverstek met lichtopeningen, rechthoekige plantvakken met een eenvoudige lage heesterbeplanting van onder andere klimop, Mahonia, Osmarea en struikkamperfoelie.
Karakteristieke diagonaal geeft richting aan de achterzijde
Aan alle zijden van het huis volgen de vormen van de verharding en de beplantingsvakken de rechthoekige vormen van het huis – behalve aan de zuidzijde, waar de rand van het terras van gewassen grindtegels in een schuine lijn van de gevel af loopt. De diagonaal is voor deze periode in Ruys’ ontwerpen een karakteristiek element. In het terras zijn drie rechthoekige plantvakken uitgespaard en een vierkante zandbak. De lijn van het terras loopt door over het grasveld en langs de zijkant van de grote border, om te eindigen in de scherpe hoek van de haag die zij- en achterkant van de border omvat en het erachter liggende vak met bloeiende heesters. Aansluitend ligt de boomgaard met 4×9 fruitbomen in vierkantsverband.
Veelkleurigheid van 80 verschillende soorten
Een rijk veelkleurig sortiment van een kleine 80 soorten bloeiende vaste planten en enkele lage heesters, vormt het hoogtepunt van de beplanting. Bijna alle toonaangevende soorten uit de catalogi van Ruys’ eigen kwekerij Moerheim zijn hier te vinden. Vaste planten borders vormden in deze periode nog steeds het zwaartepunt van Ruys’ ontwerpen voor de beplanting dicht bij het huis. In deze tuin liggen er twee: een kleinere L-vormige border voor het pad langs de zuidgevel van de garage, die deels over het begrenzende pad naar het gazon springt. Tegen de muur staat een leiperzik in een smalle plantstrook met de lage Rosa nitida. De tweede, de grote vaste planten border ligt er haaks op en wordt begrensd door de haagbeukenhaag.
De hoeken van de plantvakken worden veelal gemarkeerd met lage, deels groen blijvende heesters. Het kleurenschema bevat hoofdzakelijk planten met bloemen in tinten geel, oranje, paars en blauw, met als contrast enkele groepen die rood bloeien. Het aandeel aan geel bloeiende planten is in de L-vormige border beduidend kleiner.
De nutstuin op het westen en de snijbloementuin/rozentuin op het oosten
De lijn van de voorgevel van de garage wordt min of meer doorgezet in de hagen die het veldje voor de waslijnen en de groentetuin begrenzen. Het tegelpad dat deze ruimte doorsnijdt en langs de vaste planten border loopt begint en eindigt onder een gesnoeide beukenboog.
Tegen de oostgevel ligt een verhoogd tuindeel, begrensd door een keermuurtje en heesterranden, dat op het oorspronkelijk ontwerp ‘snijbloementuin’ heet en later de rozentuin is, met 12 rechthoekige vakken met ieder 10 rozenstruikjes van één soort. Tegen de gevel en de haag ligt een L-vormig plantvak met enkele kleine heesters en varens en een assortiment redelijk droogtebestendige bloeiende vaste planten: lupine, flox, campanula, sedum, kogeldistel en meer.
De tuin bij het zwembad uit 1972
In 1972 werd aan de zuidrand van het terrein een zwembad gemaakt. De tegelverharding rond het zwembad lag bijna een halve meter hoger dan het gazon en was bereikbaar via drie bielstreden, typerend Mien Ruys-materiaal. Het zwembad lag in de beschutting van de kleedruimte, heesterbegroeiing en twee wanden van palissaden – ook al een materiaal dat Ruys in deze periode veelvuldig toepaste – begroeid met klimplanten, clematis, roos en klimhortensia. Tegen het huisje stonden een clematis, een blauwe regen en een kamperfoelie.
Belangrijk ensemble in gezamenlijk oeuvre
Woonhuis Van Gelderen van Hein Salomonson en de tuin die Mien Ruys erbij ontwierp vormen een van de belangrijkste ensembles in hun gezamenlijke oeuvre. Het tuinontwerp is een van de meest uitgesproken voorbeelden van de manier waarop Ruys in de jaren ’50 een moderne ruimtelijke vormgeving met een rijke beplanting tegelijkertijd liet aansluiten bij en contrasteren met de heldere architectuur van het woonhuis.
Bekijk het Huizenportret van Huis van Gelderen: klik hier!
Bekijk het Interview met de huurder: klik hier!
Tekst: Leo den Dulk
Foto’s: Bert Muller 2025 (winterbeeld) en Hendrick de Keyser Monumenten (zomerbeeld)
Copyright: SHI/BMbeeld 2025 en Coll. Universiteit Wageningen, Coll. Hendrick de Keyser Monumenten
Bronnen:
Collectie Mien Ruys, Ontwerp en aanleg villatuin Enschede, Speciale Collecties 47.0882, bibliotheek Wageningen Universiteit en Research
‘Huis te Enschede’, in: Bouwkundig Weekblad, 1959, jrg. 77, nr. 35, p. 411-413
C.J.B.P. Frank, Cultuurhistorische quickscan en monumentale waardenbepaling Woonhuis Van Gelderen, Monumenten Advies Bureau, Nijmegen 2022