Je wist veel van elkaar
Niels Heijdenrijk is een van de vijf kinderen van de architect Leo Heijdenrijk en zijn vrouw Cis. Leo en Cis vormden een hecht paar, zo blijkt uit de gezamenlijke signatuur van kunstwerken: LECI die hier en daar in het huis opduikt. Als eerste wordt Marije geboren, in 1962, daarna komen vier zoons: Stijn, Rik, Niels en Jorn. Jorn was net geboren en Marije was een jaar of 8 toen het gezin verhuisde naar deze woning, op nummer 7, in een rijtje van acht geschakelde huizen aan het Bohèmepad in Amersfoort. Het is er rustig en kindvriendelijk, want er mogen geen auto’s komen op het pad.
‘Dat het afwijkend was om hier te wonen had ik pas later door’, vertelt Niels. Maar tijdens zijn vroege jeugd was het huis heel vanzelfsprekend voor hem. ‘Je had altijd contact met elkaar, we waren heel hecht als gezin. Je hoefde niet altijd met elkaar te praten, maar we voelden elkaars aanwezigheid, dat was plezierig. En je wist zonder dat je het er expliciet over had waar iedereen zich mee bezig hield.’
Nooit een probleem met het verschijnsel kantoortuin
‘Ik heb nooit de behoefte gehad me af te zonderen. Ik vind het prettig om onder de mensen te zijn en voelen dat je gezien wordt, dat iemand aandacht voor je heeft, dat je liefde hebt voor elkaar. Waarschijnlijk dat ik het daarom fijn vind om een ruimte te delen en ik heb ook nooit een probleem gehad met het verschijnsel kantoortuin.’
Niels vertelt dat het in dit soort huizen gemakkelijk gaat: de nauwe verbondenheid met ekaar wordt door de open structuur gestimuleerd. ‘De architectuur kan daar iets in betekenen, zonder dat je het zelf door hebt. Goeie architectuur zorgt ervoor dat je je kan ontwikkelen, dat je je niet beperkt voelt, maar juist de ruimte krijgt. Dat concept van mijn vader is in dit huis echt goed gelukt.’
Hij kent alle acht huizen uit het rijtje vanuit zijn jeugd, vooral dat van de familie Jordans op nummer 9 en dat van de familie Van Kempen op nummer 13. Hier woonden mijn vriendjes en kwamen wij vaak bij elkaar spelen.
Mijn zus vond de zitkuil formeel, maar ik leefde erin
De huizen lijken veel op elkaar, maar ze zijn allemaal verschillend. Leo Heijdenrijk vond het belangrijk dat bewoners invloed konden hebben op het ontwerp. In zijn eigen huis was de zitkuil de centrale ruimte waaromheen de andere ruimtes in open verbinding waren gegroepeerd. Hier speelde zich in huize Heijdenrijk het gezinsleven af. In vijf van de acht huizen was een zitkuil aanwezig, maar die waren anders gepositioneerd en hadden een formeler karakter, aldus Niels. ‘Bij de familie Jordans kwam ik nooit in de zitkuil’, vertelt hij. Die was meer bedoeld voor de volwassenen. Zijn zus was op een leeftijd dat ze dat subtiele sociale onderscheid blijkbaar bij hen thuis ook wel een beetje voelde. Maar Niels zegt: ‘Bij ons waren er vijf jonge kinderen, houd die maar eens in het gareel. Bij ons was het losser dan bij de meeste gezinnen.’
Enthousiast geworden vertelt hij verder: ‘En hier stond de TV, je weet wel, zo’n ding met een enorme beeldbuis die in de eerste televisies werd gebruikt om de beelden te maken. Je moest dan eerst het schilderij dat voor de televisie hing, er boven hangen en dan keken we met z’n allen tegelijk. Dit was de mooiste plaats’, en hij wijst naar een hoekje van de vaste bank naast de open haard. ‘En hier zat ik dan altijd’, dat was pal voor de TV op de grond. ‘En er stond een grammofoon. En hier stonden de langspeelplaten in die vakjes opgeborgen.’
De openheid is natuurlijk heel bijzonder
‘De openheid van dit huis is natuurlijk heel bijzonder; toch voelt het niet als één open ruimte door de speelsheid en intimiteit van de afzonderlijke ruimtes.’
‘Ik herinner me dat ik het liefste hier zat’ en hij wijst naar het hoger gelegen deel bij het trapje dat vanuit de keuken naar de werkruimte leidde. ‘Hier zat ik altijd bovenop te wachten totdat ik van mijn moeder iets lekkers kreeg. Soms mocht ik de beslagkom uitlikken of kreeg ik alvast iets toegestopt. Of ik kreeg een vel tekenpapier van mijn moeder. Ik mocht tekenen op de achterkant van oud briefpapier en dan stak ik mijn benen hier doorheen zodat ik op de vloer van de overloop kon tekenen,’ hij wijst op de opening tussen de traptreden. ‘Vanaf deze plaats had ik het overzicht en we zaten ook vaak daar in opa’s oude stoel bij de enorme vingerplant. Dan konden we alle ruimtes overzien.’
En dat gold natuurlijk ook voor Cis die vanuit de keuken zicht had op alles wat de kinderen aan het doen waren. ‘Mijn moeder heeft zeker een rol gespeeld in de situering van de keuken aan de achterzijde met zicht op de zitkuil, onze speelruimte daarachter en de slaapkamers. Mijn vader vertaalde dat naar een ontwerp.’
Slaapkuilen voor de kinderen
‘Mijn moeder had veel invloed; hoe ze hier met de kinderen wilde leven.’ Niels wijst naar zijn oude slaapkamer aan de voorkant van het huis. ‘Dit was de kamer van mij en mijn jongste broertje, Jorn. Nu ligt er een vloer in maar we sliepen op een lager niveau waar je met een paar treden bij de bedstedes kwam. Waar nu het bed staat waarin later mijn moeder sliep, was een hoger gelegen plateau. Door de tijd heeft er van alles op dat plateau gestaan: speelkussens, het drumstel van Stijn en een schopschijf voor het pottenbakken van mijn moeder. Onze bedden bevonden zich daar onder met een houten wand ertussen. Daar konden we op bonzen als de ander te veel lawaai maakte. We sliepen in een soort slaapkuilen eigenlijk.’
‘Mijn moeder was praktisch ingesteld: een doener. En mijn vader was de denker. Samen kwamen ze heel ver. Ze vormden een twee-eenheid. Mijn vader kon niet zonder mijn moeder; ze hielp hem vooruit; en zij is ook na zijn dood verliefd gebleven op mijn vader: de liefde blijft.’
Na het plotselinge overlijden van Leo, hij was 66 jaar, heeft Cis haar leven anders ingericht. ‘Ze was altijd al creatief bezig, bij voorbeeld aan het naaien, ze maakte onze kleren. Haar naaimachine stond in dezelfde ruimte als de tekentafel van mijn vader, op het splitlevelniveau. En op het plateau in onze slaapkamer stond op een gegeven moment haar spinnewiel: met de wol breide ze onze truien. Ze deed ook aan pottenbakken, haar oven stond in het ‘knutselhok’. Na het overlijden heeft mijn moeder haar hobby’s weer opgepakt. Ze is toen vooral gaan beeldhouwen. De slaapkamer van mijn ouders werd haar atelier.’
Schilderen als Mondriaan en bouwen als in Afrika
Cis woonde nog tot 2025 in het huis. Haar keramiek en beeldhouwwerken zijn nog overal in de woning te bewonderen. En het hangt nog steeds vol met schilderijen van Leo, die in de jaren 1980 het schilderen weer had opgenomen. Tijdens zijn studie Bouwkunde aan de TU Delft maakte hij figuratieve schilderijen, zijn latere werk laat de invloed zien van de abstracte werken van Mondriaan. In deze periode raakten ze beiden in de ban van diens schilderkunst. Het motiveerde hen om te strijden voor het behoud van het geboortehuis van Mondriaan in Amersfoort, wat ze ook voor elkaar hebben gekregen. Door de inzet van Cis en Leo Heijdenrijk is het vervallen pand aangekocht, gerenoveerd, een collectie aangelegd en is het een museum geworden. Het Mondriaanhuis behoort tot de publiekstrekkers van Amersfoort.
‘Mijn vader had ook belangstelling voor de kunstenaarsgroep van De Stijl. Van Gerrit Rietveld staan een aantal replica’s van beroemde meubelontwerpen in het huis. Hij vroeg aan een medewerker van zijn architectenbureau, Lou van der Stap, om deze stoel en dit tafeltje voor hem te maken. En zelf ontwierp hij een kledingkast in de vorm van een Rietveld-kruiwagen en een hoge smalle kast in Rietveld-kleuren waar hij de biljartkeuen en later cd’s in bewaarde.’
Verder vallen in de ruimte nog een aantal kunstvoorwerpen op, zoals een beschilderd draaimolenpaard. ‘Dat is geschonken door het bureau naar aanleiding van de derde prijs bij de prijsvraag van het gemeentehuis van Amsterdam. Marije heeft er nog mee gespeeld, maar zolang ik me kan herinneren stond het hier op dit muurtje.’ Ook staan er een aantal karakteristieke Afrikaanse beelden van het Dogon-volk uit Mali. Leo en Cis maakten samen een reis naar Afrika op uitnodiging van de architect Herman Haan in de jaren 1970. Veel structuralisten waren geïnspireerd door de Afrikaanse cultuur.
Je wilt weten wat zijn filosofie was
Inmiddels staat het huis in de verkoop en zoeken Niels en de andere kinderen naar een geschikte koper, iemand met hart voor het huis. ‘Wat er kenmerkend is aan dit huis? De openheid natuurlijk, de zitkuil en de muur rondom en het splitlevelgedeelte. Als je dat eruit haalt blijft er weinig van het huis over’, vindt Niels. ‘Natuurlijk gaan de nieuwe eigenaren wat anders doen, meer in lijn met de huidige tijd. Men kijkt tegenwoordig nauwelijks nog gezamenlijk TV. Een nieuwe generatie moet het huis anders kunnen gaan gebruiken. Maar een kookeiland en een walkin-closet, daar is dit huis niet voor gebouwd. Een kookeiland zou misschien nog kunnen, maar dan krijg je een heel ander huis.’
Het huis zou ideaal zijn voor Niels en zijn huidige partner. Maar ze zijn gehecht aan Amsterdam en willen daar niet weg. De anderen zien het ook niet voor zich om het zelf te kopen. Wel zijn ze op zoek naar iemand die begrijpt wat er zo bijzonder is aan het huis. ‘Dit huis is zo uitgesproken. Je wilt als koper toch weten wie hier woonde, dat mijn vader het voor zichzelf en zijn gezin heeft ontworpen, en wat zijn filosofie was? Het huis wordt leefbaar als je de ideeën van mijn vader onderkent en omarmd!’
Bekijk het Huizenportret: klik hier!
Tekst: Barbara Laan
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2026