Het is een stralend huis geworden
We zitten aan de ronde eettafel, een ontwerp van Sjoerd Soeters, de architect van huis Bakels waar het echtpaar al ruim veertig jaar naar volle tevredenheid woont. Floris en Anneke Bakels – Stefels gaven de opdracht aan deze architect wiens werk zij al goed kenden vanwege de familiebanden. Hij is een zwager van Anneke.
Soeters kreeg een tweeledige opdracht: een huis te bouwen dat rolstoeltoegankelijk was én het moest een vrolijk huis worden. Dat laatste is bij de voordeur te zien aan een strooisel van kleine spiegeltjes en wordt al helemaal duidelijk na de begroeting in de hoge, lichte entreehal: het is een kleurrijk en speels interieur. Het echtpaar beaamt volmondig: ‘het is een stralend huis geworden’.
Glazen huis met ‘gymzaalvloeren’
De tweelingdochters waren vijf jaar oud toen zij het huis met hun ouders betrokken. Vanwege de handicaps van een van de dochters ging het echtpaar op zoek naar een aangepast huis. Toen bleek dat zo’n huis moeilijk te vinden was kwam hun zwager in beeld. Zij hadden verschillende van zijn werken gezien, maar het eigen woonhuis van Soeters gaf de doorslag. Hij ontwierp een postmodern appartementencomplex in een oud schoolgebouw aan de Prinsengracht in Amsterdam en woonde er zelf met zijn vrouw met wie hij samen een architectenbureau had opgericht in 1979.
‘Bij het ontwerp van het huis heeft Sjoerd goed naar onze situatie gekeken en alle schetsen en tekeningen met ons besproken. We werden bovendien geholpen door een ergotherapeute die verstand had van de eisen waaraan een aangepaste woning moest voldoen. Maar verder hebben we (bijna) alles aan de architect overgelaten: het leven met onze jonge kinderen was nogal absorberend. Wij hadden destijds weinig ruimte in ons hoofd.’
Het echtpaar waardeert de lichtheid van het ‘glazen huis’, met zijn daklichten, glazen achtergevel, vele spiegels en zacht geel geschilderde ‘gymzaalvloeren’, gekozen vanwege mogelijk valgevaar: gietvloeren zijn zachter dan stenen vloeren.
Buiten naar binnen halen
Annekes moeder, die in de buurt woonde, had gezien dat er een kavel te koop stond. Floris vertelt dat er een bouwplan en een bouwvergunning bij zaten. ‘We kochten de grond, maar het bouwplan hebben we niet laten uitvoeren: dat was net een torenflat en daar waren de buren vanzelfsprekend niet blij mee en wij ook niet. Ons huis is uiteindelijk aan beide zijkanten op de erfgrens gebouwd, maar het uitzicht bleef onbelemmerd omdat het huis naar achter op het perceel is geplaatst. Daarmee gingen de buren akkoord. Later konden we nog een strookje grond van het naastgelegen huis De Crayenhorst erbij kopen zodat we aan één kant een achterom hebben.’
Wat opvalt is dat de woonkamer heel veel glas heeft en dat je toch een gevoel van beschutting hebt met veel groen om je heen. Floris licht toe: ‘Kijk, hier achter je is een schuin venster, haaks op de zijmuur. Je ziet ook een mooie struik in de tuin van de buren die wij in overleg hebben laten planten om over en weer geen inkijk te hebben, maar wel zicht op bewegend groen. Direct daarna, bijna evenwijdig aan de zijmuur, volgt een grote glazen wand met matglas, voor een wisselende lichtinval.’
Het is een prachtige zichtlijn vanuit de eetkamer naar het groen geworden. Anneke vertelt ons tijdens de rondleiding: ‘Sjoerd heeft ook de lijnen in de tuin ontworpen. Er is een slingerend pad naar de voordeur, refererend aan de Engelse landschapsstijl en een diagonale lijn van bestrating in de achtertuin. Later zijn de tegels aangepast vanwege de algenvorming. De puntvorm van de bestrating wees naar het water van de vaart. Daarin ligt een rolstoeltoegankelijke sloep waarmee we het Spaarne op kunnen varen.’
Hij kan iets maken dat van waarde is
Ik heb de indruk dat Sjoerd Soeters jullie heeft leren kijken naar architectuur. Anneke: ‘Onze zwager is een heel goede vakman; hij kan iets maken dat van blijvende waarde is.
We hebben veel van hem geleerd: hoe belangrijk licht is; de lichtinval van de glazen daklichten en de serre. En hoe belangrijk kleuren zijn; de reflectie van kleuren en wat dat met je doet: de vloer beneden is niet voor niets geel! Dat geeft warmte aan de ruimte. Het zijn zijn kleuren, de kleuren van midden jaren ‘80 , maar het zijn ook onze kleuren: ik word er blij van.’
De kolommen van de constructie van de woonkamer zijn op de hoeken van een denkbeeldig vierkant geplaatst. Ze dragen de houten balken en dwarsbalken van het dak waarop later een grote werkkamer is gebouwd. Die ‘kolommen’ bestaan elk uit vier dunne gasbuizen die in pasteltinten zijn geschilderd. Hoe moet ik die kleuren zien, vroeg ik mij af.
Anneke: ‘Er zit een volgorde in de kleurstelling: de buizen aan de binnenzijde van het vierkant zijn geel. De kleuren van de andere drie buizen wisselen telkens met de klok mee: groen, blauw en roze. Dit zijn ook de kleuren die voor andere interieuronderdelen zijn gebruikt. En ze komen terug in de tegelornamenten in de keuken. Ik heb die kleuren ook voor de stoelbekledingen gekozen. Het zijn klassieke stoelen en banken met een moderne twist.’ Ik zie het nu; zo ontstaat eenheid door consequent volgehouden verscheidenheid.
De werkelijkheid is toch anders dan de tekeningen
Anneke vertelt dat ze tijdens de bouw van het huis elke dag even naar de voortgang ging kijken. Niet om te inspecteren, maar om het huis te zien groeien: ‘Je zag het omhoog komen. De gevel vond ik zo spannend om te zien: mooi breed, en in de goede verhouding tot het resterende bouwvolume. Het raster van vierkante ramen op de hoeken, de verwijzing naar de klassieke details, de relatie met de omgeving, ik vond het heel mooi: bescheiden, licht en vriendelijk. De schetsen en tekeningen vond ik leuk, maar de werkelijkheid was toch anders dan de tekeningen en van een grote schoonheid.
Toen wij er eenmaal in woonden heb ik er wel een jaar over gedaan om me het huis eigen te maken. Ik was vol ontzag voor het ‘kunstwerk’. Ik durfde nog geen spijker in de muur te slaan. Alles moest ‘passen’. Ik heb veel van onze oude meubelen weggedaan: alleen de staande antieke klok en de ladekast van mijn moeder mochten blijven, en de schilderijen, zeegezichten, geschilderd door de grootvader van Floris die kunstschilder was. Als je dan in zo’n mooi huis mag wonen moet je daar respectvol mee omgaan, en er een beetje over nadenken.’
Niet helemaal in de pas mee lopen
‘De buurt heeft bij de bouw vast gezegd: wat gebeurt hier? Ik vind het wel leuk om niet helemaal in de pas te lopen!’
Gaandeweg het gesprek wordt duidelijk dat er sinds de bouw wel het een en ander is toegevoegd, aangepast en gewijzigd aan het huis, hoewel je dat niet zo ervaart.
‘Alle ingrepen die we in het huis hebben gedaan zijn overlegd en besproken met Sjoerd en door hem ontworpen’ vertelt Anneke. ‘In de eerste plaats is er een werkkamer op de woonkamer gezet, die direct al was gepland, maar niet direct gebouwd, want ons geld was op. De vergroting en herindeling van de slaapkamer was een zegen. Het werkkamertje van Floris was veel te klein en de slaapkamer eigenlijk ook. De werkkamer boven de woonkamer is juist heel ruim. De oorspronkelijke slaapkamer en werkkamer zijn doorgebroken en er kwam ook een prachtige inloopkast.’
Alles moet kloppen
‘De plastic koepel in de hal was op een gegeven moment aan vervanging toe; er kwam een glazen dak voor in de plaats. De kleuren in de hal zijn aangepast, want het zonlicht weerkaatste te schel op de witte wanden; ze zijn nu lichtgrijs en de kleuren zijn wat afgezwakt.
De kasten in de eetkamer heb ik laten maken omdat ik meer bergruimte nodig had. En de keukenkasten heeft Sjoerd voor ons vervangen door vergelijkbare exemplaren. De rest van de keuken is nog zoals die na de bouw al was, en de eetkamer trouwens ook.
De nieuwe badkamer heb ik zelf uitgedacht. Na 30 jaar had die wel een opknapbeurt nodig. Ik heb dat in de bestaande stijl gedaan.
Ik heb geleerd dat ook de vorm heel belangrijk is: alles wat je aanschaft: elke lamp, elk kastje: de vorm, de kleur, het materiaal: alles moet kloppen.’
Bekijk het Huizenportret: klik hier!
Tekst: Barbara Laan
Foto’s: Bert Muller
Copyright: SHI/BMbeeld 2026